Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Huilen en krampjes / Huilen bij een baby: hoeveel gewoon is, wanneer het minder wordt en wat helpt

Huilen en krampjes

Huilen bij een baby: hoeveel gewoon is, wanneer het minder wordt en wat helpt

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 5 augustus 2026

Het is kwart over zes ’s avonds, je hebt gevoed, verschoond en gelopen, en het huilen gaat door. Je vraagt je af of dit bij deze leeftijd past of dat er iets aan de hand is.

Baby’s huilen in de eerste zes weken gemiddeld twee uur per dag, en rond acht weken wordt het bij de meeste baby’s duidelijk minder. Hoeveel een baby huilt verschilt sterk: het onderzoek achter de richtlijn vond een piek rond vier weken, met een spreiding van drie tot zes weken.

Dit artikel gaat over huilen in het algemeen; wat er bij jouw baby speelt, kan alleen een arts beoordelen. Hieronder staan de cijfers, wat je kunt proberen, en wanneer je belt.

In het kort

  • Baby’s huilen de eerste zes weken gemiddeld twee uur per dag.
  • Rond acht weken wordt het bij de meeste baby’s duidelijk minder.
  • Voorspelbaarheid, minder prikkels en stevig instoppen helpen volgens de richtlijn het meest.
  • Wordt het jou te veel: leg je baby veilig neer en loop weg. Schudden nooit.
  • Huilt je baby veel, of gaat het slecht met jou: bel het consultatiebureau.

Wat je ziet en hoort

Huilen klinkt bij een jonge baby voor bijna alles hetzelfde: honger, moeheid, een volle luier, te veel prikkels of behoefte aan nabijheid. Dat je er geen verschil in hoort, is een van de redenen dat deze maanden zo uitputtend zijn.

De JGZ-richtlijn spreekt van excessief huilen bij terugkerende en langdurige periodes van huilen, jengelen of onrust, die beginnen voor de leeftijd van vijf maanden, optreden zonder duidelijke oorzaak, en die je als ouder niet kunt voorkomen of oplossen. Bij die omschrijving hoort ook dat er geen koorts of ziekte is en dat groei en ontwikkeling niet achterblijven; daarom staan die drie verderop bij de belregels.

Dat je het niet kunt oplossen, is het zwaarste stuk: je doet alles wat je kunt bedenken en het houdt niet op. Baby’s die veel huilen doen dat volgens dezelfde richtlijn niet alleen langer, maar ook met ongeveer anderhalf keer het volume en twee keer de intensiteit van andere baby’s. Heb je het gevoel dat het bij jullie harder en heftiger klinkt dan bij anderen, dan kan dat dus kloppen.

Veel ouders vragen zich af of het iets betekent dat het huilen steeds rond hetzelfde tijdstip valt. De Nederlandse richtlijn beschrijft hoeveel baby’s huilen, niet op welk uur van de dag dat gebeurt. Waar het bij jouw baby valt, is iets wat je alleen zelf kunt zien.

Hoeveel een baby huilt, in cijfers

Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm.

LeeftijdWat de bronnen noemen
Eerste zes wekenGemiddeld twee uur per dag.
Rond vier wekenIn het ene patroon een piek van gemiddeld 100 minuten per etmaal; die piek valt ergens tussen drie en zes weken.
Geboorte tot acht wekenIn het andere patroon steeds ongeveer 86 minuten per etmaal, daarna een daling naar 46 minuten.
Rond acht wekenBij de meeste baby’s begint het duidelijk af te nemen.
Vanaf ongeveer elf wekenOngeveer zeventig minuten per dag.
Twaalf weken tot een jaarGemiddeld een half uur tot een uur per etmaal.

De twee bronnen tellen anders, en dat verklaart het verschil tussen die getallen. Thuisarts.nl geeft één gemiddelde voor de eerste zes weken. De richtlijn baseert zich op onderzoek met gegevens uit 57 studies in 17 landen, waarin twee patronen even goed pasten: ofwel een piek rond vier weken, ofwel een lange periode van veel huilen tot ongeveer acht weken. Welk van de twee bij jouw baby past, is vooraf niet te zeggen.

Bij de piek noemt de richtlijn een spreiding, van drie tot zes weken. Bij het moment waarop het duidelijk minder wordt, staat geen spreiding; daar noemt de richtlijn alleen de leeftijd van ongeveer acht weken. Wanneer die afname bij jouw baby komt, is dus niet uit de cijfers af te lezen.

Bij ongeveer 1 op de 10 baby’s is er sprake van veel huilen. Daarvan wordt gesproken als een baby meer dan drie uur per dag huilt, drie dagen of meer per week, en dat drie weken lang. In de internationale literatuur lopen de cijfers uiteen van 4 tot 20 op de 100 baby’s, afhankelijk van welke definitie wordt gebruikt. In de jeugdgezondheidszorg heet dit excessief huilen; dat woord kun je op het consultatiebureau tegenkomen.

Bij 5 van de 100 baby’s die veel huilen wordt een lichamelijke oorzaak gevonden, bijvoorbeeld een koemelkallergie of verstopping. Bij de andere 95 wordt er geen gevonden. Dat is geen reden om niet te laten kijken. Het is wel de reden dat een onderzoek bij het consultatiebureau of de huisarts meestal geen oorzaak oplevert, en dat dat op zichzelf geen slecht teken is.

Wijkt het huilen van je baby af van deze patronen, dan betekent dat volgens de richtlijn niet dat er iets ernstigs aan de hand is. Meestal valt het binnen de gewone variatie tussen baby’s.

Waarom baby’s in deze maanden zo huilen

Wat je ziet, is een baby die niet tot rust komt en die je met niets bereikt. Wat daaronder zit, beschrijft de richtlijn zo: in de eerste drie maanden kan een baby zichzelf nog niet reguleren. Hij is daarvoor aangewezen op co-regulatie, waarbij een verzorger met nabijheid, stem en aanraking helpt zijn toestand te stabiliseren.

Rond drie maanden lukt het reguleren beter, en daarmee neemt het huilen af. Daarom gaan de adviezen hieronder over voorspelbaarheid en rust en niet over het stoppen van het huilen: je neemt tijdelijk een stukje regulatie over dat je baby nog niet zelf kan doen.

Waarom de ene baby daarbij veel meer huilt dan de andere, is niet opgehelderd. De richtlijn zet verschillende verklaringen naast elkaar en schrijft erbij dat sommige wetenschappelijk onderbouwd zijn en andere omstreden. Genoemd worden onder meer temperament, onrijpheid van het zenuwstelsel, en spanning in het gezin die de wisselwerking tussen ouder en baby beïnvloedt.

Darmkrampjes worden vaak als oorzaak genoemd, maar volgens de richtlijn kunnen aandoeningen van maag en darmen maar in een klein deel van de gevallen als medeoorzaak worden aangewezen. Zie ook spugen en krampjes.

Bij een baby die te vroeg geboren is, gaat de richtlijn voor het verloop van het huilen uit van de uitgerekende datum en niet van de geboortedatum. Te vroeg geboren zijn vergroot ook de kans op veel huilen. Zie gecorrigeerde leeftijd.

Later verandert de rol van het huilen opnieuw. Vanaf een maand of zes gaan baby’s gerichter gebaren en geluiden maken om aan te geven wat ze nodig hebben, waardoor huilen minder vaak nodig is. Rond zeven tot negen maanden zetten ze het huilen ook gerichter in om je aandacht te vragen.

Wat je kunt proberen over de dag

De richtlijn zet voorspelbaarheid bovenaan. Het gaat er niet om dat je de klok volgt, maar dat de overgangen elke keer op dezelfde manier verlopen: van spelen naar verzorgen naar slapen, steeds bij de eerste tekenen van moeheid. Doordat het steeds gelijk gaat, hoeft je baby minder zelf te verwerken.

Daarnaast noemt de richtlijn minder prikkels en stevig instoppen. Met het licht omlaag, het geluid uit, minder mensen in de kamer en een strak opgemaakt bedje krijgt je baby minder prikkels om op te reageren. Wat meestal niets oplevert, is veel verschillende dingen kort achter elkaar proberen; dat staat in de module Begeleiden van de richtlijn.

Inbakeren is een derde optie, met voorwaarden. Er zijn aanwijzingen dat het baby’s tot ongeveer zeven weken helpt kalmeren, waardoor ze minder huilen en makkelijker in slaap vallen. Bij baby’s van acht tot dertien weken hebben regelmaat, voorspelbaarheid en minder prikkels juist het meeste effect, en is de richtlijn terughoudend met inbakeren.

Inbakeren kan niet bij koorts, in de eerste 24 uur na een vaccinatie, bij een ernstige luchtweginfectie, bij een spreidbroekje en bij bepaalde afwijkingen van de wervelkolom. De benen houden ruimte om te strekken en gespreid op te trekken, en inbakeren vervangt één laagje dekens. Beginnen kan tot de vierde maand en daarna niet meer, omdat het voor de zesde maand afgebouwd moet zijn; zodra je baby zich omdraait, bouw je het af. Laat op het consultatiebureau zien hoe je het doet voordat je ermee begint.

Wat je kunt proberen op het moment zelf

Loop eerst de gewone dingen langs. Twee minuten kijken scheelt vaak een half uur troosten. Vind je niets, ga dan door naar het troosten hieronder.

  • Honger, ook als de vorige voeding kort geleden was.
  • Een volle luier, of een luier die schuurt.
  • Een boertje dat nog in de weg zit.
  • Te warm of te koud aangekleed.
  • Een haartje dat strak om een teentje of vingertje zit; de richtlijn noemt dit als mogelijke oorzaak van pijn.
  • Pijn van iets zichtbaars, bijvoorbeeld luieruitslag.
  • Oververmoeidheid na een dag met veel prikkels of veel bezoek; zie een overprikkelde baby.

Hoe je troost als de gewone dingen niet helpen

De aanpak die in de richtlijn staat beschreven, combineert vijf handelingen. Ze werken het best samen en niet los van elkaar.

  1. Bakeren of stevig instoppen, zodat je baby begrensd ligt en minder schrikt.
  2. Neem je baby op de zij tegen je aan. Voor slapen leg je hem altijd op de rug.
  3. Maak zachte shh-geluiden vlak bij je baby.
  4. Wieg of wiebel het hoofdje met kleine, rustige bewegingen. Dit is iets anders dan schudden; daarover staat verderop meer.
  5. Laat je baby zuigen, bijvoorbeeld op een fopspeen.

Wat vandaag werkt, kan morgen niets doen. Blijft je baby huilen terwijl je alles hebt geprobeerd, houd hem dan tegen je aan. Thuisarts.nl schrijft dat er letterlijk bij: blijf je baby tegen je aan houden, ook al huilt je baby.

Reageren op huilen verwent een baby niet. De richtlijn beschrijft het omgekeerde: tussen drie en zes maanden gaat een baby actie en reactie herkennen, en als hij merkt dat er iemand komt, stopt hij sneller met huilen. Dat is een verandering over maanden en zegt niets over hoe vannacht verloopt.

Wat vaak niets oplevert

Van een aantal dingen die veel worden geprobeerd, is bekend dat ze weinig doen. Dat is nuttig om te weten, want het scheelt geld, gedoe en teleurstelling.

  • Venkel, pepermunt of suikerwater: er is onvoldoende bewijs dat dit het huilen vermindert.
  • Overstappen op hypoallergene, koemelkvrije of laaglactosevoeding bij een baby zonder koemelkallergie: het is onzeker of dat helpt. Ook een koemelkvrij of sojavrij dieet bij de moeder vermindert het huilen niet aantoonbaar.
  • Medicijnen tegen het terugstromen van maaginhoud: die hebben geen effect op het spugen.
  • Acupunctuur, chiropractie, osteopathie en manuele therapie: de werkzaamheid bij veel huilen is niet bewezen, en acupunctuur en manuele therapie kunnen soms juist meer onrust geven.
  • Steeds iets nieuws proberen: veel verschillende dingen kort achter elkaar is volgens de richtlijn meestal niet effectief. Geef één aanpak een paar dagen.
  • Roken in of om het huis: er is een verband gevonden tussen blootstelling aan tabaksrook en veel huilen, en dat is een van de redenen om je baby daar niet aan bloot te stellen.

Wissel niet zelf van voeding en haal niets uit je eigen voeding zonder overleg met het consultatiebureau, de huisarts of een lactatiedeskundige. Een vermoeden van koemelkallergie is volgens de richtlijn geen reden om te stoppen met borstvoeding, en of daar sprake van is, stel je niet zelf vast.

Draag je je baby veel, en valt hij daarbij op schoot of bij jullie in bed in slaap, bespreek dan op het consultatiebureau hoe je dat veilig doet. Juist bij uitputting is de kans reëel dat je zelf in slaap valt. Zie de basisregels voor veilig slapen.

Als het na vijf tot zeven dagen niet minder wordt

De richtlijn noemt hier een termijn. Leveren regelmaat, voorspelbaarheid en minder prikkels na vijf tot zeven dagen onvoldoende op, dan kan bij een baby van één tot zeven weken inbakeren daaraan worden toegevoegd. Bij een baby van acht tot dertien weken is het advies juist om die drie meer aandacht te geven en pas daarna aan inbakeren te denken. Overleg daarover op het consultatiebureau.

Loopt het huilen op tot meer dan drie uur per dag, drie of meer dagen per week, en houdt dat drie weken aan, leg het dan voor aan de verpleegkundige of arts van het consultatiebureau of aan je huisarts. Dat is de grens die Thuisarts.nl noemt. Zit je er eerder doorheen, dan is dat ook genoeg reden om te bellen.

Loopt het op een avond mis en merk je dat het niet meer gaat, dan is de volgorde uit de richtlijn: leg je kind op een veilige plek, zoals in bed of in de box; zoek iemand die het tijdelijk overneemt, een familielid, een vriend of een buur; en neem tijd om bij te komen. In als het huilen jou te veel wordt staat hoe je dat regelt voordat je het nodig hebt.

Schud een baby nooit, ook niet zachtjes en ook niet één keer. Het aantal gevallen van toegebracht schedelhersenletsel piekt in dezelfde weken waarin baby’s het meest huilen, meestal tussen de zesde en achtste levensweek. Vertel dit ook aan iedereen die op je kind past.

Wat je meeneemt naar het consultatiebureau

De jeugdgezondheidszorg werkt met een dagboek van 24 uur. Je noteert hoelang je baby huilt, hoeveel hij slaapt, hoelang hij tevreden wakker is, hoeveel tijd voeden en verzorgen kosten, en waar hij op dat moment is: in bed, op de arm, in de woonkamer of bij de opvang.

Praktisch werkt het zo: leg de lijst op een vaste plek en vul hem vijf tot zes keer per dag in, in blokjes van tien minuten. Duurt iets korter dan vijf minuten, dan vul je niets in. Houd je de slaapuren al bij met slaap bijhouden in een app, dan kun je die zo overnemen en hoef je op het formulier alleen de rest nog in te vullen. Gaat je baby een deel van de dag naar iemand anders, geef het dagboek dan mee.

Met concrete uren erbij kan de verpleegkundige of arts beter meedenken dan wanneer je zegt dat hij heel veel huilt, en na een paar weken zie je zelf of het minder wordt. Eén kanttekening: dat het huilen vaak samenvalt met een bepaald moment, betekent niet dat dat moment de oorzaak is. Zie ook een dagboek bijhouden en het consultatiebureau voorbereiden.

Wanneer je contact opneemt

Praat erover met de verpleegkundige of arts van het consultatiebureau, of met je huisarts, als je baby veel huilt. Vertel het ook als het met jou zelf niet goed gaat; Thuisarts.nl noemt dat er nadrukkelijk bij. De arts onderzoekt je baby, en meestal wordt er geen lichamelijk probleem gevonden.

Maak een afspraak bij de huisarts als je iets ziet van de volgende signalen. De richtlijn noemt ze als aanwijzingen die op een aandoening kunnen wijzen: het huilen wordt plotseling veel erger, je baby groeit minder goed, hij braakt bloed of gal, hij braakt met kracht, of er zit bloed bij de ontlasting.

Bel direct de huisarts, en buiten kantooruren de huisartsenspoedpost, als je baby jonger is dan drie maanden en koorts heeft van 38 graden of hoger. Dat geldt ook bij een kind met koorts dat daarnaast een van deze signalen van Thuisarts.nl laat zien:

  • minder goed reageert of moeilijk wakker te krijgen is;
  • kreunt, of blijft huilen en niet te troosten is;
  • moeilijk ademt of piepende geluiden maakt;
  • veel minder kleur in het gezicht heeft, bleek of vlekkerig;
  • vlekjes of stipjes op de huid heeft die niet wegdrukbaar zijn;
  • blauwe of grijze lippen heeft;
  • meerdere keren per uur braakt;
  • minder dan de helft van normaal drinkt;
  • langer dan twaalf uur niet geplast heeft;
  • in korte tijd steeds zieker wordt, of anders ziek is dan je gewend bent;
  • je je erge zorgen maakt over je kind.

De volledige lijst staat op Thuisarts.nl; zie ook koorts: wanneer bel je. Bij een levensbedreigende situatie bel je 112.

Wat al gold voordat het huilen begon, telt mee in de inschatting. Is je baby te vroeg geboren, had hij een laag geboortegewicht, was de bevalling zwaar, of is er een bekende aandoening: noem dat erbij, ook als het al een tijd geleden is.

Vertel bij het bellen sinds wanneer het anders is en wat er veranderde. Ga terug of bel opnieuw als het anders loopt dan besproken. Een eerdere beoordeling sluit een nieuwe niet uit.

Hoe het met jou gaat

Ouders van een baby die veel huilt worstelen volgens de richtlijn met gevoelens van frustratie, falen, onmacht, zelfverwijt en schuld. Ongeveer de helft voelt weleens boosheid of frustratie richting het kind. Dat gevoel hebben is iets anders dan er iets mee doen, en het zegt niets over wat voor ouder je bent.

De jeugdgezondheidszorg gebruikt vier vragen om te peilen hoe het gaat: is het huilen of de onrust van je baby de laatste tijd een probleem voor jou geweest, of ben je er van slag door geraakt; geldt hetzelfde voor je partner; heb je het gevoel dat je manieren hebt om je baby te troosten; en heeft je partner dat gevoel. Herken je jezelf in die vragen, dan is dat genoeg reden om het aan te kaarten.

Spreek de aflossing af terwijl het nog gaat. Zet op papier wie welke uren overneemt, vraag iemand om één of twee avonden per week, en ga er zelf dan echt even uit, bijvoorbeeld een kwartier.

Wil je erover praten zonder afspraak, dan is De Luisterlijn dag en nacht bereikbaar op 088 0767 000, en je blijft anoniem. Ben je bang dat het thuis misgaat, dan kun je gratis en anoniem bellen met Veilig Thuis op 0800-2000, ook dag en nacht en ook alleen voor advies.

Gaat het langer niet goed met je, bijvoorbeeld somberheid, angst of uitputting die niet meer wegtrekt, bespreek dat dan met je huisarts. Dat is een eigen hulpvraag en die staat los van je baby.

De zware uren in beeld

Een huil- of onrustmoment leg je in BabyTracker vast met één tik, met de duur als je die wilt; typen hoeft niet op het moment zelf. In het patroon over de week zie je op welke uren het bij jouw baby valt en of het minder wordt, ook in een week die aanvoelt als één lange dag. De app benoemt daarbij geen oorzaak: je ziet wanneer het gebeurde, en die uitleg staat er ook bij.

Bekijk baby slaap bijhouden

Het huil- en onrustpatroon in BabyTracker: per dag een rij met een streepje bij elk moment
Elke rij is een dag; de streepjes laten zien op welke uren de onrust zat.

Bronnen en verantwoording

  • Thuisarts.nl (NHG), Mijn baby huilt. Wat kan ik doen? (laatst gewijzigd 31 januari 2023)
  • Thuisarts.nl (NHG), Mijn kind heeft koorts (laatst gewijzigd 11 maart 2026)
  • NCJ, JGZ-richtlijn Excessief huilen, 2.2 Begrippen, 2.3 Normaal huilgedrag, 2.4 tot en met 2.9, module 5 Begeleiden en de bijlagen 6.1, 6.2, 6.3 en 6.5 (de richtlijn wordt herzien en blijft tot die tijd leidend voor de praktijk)
  • De Luisterlijn en Veilig Thuis voor de telefoonnummers (alles geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 5 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur per dag huilt een baby?

In de eerste zes weken gemiddeld twee uur per dag, en vanaf ongeveer elf weken zo'n zeventig minuten. Van twaalf weken tot een jaar is het gemiddeld een half uur tot een uur per etmaal. Het verschilt sterk per baby en per dag.

Wanneer wordt het huilen minder?

Bij de meeste baby's begint het rond acht weken duidelijk af te nemen. Bij dat moment noemt de richtlijn geen spreiding; bij de piek rond vier weken wel, van drie tot zes weken. Wijkt het bij jouw baby af, dan betekent dat volgens die richtlijn niet dat er iets ernstigs aan de hand is.

Verwen ik mijn baby als ik hem steeds oppak?

Nee. Tussen drie en zes maanden gaat een baby actie en reactie herkennen, en als hij merkt dat er iemand komt, stopt hij sneller met huilen. Reageren op huilen is dus geen verwennen.

Mijn baby is te vroeg geboren. Geldt hetzelfde verloop?

De richtlijn gaat bij te vroeg geboren baby's uit van de uitgerekende datum en niet van de geboortedatum. Te vroeg geboren zijn vergroot ook de kans op veel huilen. Reken het verloop dus vanaf de uitgerekende datum.

Wanneer is huilen een reden om te bellen?

Bel direct de huisarts bij een baby jonger dan drie maanden met koorts van 38 graden of hoger, en bij plotseling veel erger huilen, bloed of gal braken, of bloed bij de ontlasting. Huilt je baby veel zonder verdere klachten, bespreek het dan op het consultatiebureau.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.