Home / Kennisbank / Voeding / Borstvoedingshoudingen: vijf manieren om je baby aan te leggen
VoedingBorstvoedingshoudingen: vijf manieren om je baby aan te leggen
Het is kwart over drie ’s nachts en je zit al twintig minuten in precies dezelfde houding op de rand van het bed. Je arm slaapt en je nek doet zeer, maar je baby drinkt eindelijk, dus je durft je niet te bewegen.
En ondertussen denk je dat er ergens één juiste houding bestaat, die iedereen kent behalve jij.
Die ene juiste houding bestaat niet: het Voedingscentrum beschrijft vijf houdingen om borstvoeding te geven, en een houding is goed wanneer jij ontspannen zit of ligt en je baby wijd kan happen.
Wisselen mag ook, op elk moment, zelfs midden in een voeding.
Hieronder staan de vijf houdingen stap voor stap, en welke wanneer kan passen. Blijft voeden pijn doen of lukt aanhappen niet, dan kijken de kraamzorg, een lactatiekundige of het consultatiebureau mee; dit artikel stelt niet vast wat er bij jullie speelt.
In het kort
- Er is geen beste borstvoedingshouding; goed is de houding waarin jij ontspannen bent en je baby wijd kan happen.
- Het Voedingscentrum beschrijft er vijf: de wieghouding (madonnahouding), de doorgeschoven houding, de rugbyhouding, liggend voeden en half achteroverleunend voeden.
- In elke houding geldt hetzelfde: hoofd en lichaam van je baby in een rechte lijn, buik tegen buik, en je brengt je baby naar de borst, niet je borst naar je baby.
- Na een keizersnede kiezen veel moeders de rugbyhouding of liggend voeden; je baby ligt dan niet op je buik.
- Doet voeden na opnieuw aanleggen nog steeds pijn, vraag dan de kraamzorg, een lactatiekundige of het consultatiebureau om bij een hele voeding mee te kijken.
Waarom de houding uitmaakt
Goed drinken begint bij goed aanhappen. Dat lukt het makkelijkst als het lichaam van je baby recht ligt en hij zijn mond wijd om de tepelhof kan krijgen, en de houding bepaalt of dat kan.
Voor jou telt het net zo hard. Een houding die onprettig zit, houd je geen twintig minuten vol: je zakt scheef, je baby schuift mee en de hap wordt slordiger.
Pijn bij het voeden ontstaat bijna altijd doordat je baby niet goed is aangelegd, en de houding is daar het begin van. Blijft een voeding zeer doen, kijk dan eerst naar de houding en de hap; wat je verder kunt doen staat bij pijnlijke tepels.
Wat elke houding gemeen heeft
Welke houding je ook kiest, de basis van het aanleggen blijft gelijk. Hoe dat aanleggen stap voor stap gaat, en met welke kant je begint, staat in een eigen artikel; dit zijn de punten die in elke houding terugkomen:
- zorg eerst dat je zelf goed zit of ligt, met steun in je rug;
- zet drinken en een doek binnen handbereik, want een voeding kan lang duren;
- houd het hoofd en het lichaam van je baby in een rechte lijn, buik tegen buik;
- breng je tepel ter hoogte van zijn bovenlip en laat hem zelf zoeken;
- wacht op een wijde hap, met een groot deel van de tepelhof in het mondje;
- breng dan je baby naar de borst, en niet je borst naar je baby.
Met een kussen onder je arm of onder je baby geef je steun, welke houding je ook kiest. In de eerste weken vinden veel moeders dat prettiger; na een paar weken kan het vaak zonder.
De wieghouding, ook wel madonnahouding
De wieghouding is de houding die de meeste ouders vanzelf aannemen. Je zit rechtop, je baby ligt op zijn zij tegen je aan, buik tegen buik, en zijn hoofdje rust in de kom van je elleboog aan de kant waar je voedt.
Met je handen ondersteun je zijn billetjes en zijn onderrug. Hij hoeft daarbij niet horizontaal te liggen; het gaat om de rechte lijn van hoofd en lichaam.
Vooral bij wat oudere baby’s is dit vaak de houding die overblijft. Verplicht is hij niet; de andere vier uit dit artikel zijn even goed.
Is je baby uitgedronken, houd hem dan even rechtop voor een boertje en bied daarna de andere borst aan.
De doorgeschoven houding
Je zit net als bij de wieghouding, maar je baby ligt op de onderarm van je andere arm. Voed je uit de rechterborst, dan ondersteun je hem dus met links.
Je rechterhand is daardoor vrij om je borst te vormen, in dezelfde richting als zijn mondje. Dat maakt deze houding handig als je je borst wilt voorvormen voor je baby.
Ondersteun je baby daarbij rustig en forceer niets; happen doet hij zelf.
De rugbyhouding
Bij de rugbyhouding ligt je baby onder je arm langs je zij. Zijn beentjes schuif je onder je arm door naar achteren, zijn hoofdje ligt bij je borst en steun je met je hand; een kussen eronder is meestal nodig.
Deze houding is geschikt bij grotere borsten en na een keizersnede, en prettig als je je borst wilt vormen of wilt ondersteunen tijdens de voeding.
Wordt een plek in je borst gevoelig, dan kan wisselen van houding helpen: een andere houding legt de druk anders. Meer daarover staat bij stuwing of een verstopte melkklier.
Met een tweeling kan de rugbyhouding praktisch zijn, met één baby onder elke arm. Na de eerste weken zijn de meeste baby’s te groot voor deze houding; dat is een gewoon moment om over te stappen op een andere.
Liggend voeden
Je ligt op je zij, je baby ligt op zijn zij tegenover je, buik tegen buik, met zijn mond ter hoogte van je tepel. Jouw arm ligt langs zijn rug, zodat hij naar je toe gekeerd blijft.
Liggend borstvoeding geven is vooral ’s nachts erg makkelijk. Het is ook in de eerste week prettig, als zitten nog niet lekker zit.
Veel ouders vallen weleens bijna in slaap tijdens een liggende nachtvoeding. Hoe je het bed daarop inricht en wat je met jezelf afspreekt, staat in veilig slapen; handig is ook iemand in de buurt die je baby in zijn eigen bedje kan leggen als jij wegzakt.
Half achteroverleunend voeden
Bij half achteroverleunend voeden, ook wel biological nurturing, lig jij half achterover met steun in je rug. Je baby ligt op zijn buik boven op je, met zijn armpjes aan weerszijden van je borst.
In deze houding zoekt je baby zelf de borst en hapt hij wanneer hij zover is. Jij steunt zijn rug en zijn lijfje en laat zijn hoofdje vrij.
Drinkt je baby vaak gulzig en verslikt hij zich daarbij, dan kan een sterke toeschietreflex meespelen. Daarover lees je meer bij een sterke toeschietreflex.
Koalahouding, concordehouding: namen die je online tegenkomt
Online gaan er meer namen rond dan er houdingen zijn. De koalahouding is een populaire naam voor rechtop zittend voeden: je baby zit rechtop op je bovenbeen en drinkt zittend.
De concordehouding kom je tegen als naam voor varianten van het half achteroverleunend voeden.
Beide namen staan niet in de Nederlandse publieksinformatie over borstvoeding. Uit die bronnen valt dus ook niet te zeggen wat er beter of anders aan zou zijn; de basisregels uit dit artikel gelden in elke variant.
Voeden na een keizersnede
Na een keizersnede is de vraag vooral welke houding kan nu je buik gevoelig is. Veel moeders kiezen dan de rugbyhouding of liggend voeden; in allebei ligt je baby niet op je buik.
Bij de rugbyhouding ligt je baby langs je zij, met zijn beentjes onder je arm door naar achteren. Bij liggend voeden hoef je niet te zitten, en dat kan in de eerste dagen schelen. Ook half achteroverleunend kan; sommige moeders leggen dan een kussen tussen hun buik en hun baby.
Heb je in het ziekenhuis of van de kraamzorg eigen aanwijzingen gekregen, dan gaan die voor.
Welke houding wanneer kan passen
Dit is geen schema. Elke houding kan in elke situatie, en jouw voorkeur telt mee. De tabel geeft een richting, geen norm.
| Situatie | Houdingen die veel ouders dan kiezen |
|---|---|
| De eerste dagen, als zitten niet prettig is | Liggend voeden of half achteroverleunend |
| Na een keizersnede | De rugbyhouding of liggend voeden |
| ’s Nachts | Liggend voeden, met een bed dat daarvoor veilig is ingericht |
| Grotere borsten | De rugbyhouding |
| Een gevoelige plek in de borst | Wisselen van houding, zodat de druk anders ligt |
| Een tweeling | De rugbyhouding, met één baby onder elke arm |
De meeste ouders proberen er in de eerste weken een paar en houden er één of twee over. Dat is genoeg.
Is je borst zo vol en gespannen dat je baby de tepel er niet goed in krijgt, kolf dan eerst wat melk af. De tepelhof wordt daardoor zachter en aanhappen gaat makkelijker.
Wisselen mag, ook halverwege
Van houding wisselen kan op elk moment, ook midden in een voeding. Trek je baby alleen niet zomaar van de borst, want dat doet pijn aan je tepel.
Verbreek eerst het vacuüm: schuif voorzichtig je pink in zijn mondhoek, zodat de tepel loskomt. Daarna leg je opnieuw aan, in dezelfde houding of in een andere.
Wissel als een plek in je borst gevoelig wordt, of als je nek of schouder begint te protesteren. Wil je onthouden welke houding en welke kant vannacht goed werkten, dan zet je dat met voeding bijhouden in een app als notitie bij de voeding.
Wat meestal niet helpt
Een paar dingen lijken logisch, maar helpen meestal niet:
- Doorgaan met een houding die pijn blijft doen, in de hoop dat het went. Pijn komt bijna altijd door het aanleggen, en dat verandert niet vanzelf.
- Voorover naar je baby toe buigen zodat je borst bij zijn mond komt. Na tien minuten heb je last van je rug en je nek; breng je baby naar de borst en blijf zelf rechtop zitten.
- De houding precies willen nadoen zoals op een foto of in een filmpje. Het gaat om de rechte lijn en de wijde hap, en die zien er bij iedereen net iets anders uit.
- Elke voeding dezelfde houding nemen omdat die één keer goed ging. Wisselen legt de druk op je borst anders, en dat kan schelen als een plek gevoelig wordt.
Sommige baby’s hebben andere afspraken
De algemene beschrijvingen in dit artikel gelden niet voor iedere baby. Is je baby te vroeg geboren, had hij een laag geboortegewicht of een moeilijke start met drinken, of is er een aandoening bekend, dan kunnen er voor het voeden eigen afspraken gelden.
Volg dan altijd het advies dat jullie van de verloskundige, kinderarts of het consultatiebureau hebben gekregen. Bij een te vroeg geboren baby kan daarbij worden gerekend met de gecorrigeerde leeftijd bij een prematuur.
Wanneer vraag je hulp bij het aanleggen
De niveaus hieronder lopen op van meedenken tot direct bellen. In de eerste week zijn de kraamverzorgende en de verloskundige het dichtstbij; daarna het consultatiebureau, een lactatiekundige of de huisarts.
- Praat erover, deze week: aanhappen lukt in geen enkele houding, voeden blijft pijn doen na opnieuw aanleggen, of je twijfelt zonder dat je iets kunt aanwijzen. Vraag de kraamzorg, de verloskundige, een lactatiekundige of het consultatiebureau om bij een hele voeding mee te kijken. Die twijfel is op zichzelf al een reden om te bellen; je hoeft er geen bewijs voor te hebben.
- Maak een afspraak met de huisarts: kloofjes of beschadigde tepels die niet herstellen.
- Bel direct de huisarts, buiten kantooruren de huisartsenpost: je borst wordt dik, warm en pijnlijk en je voelt je ziek of koortsig, of je hebt tepelkloven en wordt ziek. Deze signalen staan zo op Thuisarts.nl.
Hoe het met jou gaat
Een voeding kan lang duren, en je zit er per etmaal vele uren in. Hoe jij erbij zit, telt daarom net zo zwaar als hoe je baby ligt.
De eerste twee tot zes weken zijn de oefenperiode waarin jullie samen leren hoe het gaat, en voeden kan dan nog zeer doen; daarna hoort het geen pijn meer te doen. Blijft er pijn, dan is dat een reden om iemand mee te laten kijken.
Laat je partner de kussens en het drinken aangeven en je baby na de voeding overnemen voor een boertje. Jij kunt dan even je armen strekken en anders gaan zitten.
Veel ouders schuiven wekenlang met kussens tot het vanzelf zit. Dat je nog zoekt, zegt niets over hoe je het doet.
In de app: voeding bijhouden
Bronnen en verantwoording
- Voedingscentrum, de borst geven: aanleggen en drinken, het stappenplan hoe leg je aan, borstvoedingsongemakken en wat je eraan kunt doen, en hulp bij borstvoeding geven
- Thuisarts.nl, ik wil borstvoeding geven, ik geef borstvoeding en heb een probleem, en ik geef borstvoeding en heb borstontsteking
- GroeiGids, de baby aan de borst leggen en de opvoedinformatie twee kinderen aan de borst (geraadpleegd september 2026)
Gecontroleerd op 5 september 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Welke borstvoedingshouding is het beste?
Er is geen beste houding. Goed is de houding waarin jij ontspannen zit of ligt en je baby wijd kan aanhappen. Het Voedingscentrum beschrijft er vijf, en wisselen mag altijd, ook tijdens een voeding.
Welke houding kan ik gebruiken na een keizersnede?
Veel moeders kiezen de rugbyhouding of liggend voeden, omdat je baby dan niet op je buik ligt. Heb je in het ziekenhuis of van de kraamzorg eigen aanwijzingen gekregen, dan gaan die voor.
Mag ik liggend borstvoeding geven in bed?
Dat kan, en 's nachts is het voor veel ouders de makkelijkste manier. Val je bijna in slaap tijdens de voeding, kijk dan bij de basisregels voor veilig slapen hoe je het bed veilig houdt.
Wat is de koalahouding?
Een populaire naam voor rechtop zittend voeden, met je baby rechtop op je bovenbeen. De naam staat niet in de Nederlandse publieksinformatie; dezelfde basisregels gelden als bij elke andere houding.
Helpt een andere houding tegen pijnlijke tepels?
Pijn komt bijna altijd door het aanleggen, en een andere houding kan helpen om opnieuw en beter aan te leggen. Blijft het pijn doen, vraag dan de kraamzorg, een lactatiekundige of het consultatiebureau om bij een hele voeding mee te kijken.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.