Home / Kennisbank / Groei / De groeicurve lezen: wat het stipje betekent en wanneer er wordt meegekeken
GroeiDe groeicurve lezen: wat het stipje betekent en wanneer er wordt meegekeken
Na het wegen zet de verpleegkundige een stipje in een grafiek vol gebogen lijnen en zegt dat het goed gaat. Thuis sla je het boekje open, zie je dat jouw kind onderin ligt, en begint het rekenen.
In de eerste zes maanden groeit een baby ongeveer 150 gram per week. Daaromheen is de spreiding groot: 95 van de 100 kinderen liggen tussen de lijn min twee en de lijn plus twee van het diagram, en er is geen lijn die goed is en geen lijn die fout is.
Hieronder staat waar die lijnen vandaan komen, waarom een kind in het eerste jaar van lijn kan verschuiven, en wanneer je belt. Wat een meting bij jouw kind betekent, hoor je op het consultatiebureau; dit artikel legt alleen uit hoe de grafiek werkt.
In het kort
- In de eerste zes maanden groeit een baby ongeveer 150 gram per week.
- Tussen de lijnen min twee en plus twee ligt 95 van de 100 kinderen.
- Er is geen goede of foute lijn; het verloop over maanden bepaalt het beeld.
- Vrijwel elke baby valt eerst wat af en is rond twee weken terug.
- Bel bij twijfel het consultatiebureau; bij 12 uur geen natte luier de huisarts.
Wat je in het boekje ziet
In het groeiboekje staan drie grafieken: een voor het gewicht, een voor de lengte en een voor de hoofdomtrek. Er zijn aparte diagrammen voor jongens en voor meisjes, omdat meisjes bij de geboorte en ook daarna gemiddeld lichter zijn.
In Nederland weegt een jongen bij de geboorte gemiddeld 3.482 gram bij een lengte van 51 centimeter, en een meisje 3.374 gram bij 50 centimeter. Dat zijn gemiddelden van een grote groep, geen verwachting voor een enkel kind.
Op de onderrand van elke grafiek staat de leeftijd, op de zijkant de meting, en op het kruispunt komt het stipje. Na een paar bezoeken ontstaat er een rij stipjes, en die rij is waar het gesprek over gaat.
Wat je in de grafiek niet ziet, is waaróm jouw kind op deze plek ligt. Het diagram vergelijkt alleen met andere kinderen; het legt niets uit en wijst geen oorzaak aan.
Wat er over groei bekend is, in cijfers
Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm, en een week of een enkele meting zegt weinig.
| Moment | Wat de bronnen erover zeggen |
|---|---|
| Bij de geboorte | Jongens gemiddeld 3.482 gram en 51 cm, meisjes 3.374 gram en 50 cm |
| De eerste dagen | Vrijwel elke baby valt eerst wat af |
| Rond twee weken | Meestal weer terug op het geboortegewicht |
| 0 tot 6 maanden | Ongeveer 150 gram per week |
| Twee weken tot 1 jaar | Meisjes groeien ongeveer 23 cm in lengte, jongens ongeveer 24 cm |
| 1 tot 2 jaar | Ongeveer 12 cm, bij jongens en meisjes even veel |
Die 150 gram is een gemiddelde over weken en geen weekopdracht. Groei gaat met horten en stoten: rond de tien dagen, zes weken en drie maanden zijn er vaak regeldagen waarop een baby onrustig is en vaker wil drinken, en na twee dagen is er meestal een nieuw ritme gevonden. Meer daarover lees je bij groeispurts en regeldagen.
Waar de lijnen vandaan komen
De Nederlandse groeidiagrammen zijn gemaakt op basis van de Vijfde Landelijke Groeistudie, waarvoor TNO ruim twintigduizend kinderen in Nederland heeft gemeten en gewogen. Daaruit is berekend hoe de metingen van kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht verdeeld liggen; de lijnen tekenen die verdeling na.
De middelste lijn is de mediaan: de helft van de kinderen ligt eronder en de helft erboven. De andere lijnen liggen op vaste afstanden van dat midden, uitgedrukt in standaarddeviaties, ofwel spreidingsstappen, en bij elke lijn staat op het diagram hoeveel stappen het zijn.
Tussen de lijn van twee stappen onder het midden en die van twee stappen erboven ligt 95 van de 100 kinderen. Meer betekent een lijn niet. Hij zegt hoeveel kinderen lichter of zwaarder zijn; over gezondheid zegt hij niets.
Die stappen komen straks terug, want de grenzen die het consultatiebureau gebruikt zijn erin uitgedrukt en niet in grammen.
TNO maakt daarnaast aparte diagrammen voor kinderen die te vroeg geboren zijn, voor kinderen van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst en voor kinderen met downsyndroom. Past dat bij jouw kind, dan kun je op het bureau vragen welk diagram ze gebruiken.
Waarom een kind in het eerste jaar van lijn kan verschuiven
Wat je ziet: het stipje ligt lager of hoger dan je verwachtte, en over een paar maanden schuift je kind langzaam naar een andere lijn. Dat komt vaak voor, ook bij kinderen bij wie verder niets speelt.
Erfelijke aanleg gaat pas na de geboorte meewegen. In de JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen staat dat het effect van genetische factoren bij de geboorte laag is en daarna snel toeneemt, en dat vanaf de leeftijd van vijf maanden 80 tot 90 procent van de variantie door genetische factoren wordt verklaard. Naast erfelijkheid noemt diezelfde richtlijn geslacht, voeding, ziekte en het psychosociale klimaat waarin een kind opgroeit.
Een kind kan daardoor in de eerste jaren naar zijn eigen groeilijn toe schuiven. In de JGZ-richtlijn Lengtegroei staat dat enige groeiafbuiging naar de eigen groeilijn vóór het derde levensjaar kan optreden zonder dat er ziekte achter zit.
Daarom kijkt de jeugdarts naar de rij stipjes en niet naar het laatste stipje. En daarom wordt bij de lengte ook de streeflengte betrokken, die uit de lengte van beide ouders wordt berekend: kleine ouders krijgen vaker kleinere kinderen, en dan is een lage lijn precies wat je zou verwachten.
Wat een knik betekent, en wat er dan gebeurt
Het consultatiebureau gebruikt hier een grens voor. In de JGZ-richtlijn Ondergewicht heet een gewichtscurve afbuigend wanneer de meting sinds de vorige keer meer dan één spreidingsstap is gezakt. Van ondergewicht spreekt dezelfde richtlijn bij een gewicht naar leeftijd of naar lengte onder min twee stappen, de lijn waar 2 van de 100 kinderen onder liggen.
Zo’n grens bepaalt wanneer er verder gekeken wordt. Wat er dan uitkomt, staat er niet mee vast. Dezelfde richtlijn schrijft dat een kind dat zijn gewichtscurve blijft volgen en niet afbuigt, licht kan zijn voor de leeftijd of de lengte zonder dat dat reden tot zorg geeft; er kan ook sprake zijn van een constitutioneel of familiair laag gewicht.
Na een knik meet het consultatiebureau vaker en vraagt het naar het drinken, de hapjes, het poepen en of je kind ziek is geweest. Ziekte is een van de factoren die de groei beïnvloeden, en daarom hoort die vraag erbij. Bij zuigelingen wordt eerst gekeken naar problemen met de borstvoeding, verkeerd aangemaakte flesvoeding, zwak of traag drinken en een moeizame overgang naar vast voedsel.
Er is één verschuiving die vaak terugkomt en die geen knik is. Kinderen die in het eerste halfjaar vooral moedermelk krijgen, zijn gemiddeld iets zwaarder dan kinderen die vooral kunstvoeding krijgen, en vanaf de derde of vierde levensmaand neemt hun gewicht minder snel toe. Het diagram is op alle Nederlandse kinderen samen gebaseerd, dus de lijn kan vanaf die maanden wat vlakker gaan lopen.
Te vroeg geboren: welk diagram wordt gebruikt
Voor kinderen die te vroeg geboren zijn, wordt tot de leeftijd van vijftien maanden het bij de zwangerschapsduur passende groeidiagram gebruikt. Is dat er niet, dan wordt het gewone diagram gebruikt met de gecorrigeerde leeftijd, dus geteld vanaf de uitgerekende datum.
Zonder die correctie vergelijk je een kind met kinderen die weken langer in de baarmoeder hebben gezeten, en dan ligt het stipje laag om een reden die niets met de groei te maken heeft. Vraag bij twijfel welke leeftijd er is ingevuld.
Wat je op het consultatiebureau kunt vragen
Het intekenen gaat snel, en er is niet altijd tijd voor uitleg als je er niet naar vraagt. Je mag daar gerust op doorvragen; met de vragen hieronder hoor je op het bureau al wat je anders thuis zelf zit uit te zoeken.
- Mag ik meekijken bij het intekenen? Dan zie je zelf waar het stipje staat ten opzichte van de vorige keer, terwijl de verpleegkundige het uitlegt.
- Op welke lijn ligt hij ongeveer, en op welke lag hij de vorige keer? Zo hoor je of er sprake is van een verschuiving of van dezelfde lijn.
- Wat verwachten jullie voor de volgende keer? Dan weet je waar je op let, zonder er zelf een grens bij te bedenken.
- Welk diagram gebruiken jullie, en met welke leeftijd? Van belang bij een vroeggeboorte, en met één vraag te controleren.
- Wanneer zouden jullie eerder willen meten? Dan weet je bij welke verandering zij zelf eerder meten.
Wegen thuis, als je het toch doet
De betrouwbaarste plek om te wegen is het consultatiebureau: dezelfde weegschaal, dezelfde manier, en de meting komt meteen in de curve. Elke weegschaal wijkt iets af, dus twee weegschalen leveren twee lijnen op die je niet met elkaar kunt vergelijken.
Weeg je thuis, dan is het belangrijkste dat je steeds op dezelfde manier meet. Anders meet je vooral het verschil tussen twee manieren van wegen en niet de groei. Wil je de ontwikkeling bijhouden in een app, dan staan de metingen met datum bij elkaar en kun je het verloop over de maanden op het bureau laten zien.
- Weeg niet dagelijks. Het gewicht van een baby schommelt binnen een dag door drinken, plassen en poepen, en die schommeling is groter dan wat hij op een dag groeit.
- Weeg zonder kleren en zonder luier, op ongeveer hetzelfde moment van de dag, bijvoorbeeld voor een voeding. Een volle luier weegt mee.
- Noteer de waarde meteen met de datum en de weegschaal erbij, zodat je later weet welke getallen bij elkaar horen.
- Weegt de gastouder of het kinderdagverblijf ook, spreek dan af waar het genoteerd wordt. Anders staan de metingen op twee plekken en weet je later niet meer welke bij elkaar horen.
- Merk je dat wegen je onrustiger maakt, laat het dan aan het bureau over. Vaker meten laat vooral de schommeling van dag tot dag zien.
Waar je tussen de bezoeken op let
Tussen twee weegmomenten in zegt het dagelijkse beeld meer dan een getal. Het Voedingscentrum noemt drie dingen samen: dat je baby goed groeit, ongeveer zes natte luiers per dag heeft en levendig is.
In de eerste dagen vraagt een baby ten minste acht tot twaalf keer per etmaal om drinken, en zijn twee tot vijf poepluiers per etmaal in de eerste weken een teken dat hij genoeg binnenkrijgt. Zakt het aantal natte luiers duidelijk, dan is dat eerder zichtbaar dan een verandering op de weegschaal; zie natte luiers tellen en voeden op verzoek.
Wat vaak niet helpt
- Vergelijken met het kind van de buren. De curve vergelijkt je kind al met ruim twintigduizend kinderen; één ander kind voegt daar niets aan toe.
- Een tabel van een buitenlandse site erbij pakken. De Nederlandse diagrammen zijn op kinderen hier gebaseerd, dus twee tabellen naast elkaar geven twee antwoorden.
- Thuis dagelijks wegen bij ongerustheid. Je ziet dan vooral de schommeling van dag tot dag, en die is groter dan de groei die je zoekt.
- Zelf de hoeveelheid voeding verhogen omdat een stipje laag staat. Wat een lage lijn betekent, hangt af van de lengte en van het verloop, en dat wordt op het bureau samen bekeken.
- Een lijn opvatten als een rapportcijfer. Een kind op een lage lijn is niet zwak en een kind op een hoge lijn is niet ongezond; dat zijn interpretaties die de grafiek niet ondersteunt.
Als de uitleg je niet geruststelt
Kom je van het bureau met een onrustig gevoel, wacht dan niet tot het volgende bezoek over twee maanden. Bel dezelfde week, zeg dat je de curve nog een keer wilt doornemen, en vraag of ze de vorige metingen erbij willen pakken.
Helpt dat gesprek niet, vraag dan om een afspraak bij de jeugdarts in plaats van bij de verpleegkundige, of om een extra weegmoment binnen twee tot vier weken. Een extra meetpunt maakt zichtbaar of het om één afwijkend stipje gaat of om een verloop.
Blijf je daarna twijfelen, leg het dan aan de huisarts voor en neem het groeiboekje mee. Een tweede blik vragen mag, ook als het consultatiebureau al meekijkt.
Wanneer je contact opneemt
Je hoeft geen afspraak af te wachten. Het consultatiebureau is ook telefonisch bereikbaar voor vragen over de groei. Bel het bureau in elk geval bij:
- Je hebt het gevoel dat de groei stilstaat en je wilt niet wachten tot het volgende bezoek.
- Je kind drinkt minder dan je gewend bent, of weigert herhaaldelijk.
- Je kind komt na een ziekteperiode niet weer op gang met drinken of eten.
- Er zijn opvallend minder natte luiers dan je gewend bent.
- Het wegen maakt je zo ongerust dat je er dagen mee bezig bent.
Voor de signalen die niet kunnen wachten, houden we de lijst van Thuisarts.nl aan. Bel dezelfde dag je huisarts als je denkt dat je kind uitdroogt en het veel minder drinkt dan gewoonlijk, minder dan de helft, of als het meer dan 12 uur niet heeft geplast en er meer dan 12 uur geen natte luier is geweest.
Bel direct je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenspoedpost als je denkt dat je kind uitdroogt en het minder of niet reageert als je iets zegt, niet makkelijk wakker te krijgen is, in de war is of anders reageert dan je gewend bent, of flauwvalt of bijna flauwvalt.
Thuisarts.nl noemt daarnaast omstandigheden die al golden voordat dit begon en die een reden zijn om bij uitdroging direct te bellen: je kind is jonger dan drie maanden, heeft een hartziekte of een nierziekte, of gebruikt medicijnen voor een andere aandoening. Een baby jonger dan drie maanden kan binnen een dag uitdrogen; bij een ouder kind duurt dat meestal twee tot drie dagen.
Bij koorts geldt een eigen regel: onder de drie maanden bel je bij 38 graden of hoger altijd direct. Twijfel je of iets kan wachten tot het volgende bezoek, bel dan; die vraag stellen is precies de bedoeling.
Hoe het met jou gaat
Het wegen kan een beladen moment worden. Voor veel ouders begint de spanning al onderweg naar het bureau en houdt hij daarna nog dagen aan, terwijl het verloop over maanden het beeld bepaalt en niet die ene meting.
Zeg het op het bureau als je merkt dat je tegen het wegen opziet. Ze kunnen uitleggen waar ze precies naar kijken en met je afspreken hoe vaak er gewogen wordt; dat scheelt vaak meer dan nog een uitleg over de curve.
Merk je dat je thuis vaker weegt dan je zou willen, of dat je er ’s nachts over ligt te denken, bel dan het consultatiebureau en zeg het in die woorden. Blijft het langer dan een paar weken zo, vraag je huisarts dan om een gesprek.
Opmerkingen van familie over een stevige jongen of een klein ding zeggen iets over wat mensen gewend zijn. Je hoeft er niets mee. Wil je toch iets zeggen, dan kun je vertellen dat je kind zijn eigen lijn volgt, in plaats van het met een ander kind te vergelijken. Wat je meeneemt naar een bezoek, lees je bij het consultatiebureau voorbereiden.
Je eigen metingen in een curve
In BabyTracker leg je lengte, gewicht en hoofdomtrek vast met datum en bron erbij, van het consultatiebureau of van thuis. Vanaf de tweede meting tekent de app een lijn door jullie eigen punten, met de getallen in een tabel eronder. Wat een meting betekent voor jouw kind, hoor je op het consultatiebureau; bij een bezoek maak je van de metingen en de afgelopen weken een pdf om te laten zien.
Bronnen en verantwoording
- Voedingscentrum, Hoeveel borstvoeding heeft mijn baby nodig? en Hoeveel voeding heeft mijn baby nodig?
- NCJ, JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen
- NCJ, JGZ-richtlijn Ondergewicht
- NCJ, JGZ-richtlijn Lengtegroei
- TNO, groeidiagrammen Vijfde Landelijke Groeistudie
- Thuisarts.nl, Hoe zorg ik dat mijn kind niet uitdroogt? (geraadpleegd augustus 2026)
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Hoeveel groeit een baby per week?
In de eerste zes maanden ongeveer 150 gram per week. Dat is een gemiddelde over weken: het consultatiebureau kijkt naar het verloop over maanden en niet naar één week.
Hoeveel weegt een pasgeboren baby gemiddeld?
In Nederland weegt een jongen bij de geboorte gemiddeld 3.482 gram bij 51 centimeter en een meisje 3.374 gram bij 50 centimeter. Hoe groot de spreiding daaromheen is, lees je van het diagram af: 95 van de 100 kinderen ligt tussen de lijnen min twee en plus twee.
Mijn baby zit op een lage lijn. Is dat erg?
Er is geen goede of foute lijn; tussen de lijnen min twee en plus twee ligt 95 van de 100 kinderen. Een kind dat zijn eigen curve blijft volgen en niet afbuigt, kan licht zijn voor zijn leeftijd of lengte zonder dat dat reden tot zorg geeft. Zakt de meting sinds de vorige keer meer dan één spreidingsstap, dan is dat voor het consultatiebureau een reden om verder te kijken.
Mijn baby krijgt borstvoeding en de lijn loopt vanaf een maand of vier vlakker. Hoe zit dat?
Kinderen die in het eerste halfjaar vooral moedermelk krijgen, zijn gemiddeld iets zwaarder dan kinderen die vooral kunstvoeding krijgen, en vanaf de derde of vierde levensmaand neemt hun gewicht minder snel toe. Het diagram is op alle Nederlandse kinderen samen gebaseerd, dus de lijn kan daardoor vlakker gaan lopen. Twijfel je, bel dan het consultatiebureau.
Is een babyweegschaal thuis nodig?
Voor de meeste gezinnen niet. Het gewicht van een baby schommelt binnen een dag meer dan hij op een dag groeit, dus dagelijks wegen laat vooral die schommeling zien. Is er reden om vaker te wegen, dan wordt dat met je afgesproken.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.