Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Wanneer gaat een baby kruipen? En wat als je kind het overslaat

Ontwikkeling

Wanneer gaat een baby kruipen? En wat als je kind het overslaat

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Je legt je baby op de vloer met een speeltje een halve meter verderop. Hij komt op handen en knieën, wiegt heen en weer en blijft op dezelfde plek.

Doelgericht kruipen ontwikkelt zich tussen de zes en twaalf maanden. De spreiding is ruim: negen van de tien kinderen kruipen op handen en knieën op vijftien maanden, en een deel van de kinderen kruipt nooit.

Hieronder staat wat je in de aanloop ziet, waarom veel baby’s eerst achteruit gaan, wat je kunt doen en wanneer je het consultatiebureau laat meekijken.

In het kort

  • Doelgericht kruipen ontwikkelt zich tussen de 6 en 12 maanden.
  • Op 15 maanden kruipen 9 van de 10 kinderen op handen en knieën.
  • Een deel van de kinderen kruipt nooit en schuift bijvoorbeeld op de billen.
  • Vloertijd op een stroeve ondergrond, met iets net buiten bereik, is de oefening.
  • Verplaatst je kind zich rond 12 maanden niet: bespreek het op het consultatiebureau.

Wat je in de aanloop ziet

Kruipen begint met bewegingen die nog geen meter opleveren. Je baby duwt zich in buikligging omhoog op de onderarmen, draait om zijn eigen as en oefent met omrollen naar beide kanten.

Daarna volgt vaak tijgeren: schuiven met de buik over de vloer, waarbij je kind zich afwisselend links en rechts aan de onderarmen optrekt en zich soms met de benen afzet. De stap daarna gaat zo: eerst komen de billen van de grond, daarna volgen de schouders en de romp, en dan is kruipen op handen en knieën mogelijk.

In die tussenfase zie je bij veel kinderen het wiegen op handen en knieën zonder dat er iets gebeurt. Vaak hoor je er gemopper bij, want het speeltje is wel te zien en nog niet te pakken.

Wat gebruikelijk is, in cijfers

De jeugdgezondheidszorg werkt niet met een gemiddelde leeftijd, maar met de P90: de leeftijd waarop negen van de tien kinderen een stap laten zien. Wie later is, valt in die ene op de tien, en dat is voor de jeugdarts het punt om mee te gaan kijken.

Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm. De cijfers staan in bijlage 7 van de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling en komen uit het Van Wiechenonderzoek.

Stap9 van de 10 kinderen laten dit zien op
Rolt om van rug naar buik en andersom9 maanden
Zit stabiel los12 maanden
Tijgert vooruit, buik over de grond12 maanden
Trekt zich op tot staan12 maanden
Kruipt vooruit, buik vrij van de grond15 maanden
Loopt langs de bank of de tafel15 maanden
Loopt los18 maanden

Twee dingen vallen op. Tijgeren staat in het schema op twaalf maanden en kruipen op handen en knieën op vijftien maanden, terwijl veel baby’s het maanden eerder doen: rond de elf maanden tijgeren al ruim 92 van de 100 kinderen. En de richtlijn zegt er zelf bij dat er weinig wetenschappelijke bewijsvoering bestaat voor de leeftijden waarop deze mijlpalen bereikt zouden moeten zijn.

Waarom veel baby’s eerst achteruit gaan

Je kind zet zich af en het speeltje raakt verder weg in plaats van dichterbij. Dat kan weken duren en gaat vaak met gemopper gepaard.

Daaronder zit een verschil in tempo tussen boven- en onderlijf. De doelgerichte motoriek van de armen loopt één tot twee maanden voor op die van de benen. De armen duwen dus al mee terwijl de benen nog nauwelijks meedoen, en duwen op de handen brengt een lijf naar achteren. Sommige kinderen bewegen daardoor eerst achteruit omdat de armen in het begin sterker zijn dan de benen, en zodra de benen sterker worden, gaan ze vooruit.

Daarom levert het meer op om de omstandigheden te veranderen dan om de beweging voor te doen. Een stroeve ondergrond, kleding die niet om de knieën spant en een doel op een halve meter in plaats van drie meter schelen een reeks vergeefse pogingen. Je kind maakt zijn benen intussen sterker door in buikligging te oefenen, en dat is de manier om het kruipen te stimuleren.

Niet elk kind kruipt

Sommige kinderen komen nooit tot kruipen en sommige slaan een fase over, bijvoorbeeld het tijgeren. Er zijn ook kinderen die zich op een andere manier verplaatsen: de billenschuivers. Zij lopen vaak op een iets latere leeftijd los. Bij kinderen die op de billen schuiven kan een mengvorm van schuiven en kruipen ontstaan, of blijft het kruipen helemaal weg.

Er zijn daarnaast kinderen die graag zitten en rondkijken en het kruipen daardoor soms overslaan; zij gaan van los zitten verder naar staan en lopen. Voor de jeugdgezondheidszorg is niet alleen de vraag óf je kind zich verplaatst, maar ook hoe. Op het consultatiebureau letten ze op variatie in de beweging, op het gebruik van beide lichaamshelften, en of je kind zelf van liggen naar zitten komt.

Dat heeft een reden. Kinderen bewegen doorgaans op veel verschillende manieren en passen die bewegingen steeds beter aan de situatie aan. Beweegt een kind op jonge leeftijd juist steeds op dezelfde manier, dan is dat voor het consultatiebureau een reden om verder te kijken. De jeugdarts beoordeelt dat in samenhang met de rest van de ontwikkeling tussen 6 en 12 maanden.

Wat je kunt doen

Kruipen leer je een kind niet voor. Je regelt wel de ondergrond, het speeltje dat net buiten bereik ligt en de tijd die je kind op de vloer doorbrengt.

  • Laat je kind oefenen op een stroeve vloer of een yogamat, want die geeft meer grip dan een speelkleed dat wegglijdt.
  • Kies blote voeten en een broek die niet om de knieën spant, zodat je kind grip heeft en zich vrij kan bewegen.
  • Leg een speeltje of de favoriete knuffel net buiten bereik, of ga zelf op de vloer zitten en vraag je kind naar je toe te komen.
  • Leg je baby verspreid over de dag op de buik, wakker en met jou erbij, samen minstens dertig minuten per dag.
  • Zorg daarnaast voor minstens drie uur bewegen per dag, verspreid over de dag.

Kruipt je kind eenmaal, dan kun je het uitbouwen met een kussen om overheen te klimmen, een doorgang tussen twee stoelen of een doos als tunnel. Meer ideeën per leeftijd staan in spelen met je baby per leeftijd.

Wat vaak niet helpt

  • Een loopstoeltje. Kinderen die geen loopstoeltje hebben, leren juist sneller kruipen, en bij de trap is een loopstoeltje gevaarlijk.
  • Lang stilzitten in een autostoel, wipstoel of kinderstoel. Dat gaat af van de beweegtijd; het advies is niet langer dan een uur. Zie ook het autostoeltje en lang zitten.
  • Je kind rechtop neerzetten voordat hij zelf kan zitten. Dat wordt afgeraden; oefenen met zitten doe je met jou erbij en met steun.
  • Sokken op een gladde vloer. Grip is precies wat je kind nodig heeft om zich af te zetten.

Als het na twee weken niet op gang komt

Loop eerst de omstandigheden na en geef het twee weken. Ligt je kind elke dag meerdere keren op zijn buik, op een stroeve ondergrond, met ruimte om zich te draaien? Ligt er iets binnen een halve meter dat de moeite waard is? Zit hij overdag niet urenlang in een stoeltje?

Verandert er in die twee weken niets, dan is de volgende stap niet nog meer oefenen, maar laten meekijken. Verplaatst je kind zich rond twaalf maanden op geen enkele manier, dus ook niet tijgerend of billenschuivend, dan is dat het moment om het op het consultatiebureau te bespreken. Twaalf maanden is ook de leeftijd waarop negen van de tien kinderen tijgeren.

Wanneer je contact opneemt

De punten hieronder zijn bedoeld om te laten meekijken, niet om er zelf een oorzaak bij te zoeken. Bespreek het op het consultatiebureau, bij het eerstvolgende consult of eerder als je ermee zit:

  • Je kind verplaatst zich rond twaalf maanden op geen enkele manier vooruit.
  • Je kind gebruikt één lichaamshelft duidelijk minder dan de andere, of beweegt scheef.
  • Je kind schuift op de billen en komt niet zelf van liggen naar zitten.
  • Je kind kruipt op vijftien maanden niet op handen en knieën en verplaatst zich ook niet op een andere manier.
  • Er blijven meer stappen achter, niet alleen deze ene.

Kun je niet snel bij het consultatiebureau terecht en houdt het je bezig, maak dan overdag een afspraak bij je eigen huisarts. Is je baby te vroeg geboren, noem dat er dan bij: dan wordt er ook naar de gecorrigeerde leeftijd gekeken.

Voor spoed geldt de gewone route: op werkdagen overdag je eigen huisarts, en ’s avonds, ’s nachts, in het weekend en op feestdagen de huisartsen-spoedpost. Bel 112 als je kind in levensgevaar is, bijvoorbeeld als het niet meer reageert. Welke situaties daar verder onder vallen, staat op Thuisarts.nl.

Het huis op kniehoogte

Vanaf de eerste meter verandert de kamer. Maak één keer letterlijk op je knieën een rondgang door je huis: op die hoogte zie je wat er te pakken, te trekken en om te duwen valt.

De trap is het grootste risico. Een val van de trap is de belangrijkste reden waarom kinderen van nul tot en met drie jaar gewond raken, en kinderen van één en twee jaar lopen daarbij het meeste risico. Het gaat vaak mis op de trap zelf, naar boven en naar beneden, doordat een kind uit de armen van een ouder glijdt, of tijdens het spelen boven aan de trap. Ouders beseffen vaak niet dat een kruipend kind al de trap op kan klimmen.

  • Plaats traphekjes voordat je kind kan kruipen, boven én onder aan de trap, en doe ze altijd dicht.
  • Neem een hekje van minstens 75 centimeter hoog, met hoogstens 6,5 centimeter tussen de vloer en de onderkant, spijlen op 4,5 tot 6,5 centimeter en een slot dat je met één hand opent.
  • Kies geen harmonicahekje. Een kind kan eroverheen klimmen, met hoofd, armen of vingers klem raken, en het hekje kan met je kind de trap af rollen.
  • Berg schoonmaakmiddelen hoog op of achter een kinderslot. Jaarlijks belanden ruim duizend kinderen in het ziekenhuis na het eten of drinken van iets giftigs.
  • Houd knoopcelbatterijen weg, ook de spullen waar ze in zitten, zoals een autosleutel, een afstandsbediening of een waxinelichtje op batterijen.
  • Beveilig de stopcontacten waar je kind bij kan, en zet grote wandkasten en het televisiemeubel vast aan de muur, want kinderen klimmen erin en trekken ze om.
  • Knip lusvormige koorden van gordijnen en jaloezieën door, want een kind kan erin verstrikt raken.
  • Houd voorwerpen kleiner dan 3,5 centimeter van de vloer, zoals kralen en stukjes eten.

Een korte ronde over de vloer aan het eind van de dag werkt beter dan één grote opruimactie, want er komt elke dag weer iets bij.

Hoe het met jou gaat

Een kruipend kind vraagt meer aandacht dan een liggend kind, en die vermoeidheid merk je vooral aan het eind van de dag. Het scheelt als de traphekjes en de kastjes al klaar zijn in de weken voordat je ze nodig hebt, want dan hoef je het niet te regelen op de dag dat je kind je verrast.

Veel ouders vergelijken de ontwikkeling van hun kind met die van andere kinderen, terwijl baby’s zich allemaal op hun eigen manier en in hun eigen tempo ontwikkelen. De leeftijden in het schema hierboven zijn dan ook geen streefdatum: tussen gezonde kinderen is de spreiding groot.

Blijf je ermee zitten, schrijf dan een week lang op wat je precies ziet en op welke dag, en neem dat mee. Twee of drie concrete zinnen leveren op het consultatiebureau meer op dan een gevoel. Houdt het je eerder bezig, bel het consultatiebureau dan tussendoor; je hoeft niet tot het volgende consult te wachten. In het consultatiebureau voorbereiden staat wat je verder kunt meenemen.

De eerste meter, vastgelegd

De eerste keer tijgeren, de eerste echte meter kruipen: in BabyTracker leg je ze vast als mijlpaal, met een filmpje of foto in het dagboek erbij. Bij elke mijlpaal staat wanneer veel baby’s hem laten zien, met ruime marges, en jij legt vast wat er bij jullie echt gebeurde. Je kunt zo de ontwikkeling bijhouden in een app, zodat je bij een volgend consult terugziet wanneer je wat voor het eerst zag zonder dat je het uit je hoofd hoeft te halen.

Bekijk mijlpalen en fotos

Het mijlpalenscherm van BabyTracker met kruipen als mijlpaal
Kruipen als mijlpaal, met de datum en een foto erbij.

Bronnen en verantwoording

  • JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (NCJ), paragraaf 2.1.1 en 2.1.2 en bijlage 7 met de P90-waarden uit het Van Wiechenonderzoek
  • NCJ, Van Wiechenkenmerken 64 en 66
  • Nederlands Jeugdinstituut, motorische ontwikkeling van een baby
  • VeiligheidNL en Kinderveiligheid.nl, val van de trap en De 4 van Veilig Ontdekken
  • Thuisarts.nl, Spoed: wie bel je (geraadpleegd augustus 2026)

De leeftijden komen uit de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, paragraaf 2.1.1 en 2.1.2 en bijlage 7 met de P90-waarden uit het Van Wiechenonderzoek. De beschrijving van tijgeren en kruipen komt van de NCJ-pagina’s over de Van Wiechenkenmerken 64 en 66. De adviezen over vloertijd en bewegen komen van het Nederlands Jeugdinstituut, de veiligheidsadviezen van VeiligheidNL en Kinderveiligheid.nl, en de belroute van Thuisarts.nl. Alles geraadpleegd in augustus 2026.

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer beginnen baby's met kruipen?

Doelgericht kruipen ontwikkelt zich tussen de 6 en 12 maanden. De spreiding is ruim: op 15 maanden kruipen 9 van de 10 kinderen op handen en knieën, en een deel van de kinderen kruipt nooit.

Mijn baby kruipt alleen achteruit. Hoe komt dat?

De doelgerichte motoriek van de armen loopt één tot twee maanden voor op die van de benen. De armen duwen dus al terwijl de benen nog nauwelijks meedoen, en dan gaat een lijf naar achteren. Zodra de benen sterker worden, komen veel kinderen vooruit.

Mijn kind schuift op zijn billen. Is dat een probleem?

Billenschuiven is een van de manieren waarop kinderen zich verplaatsen; deze kinderen lopen vaak op een iets latere leeftijd los. Op het consultatiebureau kijken ze niet alleen óf je kind vooruitkomt, maar ook hoe: of er variatie in de beweging zit en of je kind zelf van liggen naar zitten komt.

Mijn baby van 10 maanden kruipt nog niet. Wanneer bel ik?

Op 10 maanden zegt dat op zichzelf weinig, want negen van de tien kinderen kruipen pas op 15 maanden op handen en knieën. Verplaatst je kind zich rond 12 maanden op geen enkele manier vooruit, ook niet tijgerend of billenschuivend, bespreek dat dan op het consultatiebureau.

Helpt een loopstoeltje bij het leren kruipen?

Nee. Kinderen die geen loopstoeltje hebben, leren juist sneller kruipen. Laat een kind met een loopstoeltje daarnaast niet bij de trap spelen.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.