Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Wanneer gaat een baby lopen? Van optrekken tot de eerste losse stapjes

Ontwikkeling

Wanneer gaat een baby lopen? Van optrekken tot de eerste losse stapjes

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Je kind is dertien maanden, schuifelt met één hand langs de bank en laat af en toe los. Op een verjaardag liep een kind van elf maanden alweer rondjes door de kamer, en sindsdien tel je de weken mee.

De helft van de kinderen zet de eerste losse stapjes rond de 12 maanden. Bij 98 van de 100 kinderen ligt dat moment tussen 8,2 en 17,7 maanden, en van de zes mijlpalen in de tabel hieronder heeft juist het loslopen de grootste spreiding.

Hieronder staat hoe het lopen zich opbouwt, wat je kunt doen, en wanneer je het consultatiebureau belt. Wat er bij jouw kind speelt, kan dit artikel niet zeggen; daar is iemand voor nodig die je kind ziet.

In het kort

  • De helft van de kinderen zet de eerste losse stapjes rond de 12 maanden.
  • Bij 98 van de 100 kinderen valt dat moment tussen 8,2 en 17,7 maanden.
  • Van de zes mijlpalen in de tabel heeft het loslopen de grootste spreiding.
  • Op het consultatiebureau ligt de grensleeftijd voor los lopen op 18 maanden.
  • Loopt je kind rond 18 maanden nog niet los, bel dan het consultatiebureau.

In de weken voor de eerste stap

Een kind dat bijna gaat lopen, laat dat op de grond zien. Het staat overal aan vast, laat steeds vaker één hand los, draait zich om terwijl het staat, en zakt door de knieën om iets te pakken. Die veranderingen gaan geleidelijk, en achteraf weet je vaak niet meer wanneer iets voor het eerst lukte; wil je de ontwikkeling bijhouden in een app, dan leg je zo’n stap in een paar tellen vast.

De stukken tussen bank en salontafel worden langer, en de handen gaan er steeds korter naartoe. Vallen hoort bij het oefenen; een kind valt laag, vaak achterover op de billen.

De eerste losse stapjes zien er nog niet uit als lopen: brede stand, armen omhoog voor de balans, korte pasjes, en na een paar meter weer naar de grond. Dat een kind daarnaast blijft kruipen, hoort bij deze fase, want kruipen gaat in het begin sneller.

Wat gebruikelijk is, in cijfers

Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm.

De getallen komen uit de WHO Multicentre Growth Reference Study en staan als tabel 2.1 in de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling. De middelste kolom is de leeftijd waarop de helft van de kinderen het kenmerk laat zien.

De rechterkolom loopt van het 1e tot het 99e percentiel. Daar valt 98 van de 100 kinderen tussen.

Wat je kind doetDe helft kan dit rond98 van de 100 kinderen tussen
Los zitten, tien seconden zonder met de handen te steunen5,9 maanden3,8 en 9,2 maanden
Staan met houvast aan een lage tafel of stoel7,4 maanden4,8 en 11,4 maanden
Kruipen op handen en knieën, met de buik van de grond8,3 maanden5,2 en 13,5 maanden
Langs lopen, minstens vijf stapjes met houvast9,0 maanden5,9 en 13,7 maanden
Los staan, tien seconden zonder iets vast te houden10,8 maanden6,9 en 16,9 maanden
Los lopen, minstens vijf stapjes zonder houvast12,0 maanden8,2 en 17,7 maanden

De leeftijden overlappen elkaar flink. Het loslopen heeft van deze zes mijlpalen de breedste spreiding: 9,5 maanden tussen het vroegste en het laatste kind, tegen 5,4 maanden bij het los zitten.

Een verschil van bijna een jaar tussen twee kinderen past dus binnen wat deze studie liet zien.

De volgorde ligt vaster dan de leeftijd, al geldt ook dat niet voor iedereen. Bij 9 van de 10 kinderen kwamen vijf mijlpalen in dezelfde volgorde, en ongeveer 4 van de 100 kinderen in dat onderzoek kroop nooit op handen en knieën.

Hoe de tussenstappen eruitzien, staat in wanneer gaat een baby kruipen en wanneer gaat een baby staan.

Op het consultatiebureau wordt niet met deze WHO-getallen gewerkt. Het Van Wiechenonderzoek gebruikt grensleeftijden: 15 maanden voor langs lopen en 18 maanden voor los lopen.

Dat is de leeftijd waarop 90 van de 100 kinderen het kenmerk laten zien, en dus ook: 10 van de 100 kinderen doen het later.

Er is twijfel of deze mijlpalen bruikbaar zijn voor kinderen die in Nederland wonen, en de wetenschappelijke onderbouwing van de grensleeftijden is beperkt. Daarom lees je hier bandbreedtes en geen streefleeftijd.

Waarom lopen zoveel tijd kost

Je ziet maandenlang een kind dat bijna loopt: het staat, het schuifelt, het laat los, en dan gaat het toch weer op handen en knieën verder. Dat lijkt op aarzelen en is het niet.

Eronder zit het evenwicht. Loopbewegingen zijn er al vanaf de geboorte: houd je een pasgeborene rechtop met de voetjes op een vlakke ondergrond, dan maakt hij stapbewegingen. Die verdwijnen meestal rond de derde of vierde maand.

Daarna komt de houdingsregulatie op gang. Vanaf 7 tot 8 maanden neemt de spieractiviteit toe die het evenwicht bewaart, en rond 9 tot 10 maanden is dat patroon voltooid.

Tussen 12 en 15 maanden komt daar het vooruit werken bij: het lijf neemt alvast een houding aan voordat de beweging begint.

Daarom draait het advies om gelegenheid en niet om oefening. Staan en lopen geven het zenuwstelsel informatie waarop het zich verder ontwikkelt, en die informatie ontstaat bij het zelf staan en zelf opnieuw beginnen.

Waarom het ene kind hier acht maanden over doet en het andere ruim zeventien, is niet verklaard. In die studie verschilden jongens en meisjes weinig van elkaar, en de deelnemende landen ook, terwijl kinderen onderling ver uit elkaar lagen.

Wat je kunt doen

Het meeste zit in gelegenheid: tijd op de grond, iets stevigs om je aan op te trekken, en een kamer die het aankan.

  • Zorg voor stukken van de dag waarin je kind vrij op de grond is, met iets stevigs op de goede hoogte om zich aan op te trekken. Daar gebeurt het oefenen.
  • Beperk de tijd in een stoeltje met weinig bewegingsruimte. Het advies is om het stilzitten in een buggy, autostoel of kinderstoel bij voorkeur niet langer te laten duren dan één uur achter elkaar; daarover gaat ook lang zitten in de autostoel.
  • Is je kind nog geen half jaar, dan is het advies over buiktijd concreet: minstens drie keer per dag onder toezicht wakker op de buik, tot het moment dat je kind zichzelf omrolt. Dat bouwt de stabiliteit van romp, schouders en bekken op.
  • Aan de handjes lopen mag als jullie het allebei leuk vinden. Er is geen advies over; je merkt vooral dat het zwaar is voor je rug.
  • Een stevige duwkar om achter te lopen vinden veel kinderen prettig. Ook daarover is geen advies, dus let vooral op het praktische punt: een kar die niet wegschiet als je kind zich eraan optrekt.

Loop de kamer ook een keer op kniehoogte rond. Een kind dat gaat staan, komt ineens bij dingen waar het eerst niet bij kon: een hete kop koffie op de rand van de tafel, kasten die kunnen kantelen, de trap.

Jeugdartsen lichten ouders juist hierover voor.

Spelletjes die bij deze fase passen, staan in spelen met je baby per leeftijd.

Blote voeten en schoenen: wat er wel en niet over vaststaat

Over schoenen voor kinderen die net leren lopen is er geen advies. Twijfelt de jeugdarts over het looppatroon, dan laat hij een kind met én zonder schoenen lopen, omdat het verschil tussen die twee hem iets vertelt.

Binnen heeft een kind geen schoenen nodig; buiten zijn ze er tegen kou, nattigheid en scherpe dingen.

Je kunt de maat in de winkel laten meten en hem regelmatig opnieuw controleren, want een schoen die knelt geeft rode drukplekken. Beweringen dat een schoen de voet of de enkel zou vormen, staan niet in de adviezen.

Wat vaak niet helpt

Vier dingen komen rond het leren lopen steeds terug. Hieronder staat er per punt bij wat erover bekend is.

  • Een loopstoeltje om in te zitten. Dat wordt afgeraden, en de reden is het aantal ongelukken ermee. Over het effect op de motorische ontwikkeling is juist geen eenduidig bewijs gevonden, in geen van beide richtingen.
  • Vergelijken met leeftijdgenoten. Bij het loslopen is de spreiding 9,5 maanden breed, dus twee kinderen die even ver zijn in hun ontwikkeling, kunnen maanden uit elkaar lopen.
  • Rekenen met de kalenderleeftijd bij een te vroeg geboren kind. Het consultatiebureau kijkt naar de gecorrigeerde leeftijd, en dat scheelt bij deze mijlpalen soms maanden.
  • Wachten tot je kind eerst gaat kruipen. Ongeveer 4 van de 100 kinderen in de studie achter de tabel kroop nooit op handen en knieën en verplaatste zich op een andere manier.

Als je kind nog niet loopt

Stel dat je kind 15 maanden is en nog geen stap los heeft gezet. Kijk dan eerst naar de tussenstappen in plaats van naar de eindstap.

Trekt je kind zich op tot staan, loopt het met houvast langs de bank, blijft het een paar tellen los staan? Zijn die er alle drie, dan is de opbouw aan de gang, en de bandbreedte uit de tabel loopt nog ruim door na de 15 maanden.

Ontbreekt een van die tussenstappen, of zie je één been dat anders beweegt of minder gewicht draagt, bel dan het consultatiebureau en wacht niet op het volgende bezoek.

Hetzelfde geldt als je kind losse stapjes zette en die na een ziekteweek kwijt is: geef het een paar dagen, en bel als het niet terugkomt.

Schrijf voor dat gesprek in een paar zinnen op wat je kind nu wel kan en sinds wanneer. Dat helpt de jeugdarts, en het scheelt jou het zoeken naar woorden. Wat je verder aan zo’n bezoek hebt, staat in het consultatiebureau voorbereiden.

Schuift je kind op de billen in plaats van te kruipen? Die kinderen lopen vaak op een iets latere leeftijd los, en billenschuiven is een gewone variatie in de motorische ontwikkeling.

Wanneer je contact opneemt

Het consultatiebureau volgt de grove motoriek bij elk bezoek. Er zijn drie niveaus.

  • Noem het bij het eerstvolgende bezoek: je kind loopt rond 15 maanden nog niet met houvast langs meubels, of je twijfelt over de manier van bewegen.
  • Bel het consultatiebureau tussendoor voor een extra afspraak: je kind zet rond 18 maanden nog geen losse stapjes, staat of loopt vrijwel altijd op de tenen, gebruikt één been duidelijk anders dan het andere, of raakt kwijt wat het al kon.
  • Bel overdag de huisarts en buiten kantooruren de huisartsenspoedpost: je kind wil na een val of ineens niet meer staan of op een been steunen, of het heeft duidelijk pijn bij het bewegen.

De jeugdarts werkt met een vaste lijst met alarmsignalen. Daarop staan onder meer: niet kunnen staan of lopen vanaf 18 tot 20 maanden, steeds dezelfde scheve houding bij zitten, staan of lopen, constant op de tenen staan of lopen, en langs de eigen benen omhoogklimmen bij het opstaan.

Een alarmsignaal is voor de jeugdarts altijd reden om door te verwijzen, bijvoorbeeld naar een kinderfysiotherapeut of een kinderarts. Doorverwijzen betekent dat er iemand meekijkt; er is dan nog niets vastgesteld.

Gold er al iets voordat dit begon, zoals een vroeggeboorte, een bekende aandoening of een eerdere verwijzing voor de motoriek? Noem dat er meteen bij, want het bepaalt hoe er gekeken wordt.

Hoe het met jou gaat

Vergelijken gaat vanzelf, ook als je weet dat het nergens toe leidt. Veel ouders vragen zich af of het iets betekent dat hun kind later loopt.

Dat is niet duidelijk, en de cijfers erover zeggen niets over een individueel kind. De twee onderzoeken die erover gedaan zijn, spreken elkaar tegen.

In een Fins onderzoek onder ruim 12.000 kinderen hing het eerder bereiken van vroege mijlpalen samen met betere schoolprestaties op 16 jaar. In een Zwitsers onderzoek onder 222 kinderen kwam dat verband er niet uit, en samenhang is bovendien geen oorzaak.

Knaagt het aan je, schrijf de vraag dan op en neem hem mee naar het consultatiebureau, of bel er tussendoor naartoe. Je hoeft daar geen ander probleem voor te hebben.

Hoe het lopen daarna uitgroeit tot klimmen, rennen en traplopen, lees je bij de dreumes van 1 tot 2 jaar.

De eerste stapjes, vastgelegd

De eerste losse stapjes zijn misschien wel de meest gefilmde meters van het eerste levensjaar. In BabyTracker zet je ze als mijlpaal in het dagboek, met de datum en het filmpje of de foto erbij, en ziet iedereen in het gezin het meteen. Bij de mijlpaal staat wanneer veel kinderen hem zetten, met de ruime marges die erbij horen.

Bekijk mijlpalen en fotos

Het mijlpalenscherm van BabyTracker met de eerste stapjes als mijlpaal
De eerste stapjes als mijlpaal, met de datum erbij.

Bronnen en verantwoording

  • JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (NCJ), met tabel 2.1 uit de WHO Multicentre Growth Reference Study, de aanbevelingen in hoofdstuk 3.1, de alarmsignalen in bijlage 8.2 en de grensleeftijden van het Van Wiechenonderzoek in bijlage 8.7
  • NCJ, Van Wiechenonderzoek (geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer zet een baby de eerste stapjes?

De helft van de kinderen zet de eerste losse stapjes rond de 12 maanden. Bij 98 van de 100 kinderen valt dat moment tussen 8,2 en 17,7 maanden. Van de zes mijlpalen die daarbij vergeleken zijn, heeft het loslopen de grootste spreiding.

Mijn kind is 15 maanden en loopt nog niet los. Is dat te laat?

Op het consultatiebureau ligt de grensleeftijd voor los lopen op 18 maanden, en ook op die leeftijd doet 10 van de 100 kinderen het nog later. Kijk naar de tussenstappen: optrekken tot staan, langs de bank lopen, een paar tellen los staan. Ontbreekt daar iets van, bel dan het consultatiebureau.

Heeft mijn kind schoentjes nodig om te leren lopen?

Er is geen advies over schoenen voor beginnende lopers. Binnen heeft een kind ze niet nodig; buiten zijn ze er tegen kou, nattigheid en scherpe dingen. Je kunt de maat laten meten en hem regelmatig opnieuw controleren.

Mijn kind loopt op zijn tenen. Wat betekent dat?

Dat kan verschillende dingen betekenen, en het consultatiebureau is de plek om het te laten zien. Constant op de tenen staan of lopen staat op de lijst met alarmsignalen die de jeugdarts gebruikt. Loopt je kind vrijwel altijd op de tenen, noem het dan, en wacht niet op het volgende bezoek.

Is een loopstoeltje handig om te leren lopen?

Loopstoeltjes worden afgeraden, en de reden is het aantal ongelukken ermee. Over het effect op de motorische ontwikkeling is geen eenduidig bewijs gevonden, in geen van beide richtingen. Over een duwkar om achter te lopen is geen advies.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.