Home / Kennisbank / Voeding / Wanneer mag een baby water drinken? En hoeveel per leeftijd
VoedingWanneer mag een baby water drinken? En hoeveel per leeftijd
Het is dertig graden, je baby is klam en drinkt korter dan anders, en op het aanrecht staat een fles water waar je naar kijkt. Water komt erbij bij de start van de hapjes, rond zes maanden; daarvoor komt het vocht uit borstvoeding of flesvoeding.
Wanneer het bekerdrinken lukt, verschilt per kind: zes tot acht maanden is een gebruikelijke leeftijd om te beginnen, en meestal kan een kind tussen acht en twaalf maanden de beker zelf naar de mond brengen. Eén uitzondering staat verderop: krijgt je baby flesvoeding, dan kun je op een heel warme dag een paar lepeltjes water naast de fles geven. Dit artikel gaat over gezonde baby’s; bij ziekte, overgeven of diarree geldt het advies van de huisarts.
In het kort
- De eerste zes maanden komt het vocht uit borstvoeding of flesvoeding.
- Bij flesvoeding kun je op een heel warme dag een paar lepeltjes water geven.
- Tussen zes en acht maanden begin je met water uit een beker die jij vasthoudt.
- Rond een jaar: twee bekers melk van 150 milliliter en vier bekertjes water.
- Meer dan twaalf uur geen natte luier: bel dezelfde dag de huisarts.
Wat je merkt rond deze leeftijd
Een baby kan op warme dagen korter en vaker drinken. Dat valt op als je aan een vast ritme gewend bent, en het patroon is op zichzelf geen reden tot zorg; wat je wel kunt volgen, zijn de natte luiers. Door de voeding bijhouden in een app zie je zulke warme dagen later terug als kortere voedingen die dichter op elkaar liggen, zonder dat je het uit je hoofd hoeft te doen.
Rond een maand of zes zie je iets anders. Je kind kan naar je glas kijken, zijn mond opendoen als jij drinkt en naar de rand van een beker grijpen. Zit je kind daarbij redelijk rechtop en zijn de eerste hapjes begonnen, dan kun je een bekertje water bij het eten neerzetten.
Hoeveel water per leeftijd
Dit verschilt per kind. De tabel geeft een richting, geen norm; de getallen komen van het Voedingscentrum.
| Leeftijd | Water |
|---|---|
| 0 tot ongeveer 6 maanden | Niet nodig; het vocht komt uit borstvoeding of flesvoeding. Bij flesvoeding op een heel warme dag: een paar lepeltjes water naast de fles |
| 6 tot 8 maanden | Beginnen met een beker die jij vasthoudt terwijl je kind slokjes neemt; melk blijft de belangrijkste drank |
| 8 tot 12 maanden | Meestal kan je kind de beker zelf naar de mond brengen en drinken zonder al te veel te knoeien |
| Rond 1 jaar | Twee bekers melk van 150 milliliter en daarnaast ongeveer vier bekertjes water of lauwe thee zonder suiker |
| 1 tot 4 jaar | In totaal ongeveer 1 liter drinken per dag, melk meegerekend; daarnaast elke dag 300 milliliter halfvolle of magere zuivel |
Afmeten hoeft nergens in deze opbouw. Je zet water bij het eten, je kind neemt wat het wil, en in het eerste jaar komt de voeding uit de melk. Trekt je kind het hoofd weg of duwt het de beker weg, dan heeft het waarschijnlijk genoeg gehad.
De spreiding rond die eerste verjaardag is groot. Sommige baby’s drinken dan nog twee of drie keer per dag opvolgmelk, en dat is niet erg. Hoe de melkvoedingen over het jaar afbouwen staat in het voedingsschema per leeftijd; wat er na de verjaardag met melk gebeurt, staat bij koemelk na het eerste jaar.
Waarom de grens bij zes maanden ligt
Wat je ziet: een kind dat water krijgt, drinkt daarna soms minder melk. Sommige kinderen gaan vanzelf minder melkvoeding drinken zodra ze water krijgen, en andere kinderen moeten het drinken juist leren.
Wat daaronder zit: borstvoeding en flesvoeding bestaan grotendeels uit water, dus het vocht zit al in de voeding. Melk levert daarnaast de energie, het eiwit, het vet en de vitamines die een baby in die maanden nodig heeft, en water levert daar niets van.
Waarom het advies daarom werkt: bij warmte of dorst is vaker voeden het antwoord, want dan krijgt je baby vocht en voeding tegelijk. Voeden op verzoek betekent op zulke dagen simpelweg vaker aanbieden.
Het Voedingscentrum noemt geen reden waarom water onder zes maanden schadelijk zou zijn, en geeft ook geen maximum aantal milliliters. Het advies is dat water niet nodig is, omdat de melkvoeding in die maanden al genoeg vocht levert.
Water op een hete dag
Bij borstvoeding is extra water niet nodig. Moedermelk wordt bij warm weer vanzelf wateriger, en je kunt je kind wat vaker aanleggen.
Krijgt je baby flesvoeding, dan kun je op een heel warme dag naast de flesvoeding een paar lepeltjes water geven. Een hoeveelheid in milliliters staat daar niet bij; een theelepel is ongeveer 5 milliliter, dus het gaat om een paar slokken en niet om een fles.
Water bijmengen in de fles zelf is iets anders en doe je niet. Met te weinig poeder krijgt je baby minder voedingsstoffen binnen, en met te veel poeder wordt de voeding te geconcentreerd, wat kan zorgen voor overgewicht of uitdroging. Hoe je een fles klaarmaakt, staat bij flesvoeding in de praktijk.
Wil je meekijken of het genoeg is, tel dan de plasluiers. Minimaal vier per etmaal is daarbij de maat, en ze hoeven niet allemaal even vol te zitten, zolang er maar in geplast is. Bij een jonge baby die goed drinkt zijn er meestal vijf tot zes, en donkere, sterker ruikende plas past bij minder vocht.
Uit welke beker, en op welk moment
Begin met een gewone open beker die jij vasthoudt terwijl je kind slokjes neemt. Uit een gewone beker leert een kind beter slikken en zuigen en later ook beter praten; een tuitbeker, rietjesbeker of zuigfles knoeit minder, maar de ontwikkeling kan daardoor langzamer gaan.
Vul de beker maar voor een klein deel, bijvoorbeeld 20 tot 30 milliliter. Dan blijft het knoeien overzichtelijk en kantelt de beker makkelijker.
Verslikken en even hoesten komen voor, en soms komt er water terug. Dat komt doordat een klein kind nog niet goed kan slikken en de smaak nog niet kent, en het gaat beter naarmate je baby ouder wordt.
Bied water op verschillende momenten aan: bij de boterham, bij het fruithapje, bij het avondhapje, en tussendoor, bijvoorbeeld als je kind uit bed komt. Voor onderweg is een tuitbeker praktisch. Richting het eerste jaar drinkt je kind zelf uit een open beker, met wat hulp van jou.
Kraanwater, met drie uitzonderingen
Nederlands kraanwater is geschikt voor baby’s, ook voor het aanmaken van flesvoeding. Koken hoeft niet, ook niet als dat op de verpakking van de flesvoeding staat. Gebruik wel liever koud water uit de kraan, want leidingen kunnen bij warm water iets meer metalen afgeven.
Heb je loden leidingen in huis, gebruik dan geen kraanwater. Laat die leidingen vervangen en gebruik tot die tijd mineraalwater. Niet elk mineraalwater is daarvoor geschikt: op de verpakking staat of het geschikt is voor het maken van babyvoeding.
Zijn de leidingen of kranen in je woning korter dan drie maanden oud, laat de kraan dan eerst even stromen voordat je water afneemt; daarna kun je het gewoon gebruiken en is mineraalwater niet nodig. Water uit een eigen bron gebruik je niet voor flesvoeding, omdat daar te veel nitraat in kan zitten. Weet je niet wat voor leidingen je hebt, dan kan je gemeente of je waterbedrijf dat vertellen.
Wat vaak niet helpt
Water geven in plaats van een melkvoeding werkt bij een jonge baby niet, want water levert geen energie. De honger komt terug, en de melk die is overgeslagen komt er niet vanzelf bij.
Sap, diksap, aanmaaklimonade en frisdrank zijn niet nodig. Er zit vaak veel suiker in, en de suikers en zuren zijn niet goed voor de tanden. Ook honderd procent vruchtensap valt daaronder, en in lightvarianten zitten meestal ook zuren.
Thee met kaneel, venkel of anijs geef je in het eerste jaar liever niet, en van thee met zoethout niet meer dan één kopje per dag, vanwege de plantengifstoffen die erin zitten. Lauwe thee zonder suiker mag wel naast water, bijvoorbeeld kamille, rooibos, munt of thee van alleen fruit.
De hele dag met een beker rondlopen en sabbelen is iets anders dan water aanbieden op vaste momenten. Bij dreumesen en peuters kan een kind dat constant drinken krijgt, minder trek hebben tijdens de eetmomenten.
Speciaal babywater en speciale kinderdrankjes uit de winkel voegen niets toe. Kraanwater in een beker van huis doet hetzelfde en kost niets.
Als het bekerdrinken niet lukt
In de eerste weken kantelen veel kinderen de beker, knoeien ze en nemen ze bij toeval een slokje. Bied de beker een week of twee bij elke maaltijd aan zonder er iets van te maken; drinken uit een beker is een vaardigheid, en die komt met herhaling.
Lukt het na die twee weken nog niet, verander dan één ding tegelijk en houd dat een paar dagen vol: een andere beker, water op een ander moment van de dag, of jij die eerst zelf een slok neemt terwijl je kind kijkt. Duw de beker niet tegen de lippen en houd het hoofd niet vast, want dan wordt drinken iets om je tegen te verzetten.
Weigert je kind in het eerste jaar water, dan krijgt het nog genoeg vocht uit de melk. Drinkt je kind ook duidelijk minder melk, of zijn er minder natte luiers, laat dat dan bekijken. Drinkt je kind na de eerste verjaardag nog alleen uit een fles of tuitbeker, breng het dan ter sprake op het consultatiebureau.
Wanneer neem je contact op?
Bespreek het op het consultatiebureau als je twijfelt of je baby genoeg drinkt, als het bekerdrinken na de eerste verjaardag niet op gang komt, of als je niet weet of jouw kraanwater geschikt is. Bij zorgen over het drinken kun je terecht bij de huisarts of het consultatiebureau.
Bel dezelfde dag de huisarts of de huisartsenspoedpost als je denkt dat je kind te weinig vocht binnenkrijgt en je kind veel minder drinkt dan gewoonlijk, minder dan de helft, of meer dan twaalf uur geen natte luier heeft gehad.
Bel direct de huisarts of de huisartsenspoedpost als je kind minder of niet reageert als je iets zegt, niet makkelijk wakker te krijgen is, in de war is of bijna flauwvalt. Bel bij die twijfel ook direct als je baby jonger is dan drie maanden: Thuisarts.nl schrijft dat kinderen onder de twee jaar snel kunnen uitdrogen en baby’s onder de drie maanden al binnen 24 uur.
Noem bij het bellen ook wat er al gold voordat dit begon. Een hartziekte, een nierziekte en het gebruik van medicijnen voor een andere ziekte zijn redenen om dezelfde dag te bellen. Heeft je baby koorts en is hij jonger dan drie maanden, dan bel je altijd direct.
Geef in zulke situaties geen extra water in plaats van een voeding, maar laat de huisarts eerst kijken wat er aan de hand is. Gaat het om overgeven of diarree, dan geldt er een ander advies over wat je dan wél geeft, en dat verschilt van wat hierboven staat.
Hoe het met jou gaat
Ongerustheid over drinken komt ’s nachts harder aan dan overdag. Je kunt niet zien hoeveel er in gaat, bij borstvoeding al helemaal niet, en daardoor blijft de vraag hangen zonder dat er een antwoord op komt.
Je hoeft niet te wachten tot het volgende bezoek. Het consultatiebureau is er ook voor een telefoontje tussendoor, en je hoeft niet uit te leggen waarom je belt. Tel bij twijfel drie of vier dagen de natte luiers en noteer ze per keer, dan heb je een getal om te noemen.
Slokjes water bijhouden hoeft niet, voedingen wel
De slokjes water hoef je nergens te noteren. Wat wél inzicht geeft: de melkvoedingen en de natte luiers in BabyTracker, want die twee samen laten zien of je baby genoeg vocht binnenkrijgt, ook op tropische dagen.
Bronnen en verantwoording
- Voedingscentrum: Leer je baby water drinken
- Wat kun je beter niet geven aan je baby?
- Hoe maak ik de fles klaar?
- Wat geef ik te drinken? (dreumes en peuter). Thuisarts.nl: Hoe zorg ik dat mijn kind niet uitdroogt? (alle geraadpleegd augustus 2026)
De leeftijdsgrenzen, de hoeveelheden, het advies over de beker en het advies over kraanwater komen van het Voedingscentrum: Leer je baby water drinken; Wat kun je beter niet geven aan je baby?; Hoe maak ik de fles klaar?; en Wat geef ik te drinken? voor dreumesen en peuters. Geraadpleegd in augustus 2026.
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Mag een baby van 3 maanden water drinken?
Dat is niet nodig. In de eerste zes maanden komt het vocht uit borstvoeding of flesvoeding. Eén uitzondering: krijgt je baby flesvoeding en is het buiten heel warm, dan kun je naast de fles een paar lepeltjes water geven. Verder is vaker een voeding aanbieden het antwoord.
Hoeveel water mag een baby van 6 maanden?
Een bekertje bij de maaltijd, en je kind bepaalt zelf hoeveel daarvan naar binnen gaat. Afmeten hoeft niet. Tussen zes en acht maanden kun je beginnen met een beker die jij vasthoudt; melk blijft het hele eerste jaar de belangrijkste drank.
Mag een baby water bij warm weer?
Bij borstvoeding is dat niet nodig: moedermelk wordt bij warm weer vanzelf wateriger en je kunt vaker aanleggen. Krijgt je baby flesvoeding, dan kun je op een heel warme dag naast de fles een paar lepeltjes water geven. Vanaf de hapjesperiode mag water gewoon bij de maaltijd en tussendoor.
Mag ik flesvoeding aanlengen met extra water?
Nee. Houd de verhouding aan die op de verpakking staat. Met te weinig poeder krijgt je baby minder voedingsstoffen binnen; met te veel poeder wordt de voeding te geconcentreerd, wat kan zorgen voor overgewicht of uitdroging.
Is speciaal babywater nodig?
Nee. Nederlands kraanwater is geschikt voor baby's, ook voor het aanmaken van flesvoeding, en koken hoeft niet. Drie uitzonderingen: bij loden leidingen gebruik je mineraalwater waarvan op de verpakking staat dat het geschikt is voor babyvoeding, bij leidingen of kranen die korter dan drie maanden in huis zijn laat je de kraan eerst even stromen, en water uit een eigen bron gebruik je niet.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.