Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Voeding / Borstvoeding en flesvoeding combineren: zo bouw je de fles rustig in

Voeding

Borstvoeding en flesvoeding combineren: zo bouw je de fles rustig in

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 5 september 2026

Het is half negen ’s avonds. Je zit voor de zoveelste avond op rij op de bank voor de avondvoeding, en je partner kan weinig meer doen dan thee brengen.

Ergens onderweg heeft iemand je verteld dat borstvoeding alles of niets is.

Dat is niet wat er in de Nederlandse adviezen staat. Borstvoeding en flesvoeding combineren kan: de JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag beschrijft het als een gewone situatie, waarin naast gedeeltelijke borstvoeding kunstvoeding kan worden bijgegeven. Veel ouders doen het, bijvoorbeeld omdat het werk weer begint, en elke borstvoeding die je blijft geven, houdt zijn waarde.

Hieronder staat hoe je de fles rustig inbouwt, wat dat met je melkproductie kan doen en wat er over mengen wel en niet bekend is. Of je baby te weinig binnenkrijgt en bijvoeding nodig heeft, stelt dit artikel niet vast; dat overleg voer je met het consultatiebureau of een lactatiekundige.

In het kort

  • Borstvoeding en flesvoeding combineren kan: volgens de JGZ-richtlijn kan er kunstvoeding worden bijgegeven wanneer je deels borstvoeding geeft.
  • Bouw rustig op en vervang ongeveer elke vijf tot zeven dagen één borstvoeding door een fles, zodat je borsten en je baby kunnen wennen.
  • Je lichaam maakt melk op basis van vraag en aanbod; elke fles die een borstvoeding vervangt, kan de productie iets laten afnemen.
  • Wil je de productie op peil houden, dan kun je kolven op de momenten dat je baby een fles krijgt.
  • Houd je bij het klaarmaken van kunstvoeding altijd aan de verhouding water en poeder op de verpakking.
  • Twijfel je of je baby genoeg binnenkrijgt, of loopt het combineren niet, bel dan het consultatiebureau of een lactatiekundige.

Kan je borstvoeding en kunstvoeding combineren?

Ja, dat kan. In de richtlijn staat het zo: wordt er geen of gedeeltelijk borstvoeding gegeven, dan kan kunstvoeding worden bijgegeven, en vanaf zes maanden opvolgmelk.

Borstvoeding is dus geen alles-of-nietskeuze. Je kunt borstvoeding aanvullen met een of meer flessen kunstvoeding en bijvoorbeeld alleen ’s ochtends en ’s avonds de borst geven.

Aan de manier van voeden verandert verder weinig. Je blijft kijken naar de signalen van je baby, ook wanneer een deel van de voedingen uit de fles komt; hoe dat werkt, staat in voeden op verzoek.

Waarom veel ouders combineren

Combineren begint zelden met een groot besluit. Meestal is er een aanleiding:

  • het werk begint weer en je baby drinkt overdag bij de opvang, de oppas of je partner;
  • je partner wil ook voedingen doen, overdag of in de nacht;
  • jullie willen de nachten kunnen verdelen;
  • het consultatiebureau heeft geadviseerd om kunstvoeding bij te geven;
  • volledig aan de borst voeden kost je meer dan het je oplevert, en helemaal stoppen wil je niet.

Hoe je melkproductie werkt: vraag en aanbod

Je lichaam maakt melk op basis van vraag en aanbod. Hoe meer je baby drinkt, hoe meer melk je aanmaakt, en hoe leger en hoe vaker de borst wordt gedronken of gekolfd, hoe groter de aanmaak. Wordt er minder gevraagd, dan neemt de aanmaak geleidelijk af. Zo regelt je baby zelf dat er genoeg is.

Voor combineren is dit de sleutel: een fles die een borstvoeding vervangt, is voor je lichaam een signaal dat er minder melk nodig is. Dat gaat niet in één dag, en het betekent niet dat de borstvoeding meteen terugloopt.

Meer over dit systeem, en over wat je kunt doen als je twijfelt of je genoeg maakt, staat in hoe de melkproductie werkt.

Zo bouw je de fles rustig in

Het Voedingscentrum houdt voor het vervangen van borstvoedingen een rustig ritme aan: elke vijf tot zeven dagen één voeding. Dat ritme is beschreven voor afbouwen, en het werkt hetzelfde wanneer je bij één of twee flessen wilt blijven.

Zo krijgen je borsten de tijd om de hoeveelheid melk aan te passen, en heb je minder last van stuwing, het vol en gespannen raken van je borsten.

  1. Vervang één borstvoeding door een fles, op een moment van de dag dat jullie goed uitkomt.
  2. Geef je borsten en je baby ongeveer vijf tot zeven dagen om aan die ene fles te wennen.
  3. Wil je meer flessen geven, vervang dan pas daarna de volgende voeding.
  4. Stop met uitbreiden zodra je op het aantal flessen zit dat bij jullie past.

Welke voeding vervang je het eerst?

Wie weer gaat werken, houdt vaak de ochtend- en de avondvoeding aan de borst en laat overdag een fles geven, met afgekolfde melk of kunstvoeding. Het afwisselen van borst en fles gaat over het algemeen beter wanneer juist die twee voedingen aan de borst blijven.

Dit verschilt per gezin. De tabel geeft een indruk van wat veel ouders doen, geen norm.

Moment van de dagWat veel ouders doen
OchtendAan de borst, voordat de dag begint
OverdagEen fles, bijvoorbeeld bij de opvang, de oppas of je partner
AvondAan de borst, als rustige afsluiting van de dag
NachtWat voor jullie werkt: borst, fles of om de beurt

Een andere verdeling is net zo goed. Kijk naar hoe jullie dag loopt en welke voeding je zelf het liefst houdt.

Hoe vaak en hoeveel een baby per leeftijd ongeveer drinkt, staat in hoe vaak en hoeveel per leeftijd.

Wat combineren met je melkproductie kan doen

In de landelijke adviezen wordt het eerlijk benoemd: ga je deels kunstvoeding geven, dan is er een kans dat je melkproductie afneemt en dat borstvoeding geven lastiger wordt.

Dat is een kans, geen vaststaand gevolg. Sommige ouders combineren maandenlang stabiel; bij anderen loopt de borstvoeding verder terug dan ze wilden, omdat er niet vaak genoeg wordt aangelegd.

Wil je de productie op peil houden, dan kun je kolven op de momenten dat je baby een fles krijgt. Kolf je wanneer je anders de borst zou geven, dan blijft de vraag voor je lichaam gelijk; een garantie is het niet. Passende schema’s staan in kolfschema’s voor vier situaties.

Moedermelk en kunstvoeding in één fles?

Dit is de vraag waar veel ouders op uitkomen, en het antwoord is kort: de officiële Nederlandse voedingsadviezen leggen hier niets over vast.

Wat wel vastligt, is hoe je kunstvoeding klaarmaakt. Houd je altijd aan de verhouding water en poeder op de verpakking: met te veel poeder wordt de voeding te geconcentreerd, en dat kan zorgen voor overgewicht of uitdroging.

In de adviezen over combineren gaat het steeds over afwisselen: de ene voeding aan de borst, de andere uit de fles. Wil je moedermelk en kunstvoeding toch in één fles geven, overleg dan met het consultatiebureau of een lactatiekundige hoe je dat in jullie situatie aanpakt.

Welke kunstvoeding past erbij?

Daar hoef je niet lang voor in het schap te staan. Wat er in volledige zuigelingenvoeding zit, is in Europese wetgeving vastgelegd; een pak met ‘zuigelingenmelk’ of ‘volledige zuigelingenvoeding’ erop bevat alle voedingsstoffen die je baby tot zes maanden nodig heeft, ongeacht merk of prijs.

Vanaf zes maanden kan opvolgmelk, te herkennen aan ‘opvolgmelk’ of ‘opvolgzuigelingenvoeding’ op de verpakking. Een aparte soort omdat je combineert, is niet nodig.

Twijfel je welk pak bij de leeftijd van je baby past, dan denkt het consultatiebureau mee. Hoe je de fles vervolgens klaarmaakt en geeft, staat in hoe je een fles klaarmaakt en rustig geeft.

Als je baby de fles niet wil

Sommige baby’s drinken de eerste fles alsof ze nooit anders hebben gedaan. Andere baby’s duwen de speen weg of laten de melk uit hun mond lopen.

Drinken uit een fles vraagt een andere manier van zuigen dan drinken aan de borst. Sommige baby’s raken daar de eerste tijd van in de war, bij andere gaat het schakelen vanzelf.

Wennen mag klein beginnen. Het advies voor ouders die weer gaan werken is om tijdens het verlof al te oefenen: geef tussen de voedingen door een paar slokjes afgekolfde melk, 10 tot 20 milliliter.

Kies een rustig moment, niet wanneer je baby al overstuur is. Het kan helpen wanneer iemand anders dan jij de eerste flessen geeft, bijvoorbeeld je partner of oma.

Het went soms in dagen en soms in weken. Welke speen je kiest en wanneer je die vervangt, staat in hoe lang je een speen gebruikt.

Andere poep, spugen of onrust na de eerste flessen

Misschien zie je na de eerste flessen een andere luier. Dat hoeft niet vreemd te zijn: baby’s die kunstvoeding krijgen, poepen ongeveer een tot drie keer per dag.

Vervang je borstvoedingen door flessen, dan kan je kind tijdelijk last hebben van harde poep. Sommige ouders merken de eerste dagen ook wat meer onrust; een verklaring daarvoor leggen de adviezen niet vast.

Huilt je baby ontroostbaar, spuugt hij veel meer dan je van hem gewend bent of lijkt hij ziek, bel dan het consultatiebureau of de huisarts. Wat bij spugen gewoon is en wat niet, staat in krampjes en spugen.

Hoe zie je dat je baby genoeg binnenkrijgt?

Op dezelfde manier als bij volledige borstvoeding of volledige flesvoeding: je kijkt naar je baby in plaats van naar de klok.

Een tevreden baby, ongeveer zes natte luiers per dag en groei die het consultatiebureau volgt, zeggen samen meer dan de milliliters van één voeding. In de eerste weken zijn twee tot vijf poepluiers per etmaal daarnaast een goed teken. Meer daarover staat in natte luiers tellen.

Bij een combinatie telt alles mee, borst en fles samen. Houd je een paar dagen bij wat je gaf, dan heb je op het consultatiebureau een duidelijk verhaal: ‘Hij krijgt twee flessen van 150 milliliter en drinkt vier keer aan de borst’ zegt meer dan: ‘Hij krijgt af en toe wat bij.’

Combineren als opstap, of gewoon als blijvende vorm

Voor het ene gezin is combineren een tussenstap op weg naar stoppen. Voor het andere is het jarenlang de vaste vorm, bijvoorbeeld met alleen nog een ochtend- en een avondvoeding aan de borst. Allebei kan, en je hoeft daar vooraf niets over te beslissen.

Wil je op een gegeven moment helemaal stoppen, dan is dat een eigen onderwerp, met zijn eigen tempo. Hoe je dat aanpakt, staat in rustig afbouwen.

Wat vaak niet helpt

Een paar dingen lijken logisch, maar helpen meestal niet:

  • Bij elke onrustige dag meteen een fles bijgeven. Onrust kan ook bij een regeldag of een groeispurt passen, en juist vaker aanleggen geeft je lichaam dan het signaal om meer melk te maken. Twijfel je of je baby genoeg krijgt, overleg dan eerst met het consultatiebureau of een lactatiekundige.
  • Meerdere voedingen tegelijk vervangen. Je borsten kunnen dan vol en gespannen raken, en de productie zakt sneller dan je wilt.
  • Uit je hoofd bijhouden wie wat gaf. Aan het eind van de dag weet niemand meer of het nu twee flessen waren of drie; met voeding bijhouden in een app staat elke voeding op dezelfde plek, ook voor wie meevoedt.
  • Streng vasthouden aan een schema van de klok. Ook bij een combinatie kun je beter kijken naar de signalen van je baby.

Wanneer neem je contact op, en met wie

De meeste vragen over combineren kunnen wachten tot een gewoon contactmoment. Dit is de ladder, van rustig naar dringend:

  • Praat erover deze week met het consultatiebureau of een lactatiekundige: het combineren loopt niet, je twijfelt over je melkproductie, of je baby blijft de fles weigeren.
  • Bel dezelfde dag de huisarts: je baby drinkt duidelijk minder dan je van hem gewend bent, minder dan de helft, of er is meer dan twaalf uur geen natte luier geweest. Deze grenzen staan zo op Thuisarts.nl.
  • Bel direct, buiten kantooruren de huisartsenspoedpost: je baby is suf, moeilijk wakker te krijgen of reageert minder of niet wanneer je iets zegt.
  • En vertrouw je het niet, dan is dat op zichzelf al een reden om te bellen. Je hoeft niet eerst zelf vast te stellen wat er aan de hand is voordat je om hulp mag vragen.

Sommige baby’s hebben andere afspraken

Is je baby te vroeg geboren, had hij een laag geboortegewicht of is er een aandoening bekend, dan kunnen er voor jullie eigen afspraken gelden over voeden en bijvoeden.

Die afspraken met de verloskundige, kinderarts of het consultatiebureau gaan altijd voor op wat hier staat. Bij te vroeg geboren baby’s wordt vaak met de gecorrigeerde leeftijd gerekend.

Vergeet jezelf niet

Minder vaak de borst geven kan gemengde gevoelens oproepen, ook wanneer je zelf voor de fles koos. Je kunt opgelucht zijn over de ruimte en tegelijk iets missen; veel ouders herkennen dat.

Combineren is geen half werk; het is een van de vormen die de adviezen gewoon beschrijven, en jij bepaalt hoeveel borstvoedingen er blijven.

Er komt ook iets voor terug. Een fles betekent dat je partner, oma of de oppas een voeding kan overnemen, en dat jij een blok kunt slapen of een avond weg kunt.

Wordt het je allemaal te veel, ook los van het voeden, lees dan wat je kunt doen als het huilen te veel wordt.

In de app: voeding bijhouden

Bronnen en verantwoording

  • Voedingscentrum, “Weer aan het werk na je verlof”, “Borstvoeding afbouwen”, “Hoeveel borstvoeding heeft mijn baby nodig?”, “Wat is goede flesvoeding?”, “Hoe maak ik de fles klaar?” en “Kolven”
  • NCJ, JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag, 4.1.2 Kunstvoeding (volledige zuigelingenvoeding)
  • Thuisarts.nl (NHG), “Hoe zorg ik dat mijn kind niet uitdroogt?”
  • GroeiGids, “Normale of harde poep bij je baby” (geraadpleegd september 2026)

Gecontroleerd op 5 september 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Kan ik borstvoeding en kunstvoeding combineren?

Ja. In de Nederlandse richtlijnen staat dat er kunstvoeding kan worden bijgegeven wanneer je gedeeltelijk borstvoeding geeft. Bouw rustig op door ongeveer elke vijf tot zeven dagen één voeding te vervangen, dan kunnen je borsten en je baby wennen.

Mag ik moedermelk en kunstvoeding mengen in één fles?

De officiële Nederlandse voedingsadviezen leggen daar niets over vast. Houd je in elk geval altijd aan de verhouding water en poeder op de verpakking; borst en fles als aparte voedingen afwisselen is de vorm die de adviezen beschrijven. Wil je toch mengen, overleg dan met het consultatiebureau of een lactatiekundige.

Welke kunstvoeding kan ik naast borstvoeding geven?

Wat er in kunstvoeding zit, is wettelijk vastgelegd, dus het merk maakt niet uit. Tot zes maanden kies je volledige zuigelingenvoeding, daarna kan opvolgmelk. Twijfel je, dan kan het consultatiebureau meedenken.

Krijgt mijn baby krampjes van kunstvoeding naast de borstvoeding?

De ontlasting kan bij kunstvoeding veranderen: veel baby's poepen dan ongeveer een tot drie keer per dag, en bij de overstap kan je kind tijdelijk last hebben van harde poep. Sommige ouders merken de eerste dagen meer onrust. Is je baby ontroostbaar of ziek, of vertrouw je het niet, bel dan het consultatiebureau of de huisarts.

Loopt mijn melkproductie terug als ik flessen ga geven?

Dat kan, omdat de aanmaak reageert op hoe vaak er gedronken wordt. Kolven op de momenten dat je baby een fles krijgt, kan helpen om de productie op peil te houden. Het consultatiebureau of een lactatiekundige kan met je meekijken.

Hoe lang kan ik blijven combineren?

Daar staat geen einddatum voor. Je kunt ervoor kiezen om niet alle borstvoedingen te vervangen en bijvoorbeeld alleen 's ochtends en 's avonds de borst te blijven geven, zo lang jullie dat willen. Houd er rekening mee dat de productie kan teruglopen wanneer er weinig voedingen overblijven.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.