Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Je dreumes van 1 tot 2 jaar: lopen, praten en het eigen willetje

Praktische info en wat BabyTracker in dit jaar voor je doet

Je dreumes van 1 tot 2 jaar: lopen, praten en het eigen willetje

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 30 augustus 2026

Het is halverwege de ochtend en je kind loopt met korte wankele passen achter je aan door de gang. Zodra je hem oppakt om zijn jas aan te doen, zet hij het op een krijsen.

In dit tweede jaar komen drie dingen op gang: het lopen, de taal en het eigen willetje. Van de kinderen van rond de achttien maanden loopt ongeveer 95 van de 100 los, en met twee jaar maakt ongeveer 85 van de 100 zinnetjes van twee woorden.

Het tempo verschilt sterk per kind, en de spreiding staat hieronder telkens in de tabel. Hieronder staat ook wat je kunt doen en wanneer je het voorlegt; wat er bij jouw kind speelt, kan alleen het consultatiebureau of de arts bekijken.

In het kort

  • Rond 18 maanden loopt ongeveer 95 van de 100 kinderen los.
  • Begrijpen komt voor zeggen; met 2 jaar maakt ongeveer 85 van de 100 zinnetjes van twee woorden.
  • Driftbuien komen vooral tussen anderhalf en vier jaar voor en nemen daarna af.
  • Tot 4 jaar: twee bekertjes melk van 150 milliliter per dag en 10 microgram vitamine D.
  • Loopt of praat je kind met 18 maanden nog niet? Bespreek dat op het consultatiebureau.

Wat je merkt

Het jaar begint meestal met beweging. De eerste losse passen zijn kort, breed en wankel: de voeten staan verder uit elkaar dan de heupen en staan naar buiten gedraaid, de armen zijn wijd gespreid, en de schouders draaien nog nauwelijks mee. Omvallen gebeurt in het begin veel, meestal vanuit een lage stand.

Daarna komt het klimmen. Wat op een stoel of een bank staat is ineens bereikbaar, en veel kinderen sjouwen graag met spullen die bijna te zwaar voor ze zijn. Tegen het einde van dit jaar komen bij veel kinderen hurken en weer opstaan zonder handen erbij, en de eerste renpasjes.

In de taal merk je vaak eerst het begrijpen. Je kind kijkt de goede kant op als je iets vraagt, haalt zijn schoenen als jullie weggaan, en wijst of trekt je mee naar wat hij wil. De eerste woorden hoeven niet op volwassen woorden te lijken: tuut-tuut voor de auto of tapie-tapie voor gaan slapen telt in het onderzoek van het consultatiebureau gewoon mee, zolang het woord elke keer hetzelfde betekent.

En er komt protest bij. Zelf de lepel pakken, zelf de trap op, nee zeggen tegen iets wat gisteren nog leuk was, en zich slap laten vallen als je hem meeneemt. Dat komt doordat kinderen in deze periode steeds meer zelf willen doen en zelf willen bepalen wat er gebeurt, en dat kan niet altijd.

Wat gebruikelijk is, in cijfers

Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm. De getallen komen uit het Van Wiechenonderzoek van het NCJ, hetzelfde onderzoek dat het consultatiebureau bij elk bezoek gebruikt. De leeftijden staan er in weken; de maanden staan erbij ter oriëntatie.

Wat je kind doet, en op welke leeftijdBij hoeveel kinderen dat dan lukt
Los lopen, minstens drie passen, met 77 tot 78 weken (rond 18 maanden)Ongeveer 95 van de 100
Los lopen, met 79 tot 80 weken (ruim 18 maanden)Ongeveer 97 van de 100
Drie eigen woorden naast papa en mama, met 77 tot 78 weken (rond 18 maanden)Ongeveer 87 van de 100 jongens en 93 van de 100 meisjes
Vijf meter lopen en daarbij starten, wenden en stoppen, met 23 tot 24 maandenOngeveer 99 van de 100
Zinnetjes van twee woorden, met 24 maandenOngeveer 80 van de 100 jongens en 90 van de 100 meisjes

Lees zo’n regel van twee kanten. Van honderd kinderen van rond de achttien maanden lopen er ongeveer vijf nog niet los. Tegelijk is niet los staan of lopen op achttien maanden een alarmsymptoom, en is dit de leeftijd waarop het consultatiebureau er gericht naar kijkt. Het is dus geen leeftijd om zelf af te wachten.

Bij taal valt op dat jongens en meisjes in dit onderzoek verschillend scoren, en dat het verschil bij de tweewoordzinnen groter is dan bij de eerste woorden. Het gaat om groepen en niet om jouw kind: binnen beide groepen is de spreiding groot.

Voor slaap is gemeten dat een kind rond twaalf maanden gemiddeld 12,8 uur per etmaal slaapt, met een spreiding van 6,5 tot 16 uur, en rond achttien maanden gemiddeld 12,3 uur, met een spreiding van 8 tot 16 uur. Meestal is dat een lange nacht en overdag nog een slaapje. Hoe die uren zich over de dag verdelen, staat in hoeveel slaapt een baby.

Waarom het lopen er zo wankel uitziet

Wat je ziet, is een kind dat wijdbeens loopt met de armen wijd, en dat bijna niet kan draaien zonder om te vallen. Dat oogt onhandig, maar juist dit looppatroon is de houding die de minste kans geeft om het evenwicht te verliezen.

Wat eronder zit, is samenwerking. Het evenwichtsorgaan, de ogen en het gevoel in de voeten leveren allemaal informatie, en de spieren reageren daar tijdens elke stap op. De coördinatie, spierbeheersing en spierkracht zijn bij achttien maanden zo ver ontwikkeld dat een kind los kan lopen en zijn evenwicht kan houden door houding en beweging voortdurend aan te passen. Door de voeten breed en naar buiten te zetten maakt je kind zijn steunvlak groter.

Daarom werkt ruimte geven beter dan sturen. Blote voeten zijn nuttig, omdat je kind dan de ondergrond voelt en leert hoe de voet beweegt; antislipsokken doen binnen ongeveer hetzelfde. Een vloer zonder scherpe hoeken op hoofdhoogte maakt een valpartij minder erg. Rond twee jaar wordt het gangspoor smaller en kan een kind vijf meter lopen en daarbij starten, wenden en stoppen zonder uit balans te raken. De hele opbouw van optrekken tot lopen staat in wanneer gaat een baby lopen.

Waarom een dreumes driftig wordt

Een driftbui ziet er van buiten bij bijna elk kind hetzelfde uit: krijsen, zich op de grond laten vallen, ontroostbaar huilen en soms slaan of bijten. Het gebeurt thuis, en het gebeurt in de supermarkt.

Onder zo’n bui zit een aantal dingen tegelijk. Kinderen willen in deze periode steeds meer zelf doen en zelf bepalen, ze raken overweldigd door hun eigen gevoelens, ze hebben die gevoelens nog niet in de hand, en ze hebben er de woorden nog niet voor. Er zit dus een gat tussen wat je kind wil en wat het kan uitleggen. Wat overblijft, is boosheid.

Daarom helpt het om de boosheid hardop te benoemen in makkelijke woorden. Door de emotie te horen voelt je kind zich begrepen en leert het die emotie herkennen, en korte herhaling helpt het rustig worden. Een redenering in lange zinnen komt op dat moment niet aan, want daar is de taal nog niet.

Over het verloop is meer bekend: driftbuien komen vooral voor bij kinderen tussen anderhalf en vier jaar, en vanaf het derde jaar worden ze bij de meeste kinderen minder vaak. Het ene kind heeft er meer last van dan het andere, en dat hangt ook samen met het temperament van je kind.

Bewegen: het huis opnieuw doorlopen

Zodra je kind loopt en klimt, verandert de hoogte waarop het huis gevaarlijk is. Loop het daarom nog een keer door, nu op de hoogte die je kind zelf kan bereiken:

  • Zet kasten en boekenplanken vast aan de muur, want een open lade is voor een dreumes een opstapje.
  • Kijk opnieuw naar de trap: een hekje boven werkt alleen als er ook een beneden staat, anders klimt je kind onderaan alsnog omhoog.
  • Haal hete dranken en snoeren van tafelranden weg, want alles wat over een rand hangt wordt naar beneden getrokken.
  • Berg kleine voorwerpen zoals knikkers en knoopcelbatterijen buiten bereik op; naast voedsel zijn ook knikkers en batterijen een oorzaak van verstikking.
  • Geef ruimte om te oefenen. Een lege gang, een tuin of een speeltuin doet meer voor het lopen dan oefenen aan de handjes.

Taal: wat je op een dag kunt doen

Taal groeit in dit jaar vooral uit gewone gesprekjes, en die passen in wat je toch al doet. Het idee is steeds hetzelfde: je kind hoort woorden bij iets wat het op dat moment ziet of voelt, en krijgt de beurt om te antwoorden.

  • Benoem wat je doet terwijl je het doet, bijvoorbeeld bij het aankleden of het uitpakken van de boodschappen, zodat het woord en het ding samenvallen.
  • Wacht na je vraag een paar tellen langer dan je gewend bent, want je kind heeft tijd nodig om een woord te zoeken.
  • Herhaal wat je kind zegt in een iets langere vorm. Zegt hij bal, dan zeg jij dat de bal rolt; zo hoort hij de volgende stap zonder verbeterd te worden.
  • Lees elke dag hetzelfde boekje als je kind daarom vraagt. Je kind onthoudt woorden juist doordat het ze steeds opnieuw hoort.
  • Reageer op wijzen en gebaren alsof het een zin is, want voor je kind is het dat ook. Meer over de eerste woorden staat in wanneer zegt een baby mama.

Eten met een dreumes

Vanaf de eerste verjaardag eet je kind grotendeels mee met wat jullie eten, en mag gewone koemelk als drinken. Voor kinderen tot vier jaar worden twee bekertjes van 150 milliliter melk of melkproducten per dag aangehouden, en het is beter je kind niet de hele dag door te laten drinken, omdat het dan misschien minder trek heeft op de eetmomenten.

Wisselende eetlust is in dit jaar het gewone beeld. Je hoeft je geen zorgen te maken als je kind een keer of een poosje wat slechter eet, je kunt het blijven proberen, en een kind dat groeit en levendig is krijgt genoeg binnen. Twijfel je over de groei, dan is de groeicurve van het consultatiebureau daarvoor de maat, en niet een enkele maaltijd.

Elke dag 10 microgram vitamine D gaat door tot vier jaar, in druppels of als tabletje. Speciale dreumesmelk of peutermelk is niet nodig; daar zitten soms zelfs meer calorieën in dan in gewone halfvolle melk.

Verslikken is in deze leeftijdsgroep het risico dat je zelf het sterkst kunt verkleinen. Voedsel is de grootste oorzaak van verstikking, en in 2012 kwamen er in Nederland 110 kinderen van 0 tot en met 5 jaar door verstikking op de spoedeisende hulp terecht; een recenter cijfer is er niet.

  • Snijd ronde en ovale dingen zoals druiven en snoeptomaatjes in de lengte doormidden of in kleinere stukjes, want anders kan zo’n stuk de luchtpijp precies afsluiten.
  • Wees voorzichtig met hele noten, pinda’s, popcorn, knakworstjes, kauwgom en snoepjes, en kijk ook in mueslibollen of er hele noten in zitten.
  • Maak harde stukken zachter: rasp de appel, of kook of stoom hem even. Peulvruchten zoals kikkererwten kun je een beetje pletten.
  • Laat je kind rustig zitten tijdens het eten, ook bij een stukje fruit, en blijf erbij. Een kinderstoel aan tafel maakt dat makkelijker vol te houden.
  • Sap, frisdrank, koek en snoep worden voor dreumesen en peuters afgeraden, omdat er veel calorieën en weinig voedingsstoffen in zitten.

Slapen in het tweede jaar

Ergens tussen de twaalf en achttien maanden gaan de meeste kinderen van twee slaapjes naar één middagslaapje. Die overgang duurt vaak een paar weken en verloopt rommelig, omdat het oude ritme niet meer past en het nieuwe nog niet lukt. Hoe je zo’n overgang herkent en opvangt, staat in dutjes: van twee naar één.

  • Houd de avond in dezelfde volgorde, ook in de rommelige weken, want herkenning doet op deze leeftijd meer dan elke week iets nieuws proberen.
  • Klimt je kind uit bed, zet dan een lager bed neer of een bed met uitvalbeveiliging, zodat hij er niet overheen hoeft te klauteren.
  • Loop de slaapkamer opnieuw na op stopcontacten, losse snoeren en koorden, want een kind dat uit bed kan, gaat ’s ochtends zelf op onderzoek uit.
  • Een dekbed wordt de eerste twee jaar afgeraden, omdat het te warm kan zijn en je kind er met het hoofd onder kan komen. Een slaapzak in de goede maat is tot die tijd het alternatief.
  • Vanaf twee jaar mag een kind wel met een hoofdkussen slapen. De overige regels staan in veilig slapen.

Grenzen en driftbuien

De punten hieronder laten driftbuien niet verdwijnen, want dat lukt niet; ze maken de kans kleiner dat je erin belandt en helpen je er sneller uit.

  • Zorg voor een voorspelbare dag met vaste eet- en slaaptijden, want dan weet je kind wat er komt.
  • Kondig een overgang op tijd aan: nog twee keer bouwen en dan de jas aan. Je kind is met iets anders bezig dan jij en heeft die aanloop nodig.
  • Geef af en toe een keuze waarvan jij beide uitkomsten goedvindt, bijvoorbeeld de witte of de blauwe schoenen. Zo kiest je kind zelf, terwijl jij bepaalt waaruit hij kiest.
  • Ruim op wat niet mag, in plaats van er de hele dag nee tegen te zeggen. Dan loopt je kind minder vaak tegen een grens aan.
  • Houd de verwachting klein waar dat kan: lang aan tafel blijven zitten lukt op deze leeftijd nog niet.
  • Benoem tijdens de bui de boosheid in makkelijke woorden en leg in één korte zin uit waarom iets niet mag. Blijf in de buurt en wacht tot het minder wordt.
  • Geef aandacht zodra je kind rustig is, bijvoorbeeld met een knuffel en de opmerking dat het gelukt is om rustig te worden.

Wat vaak niet helpt

Een paar dingen die veel worden geprobeerd of aangeraden, met wat erover bekend is:

  • Toegeven om de bui te stoppen. De bui stopt dan inderdaad, maar je kind leert dat het door driftig worden zijn zin krijgt, en de kans wordt daarmee groter dat het vaker gebeurt.
  • Lang uitleggen midden in een driftbui. Korte zinnen die je rustig herhaalt komen wel aan, een redenering nog niet.
  • Straffen achteraf. Beloon juist het gewenste gedrag op het moment dat het er is, met een compliment waarin staat waarvoor het is.
  • Speciale dreumesmelk of peutermelk. Die is niet nodig naast gezond eten en het dagelijkse vitamine D-supplement.
  • Aan de handjes rondlopen om het lopen te versnellen. Los lopen komt op gang zodra de coördinatie, spierbeheersing en spierkracht zover zijn; er is geen bron die laat zien dat oefenen aan de handen dat moment vervroegt. Ruimte om zelf te oefenen doet meer.
  • Een dekbed of hoofdkussen voor de tweede verjaardag, om de reden die hierboven staat.

Als het niet werkt

Voor het moment waarop het escaleert, is er een volgorde. Slaat of schopt je kind, of gooit het met spullen, stop dan met waar je mee bezig bent en zeg in één korte zin wat er stopt en waarom, bijvoorbeeld dat het slaan ophoudt omdat het pijn doet. Houdt het niet op, ga dan met je kind naar een rustige, veilige plek en zeg rustig en duidelijk dat dit niet mag en dat jij blijft. Blijf erbij, reageer niet op het gedrag, en herhaal dezelfde zin tot je kind rustiger wordt of laat merken dat het getroost wil worden.

Lukt het jou zelf niet meer om rustig te blijven, zorg dan eerst dat je kind veilig is, bijvoorbeeld in de box of in bed, en neem een paar minuten afstand. Kom terug zodra je eigen ademhaling weer rustig is. Dit is een gewone stap, geen noodgreep.

Blijft eten of slapen wekenlang moeizaam en verandert er niets, ga dan niet elke week iets nieuws proberen. Houd een week bij hoe het gaat en neem dat mee naar het consultatiebureau; met een week aan gegevens wordt het gesprek daar concreter dan met een gevoel.

Wanneer je contact opneemt

Er zijn drie niveaus, elk met een eigen instantie.

Bespreek het bij het consultatiebureau, bij het volgende bezoek of tussendoor per telefoon, in deze situaties:

  • Je kind loopt met achttien maanden nog niet los, of staat nog niet zelfstandig. Dit is een alarmsymptoom, wat hier betekent dat er gericht naar gekeken wordt.
  • Je kind zegt met achttien maanden nog geen drie eigen woorden naast papa en mama.
  • Je kind maakt met twee jaar nog geen zinnetjes van twee woorden.
  • Je kind reageert niet op zijn naam, wijst niet naar wat het wil, of maakt weinig contact.
  • Je twijfelt over het horen of het zien.
  • Je kind verliest iets wat het al kon, in de beweging of in de taal.
  • Je kind eet langere tijd slecht en de groeilijn buigt af.
  • De driftbuien lopen zo hoog op dat jullie er samen niet meer uitkomen.
  • Je kind is te vroeg geboren, heeft een bekende aandoening, of er is eerder iets gevonden waar de arts naar keek. Bij te vroeg geboren kinderen wordt gerekend met de gecorrigeerde leeftijd.

Maak een afspraak bij de huisarts als je kind ziek is en het niet overgaat, of als je iets ziet wat je niet kunt plaatsen. Bij koorts staan de leeftijdsgrens en de belregel in koorts: wanneer bel je; de signalen zelf staan op Thuisarts.nl.

Bel direct de huisarts, buiten kantooruren de huisartsenspoedpost, als je kind moeilijk wakker te krijgen is of minder reageert dan je gewend bent, moeilijk ademt, of veel minder drinkt dan normaal. Verslikt je kind zich en raakt het buiten bewustzijn, bel dan 112. Probeer bij verslikken voorzichtig het stuk met twee vingers uit de keel te halen, of klop met de vlakke hand op de rug tussen de schouderbladen.

Wat er in dit jaar op de kalender staat

In het Rijksvaccinatieprogramma vallen in dit jaar twee prikmomenten: met 12 maanden de DKTP-Hib-HepB en de pneumokokkenprik, en met 14 maanden de BMR en MenACWY. De uitnodiging komt vanzelf op naam, en die uitnodiging en het advies van het consultatiebureau gaan voor op elk schema dat je online leest. Hoe een prikafspraak verloopt, staat in vaccinaties in het eerste jaar.

Ondertussen groeit het gebit door: rond de derde verjaardag is het melkgebit van twintig tanden en kiezen meestal compleet, en poetsen blijft twee keer per dag met tandpasta die bij de leeftijd past. De volgorde en het poetsadvies staan in tandjes krijgen. Een bezoek aan het consultatiebureau bereid je voor zoals in consultatiebureau voorbereiden staat.

Hoe het met jou gaat

Dit jaar vraagt lichamelijk veel, en het vraagt ook veel van je hoofd. Je bent de hele dag op de been achter een kind dat overal op klimt, je onderhandelt over schoenen, en je krijgt daar in taal nog weinig voor terug. Veel ouders komen op een punt dat het niet meer gaat, en dat zegt niets over hoe je het doet.

Wat praktisch scheelt: spreek met een tweede volwassene af wie welke overgang doet, bijvoorbeeld het aankleden of het naar bed brengen, zodat je niet allebei de hele dag onderhandelt. Spreek ook af hoe jullie op een driftbui reageren. Bespreek dat met je partner, en weet daarbij dat jullie het allebei op je eigen manier mogen doen.

Merk je dat je vaker boos wordt dan je wilt, of dat je je kind liever even ontloopt, leg dat dan voor op het consultatiebureau. Dat is daar een gewoon onderwerp, en het gesprek gaat over hoe het met jullie allebei gaat. Loopt het huilen thuis uit de hand, dan staan de landelijke, gratis en anonieme hulplijnen in als het huilen te veel wordt.

Wat BabyTracker in dit jaar voor je doet

Rond de eerste verjaardag stoppen de meeste ouders met het uur-voor-uur bijhouden, en dat is prima. Wat overblijft zijn de dingen die je een paar keer per jaar nodig hebt, en juist die dingen liggen anders verspreid over een la, een mailbox en je geheugen. Wat er van de ontwikkeling bijhouden in een app overblijft, zijn losse momenten: het eerste woordje, een weging, een vraag die je wilt onthouden voor het volgende bezoek. Hieronder staat wat de app in dit jaar nog voor je doet.

Afspraken en vaccinaties op één plek

Het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma staat in de app als landelijke informatie, per prik met de leeftijd waarop hij meestal valt. Jij vinkt zelf af wat gegeven is, want de app neemt nooit aan dat het gebeurd is. De uitnodiging die je zelf krijgt en het advies van het consultatiebureau blijven leidend.

Bij een afspraak kun je de vragen zetten die je wilt stellen. Wat je om drie uur ’s nachts bedenkt over dat spugen of dat ene woordje, staat er de volgende week nog, zodat je niet in de wachtkamer staat te bedenken wat je ook alweer wilde vragen.

  1. Ga naar Afspraken en vaccinaties.
  2. Zet de datum van de volgende afspraak erin.
  3. Typ er je vragen bij zodra ze je te binnen schieten.
  4. Vink een vaccinatie af zodra hij gegeven is.

Het dagboek: het jaar waarin het snel gaat

De eerste stapjes, het eerste woordje, de dag dat hij ineens zelf de lepel pakt. In dit jaar gebeurt er veel waar geen tweede kans voor is. In het Dagboek zet je een foto met een paar zinnen erbij, of alleen een zin als je geen foto hebt.

Alles staat op datum en is alleen zichtbaar voor de mensen die jij in je gezin hebt uitgenodigd. Er bestaan geen openbare links, en de locatie die je camera ongemerkt in een foto zet wordt eruit gehaald voordat hij wordt opgeslagen. Met de knop bovenaan maak je er een pdf van, om te printen of naar familie te sturen.

Groei, temperatuur en documenten

De groeigrafiek loopt gewoon door: elke weging zet je erin, en bij elk punt op de lijn staat het gemeten getal. Is je kind ziek, dan leg je de temperatuur vast met de meetmethode erbij, want een oormeting en een meting in de billetjes leveren andere waarden op. De app zegt niets over wat een waarde betekent; het is een logboek voor jezelf en voor de dokter.

Brieven van het consultatiebureau en uitslagen fotografeer je of bewaar je als pdf, zodat ze op één plek staan in plaats van in een la of in iemands mailbox.

Als er een broertje of zusje bij komt

Je voegt het nieuwe kindje toe met een roepnaam en een geboortedatum. Daarna staan alle kinderen onder Meer, bij Kinderen, onder elkaar; met één tik kies je wie je in de app bekijkt. Elk kind heeft een eigen dagoverzicht, eigen grafieken en een eigen dagboek, dus er loopt niets door elkaar.

Welk kind actief is, onthoudt de app per toestel. Zo kan de een bij de baby zitten terwijl de ander naar de dreumes kijkt, zonder dat jullie schermen elkaar overnemen. Je betaalt niet opnieuw; tot vier kinderen horen bij hetzelfde gezin.

En als je wilt stoppen

Bijhouden mag ophouden wanneer jij dat wilt. Een dag zonder registraties levert geen opmerking op, en er komt geen melding die je aanspoort. Wil je alles bewaren, dan download je je gegevens als leesbaar bestand. Wil je weg, dan verwijder je je account en is het ook echt weg, inclusief de foto’s.

Bekijk groei volgen

Het kinderenscherm van BabyTracker met twee kinderen, hun leeftijd en de knop om er een toe te voegen
Onder Meer, bij Kinderen: tik op een naam om te kiezen wie je bekijkt.

Bronnen en verantwoording

  • NCJ, Van Wiechenonderzoek, kenmerken 39, 41 en 68
  • NCJ, JGZ-richtlijn Slaap (2026), 2.3 Normaal slaapgedrag, tabel 1 (geraadpleegd september 2026)
  • Voedingscentrum, Hoe krijgt je kind voldoende vitamine D binnen, Moet ik speciale dreumesmelk of peutermelk geven, Wat geef ik te drinken en Wat kan ik doen om te voorkomen dat mijn kind zich verslikt
  • VeiligheidNL, Veilig beddengoed voor kinderen, Voedsel grootste boosdoener van verstikking en het dossier Verstikking (cijfer over 2012)
  • RIVM en Rijksvaccinatieprogramma, vaccinatieschema 2026
  • Nederlands Jeugdinstituut, Peuter: driftbuien, omgaan met heftige emoties
  • Thuisarts.nl (overige bronnen geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 30 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat een kind lopen?

Van de kinderen van rond de achttien maanden loopt ongeveer 95 van de 100 los, en een paar weken later ongeveer 97 van de 100. Sommige kinderen lopen al met 10 maanden. Loopt je kind met 18 maanden nog niet los, bespreek dat dan op het consultatiebureau.

Mijn dreumes zegt nog weinig woordjes. Wat kan ik doen?

Begrijpen komt bij taal voor zeggen, en eigen woorden zoals tuut-tuut voor de auto tellen mee zolang ze steeds hetzelfde betekenen. Praat over wat je op dat moment doet en geef je kind een paar tellen om te antwoorden. Zegt je kind met 18 maanden nog geen drie eigen woorden naast papa en mama, leg dat dan voor op het consultatiebureau.

Hoeveel melk heeft een dreumes per dag nodig?

Voor kinderen tot vier jaar worden twee bekertjes van 150 milliliter melk of melkproducten per dag aangehouden. Dat kan halfvolle koemelk zijn, maar ook karnemelk, yoghurt of een sojadrank met calcium en de vitamines B2 en B12. Speciale peutermelk is niet nodig.

Mijn kind eet de ene week alles en de week erna bijna niets. Kan dat?

Wisselende eetlust is in dit jaar het gewone beeld. Een kind dat groeit en levendig is, krijgt genoeg binnen, en je kunt gerust blijven aanbieden. Eet je kind langere tijd slecht en buigt de groeilijn af, leg dat dan voor op het consultatiebureau.

Vanaf wanneer mag mijn kind een dekbed en een kussen?

Een dekbed wordt de eerste twee jaar afgeraden, omdat het te warm kan zijn en je kind er met het hoofd onder kan komen. Vanaf twee jaar mag een kind wel met een hoofdkussen slapen. Tot die tijd is een slaapzak in de goede maat het alternatief.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.