Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Praktisch / Vaccinaties in het eerste jaar: wanneer je kind aan de beurt is en hoe de afspraak gaat

Praktisch

Vaccinaties in het eerste jaar: wanneer je kind aan de beurt is en hoe de afspraak gaat

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Twee tot vier weken na de geboorte ligt er een envelop van het RIVM op de mat, met een uitnodigingsbrief, een folder en een vaccinatiebewijs. Ergens daarin staat een eerste datum, en meestal weet je dan nog niet wat er die ochtend gaat gebeuren.

De meeste kinderen krijgen hun eerste prikken rond drie maanden, en de eerste rotavirusdruppels rond zes tot negen weken. Begint je kind eerder, dan heeft dat te maken met de kinkhoestprik in de zwangerschap.

Hieronder staat het landelijke schema per leeftijd, waarom de prikken op die momenten vallen en wat er in de dagen erna kan komen. Je uitnodiging en het advies van het consultatiebureau gaan voor op wat je hier leest.

In het kort

  • Twee tot vier weken na de geboorte krijg je de uitnodiging vanzelf thuisgestuurd.
  • De prikmomenten in het eerste jaar liggen rond 3, 5 en 12 maanden.
  • Rotavirusdruppels gaan in de mond, rond 6 tot 9 weken en rond 3 maanden.
  • Neem de uitnodigingsbrief en het vaccinatiebewijs mee; deelname is gratis en vrijwillig.
  • Baby jonger dan drie maanden met 38 graden of hoger: altijd direct de huisarts bellen.

Hoe je de uitnodiging krijgt

Je hoeft niets aan te vragen. Na de geboorteaangifte is je kind bekend, en twee tot vier weken na de geboorte wordt de envelop met de uitnodigingsbrief, de folder Vaccinaties voor je kind en het vaccinatiebewijs vanzelf verstuurd. Voor de rondes daarna volgen aparte oproepen; ook na een verhuizing volgen die je adres, zolang dat is doorgegeven.

Bij jonge kinderen worden de vaccinaties op het consultatiebureau gegeven, tijdens een aparte prikafspraak of gekoppeld aan een gewoon bezoek. Het afspreken loopt via de jeugdgezondheidszorg in jouw gemeente. Deelname is gratis en vrijwillig, en je geeft voor elke vaccinatie opnieuw toestemming.

Wanneer je kind aan de beurt is

Dit is de landelijke opzet van augustus 2026. Het schema verandert af en toe, en de tabel geeft een richting, geen norm: jouw uitnodiging en het advies van de jeugdarts gaan voor.

LeeftijdWat er wordt gegeven
0 tot 2 weken, of in september of oktoberDe RS-prik. Kinderen die tussen oktober en maart geboren zijn krijgen die binnen twee weken na de geboorte; kinderen die tussen april en september geboren zijn krijgen hem in september of oktober.
6 tot 9 wekenDruppels tegen rotavirus. Kreeg je geen kinkhoestprik in de zwangerschap, dan komt hier ook een eerste DKTP-Hib-HepB-prik bij.
3 maandenDruppels tegen rotavirus, plus prikken tegen DKTP-Hib-HepB en pneumokokken.
5 maandenDKTP-Hib-HepB en pneumokokken.
12 maandenDKTP-Hib-HepB en pneumokokken. Bij kinderen die voor 2024 geboren zijn, viel deze ronde op 11 maanden.
14 maandenBMR en meningokokken ACWY.

Wat je kind per keer krijgt

DKTP-Hib-HepB is één prik tegen zes ziektes: difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B. Pneumokokken is een tweede prik. Rotavirus is geen prik, maar een paar druppels in de mond. Per keer krijgt een kind één of twee prikken.

De RS-prik werkt anders dan de rest. Daar zitten kant-en-klare afweerstoffen in; het lichaam van je baby maakt die afweer dus niet zelf, zoals bij de andere prikken wel gebeurt. De bescherming duurt ongeveer zes maanden, en daarom hangt het moment aan het RS-seizoen en niet aan een vaste leeftijd.

Voor kinderen die vanaf 1 januari 2024 geboren zijn, vallen de laatste DKTP-Hib-HepB en de laatste pneumokokkenprik op 12 maanden in plaats van 11 maanden. In dezelfde reeks wijzigingen is de tweede BMR-prik van 9 jaar naar ongeveer 3 jaar verschoven. Kom je oudere informatie tegen waarin 11 maanden staat, dan gaat die over kinderen die eerder geboren zijn.

Waarom je kind pas rond drie maanden begint

Het kind van iemand anders kreeg de eerste prik op zes weken en dat van jou pas op drie maanden, of andersom. Dat verschil komt door de kinkhoestprik in de zwangerschap.

Kreeg je die prik vanaf week 22, dan maakte je zelf antistoffen tegen kinkhoest aan. Die gaan via de placenta naar je kind, dat daardoor meteen na de geboorte al beschermd is. Die bescherming werkt in de eerste drie maanden goed, voor 90 procent of meer.

Omdat die eerste maanden gedekt zijn, kan de eigen serie een maand later beginnen, op drie maanden in plaats van twee, en zijn er drie DKTP-Hib-HepB-prikken nodig in plaats van vier. Kreeg je die prik niet, dan valt die dekking weg en krijgt je kind een extra DKTP-Hib-HepB rond zes tot negen weken. Ook bij een kind dat te vroeg geboren is kan er een extra dosis komen; de jeugdarts bespreekt dat met je.

Toestemming, en wat er wordt geregistreerd

Er wordt twee keer om toestemming gevraagd, en dat zijn twee verschillende dingen. De eerste gaat over de vaccinatie zelf; die wordt mondeling met je besproken en hoeft niet apart te worden vastgelegd. De tweede gaat over het doorgeven van de vaccinatiegegevens mét naam aan het RIVM, en die wordt sinds 1 januari 2022 apart gevraagd en in het digitale dossier vastgelegd.

Geef je geen toestemming voor het doorgeven op naam, dan gaan de gegevens zonder persoonsgegevens de landelijke registratie in. Je kind wordt gewoon gevaccineerd en de jeugdgezondheidszorg houdt de vaccinaties in het eigen dossier bij. Je krijgt dan geen landelijke oproepen en herinneringen meer, en je kunt het overzicht later ook niet landelijk opvragen.

De landelijke cijfers liggen daardoor lager dan het werkelijke aantal gevaccineerde kinderen. Van de kinderen die in 2023 geboren zijn, had op de leeftijd van 1 jaar 88,5 procent de eerste serie DKTP-vaccinaties gekregen. Dat is een onderrapportage: in 2025 kwam gemiddeld 2 procent van alle vaccinaties anoniem binnen, en die tellen niet mee.

Wat je vooraf regelt

Een prikafspraak vraagt weinig voorbereiding. Dit is wat je van tevoren klaarlegt of afspreekt.

  • Zet de datum in de agenda zodra de uitnodiging binnen is, want de oproepen voor de volgende rondes komen los van elkaar en een brief raakt makkelijk zoek.
  • Neem de uitnodigingsbrief mee, met de vragenlijst die erbij zit, en het vaccinatiebewijs; ben je die papieren kwijt, neem dan een identiteitsbewijs mee.
  • Trek je kind kleding aan waarbij een bovenbeen snel vrij is, want daar wordt bij baby’s meestal geprikt.
  • Laat je kind kort ervoor drinken, tenzij anders is afgesproken, zodat je vlak na de prik meteen de borst of een fles kunt aanbieden.
  • Schrijf je vragen op, want ter plekke schieten ze je zelden te binnen.
  • Neem iemand mee als dat kan: de een houdt je kind vast, de ander onthoudt wat er gezegd wordt.

Hoe de afspraak verloopt

Voor de prik stellen ze een paar vragen over hoe het met je kind gaat en of er bijzonderheden zijn. Dat is het moment om te melden dat je kind ziek is geweest, medicijnen gebruikt, te vroeg geboren is of na een vorige prik lang heeft gehuild.

Je kind zit bij je op schoot of ligt tegen je aan. Bij baby’s wordt meestal in het bovenbeen geprikt en soms in de bovenarm, en het zijn er één of twee per keer. De rotavirusdruppels gaan in de mond en zijn zo gegeven.

Zuigen troost, dus de borst, een fles, een speen of een vinger vlak na de prik helpt. Bij grotere kinderen werkt afleiding: iets om naar te kijken of naar te luisteren. Na afloop wordt op het vaccinatiebewijs bijgeschreven wat er is gegeven; kijk daar even bij, want dat is het exemplaar dat jij zelf houdt.

Wat er in de dagen erna kan gebeuren

Op de prikplek kan een rode plek, een zwelling of pijn ontstaan, en je kind kan last hebben bij het bewegen van dat been. Dat begint op de dag van de prik zelf en is binnen twee dagen over.

Daarnaast komen koorts, hangerigheid, veel huilen en onrustig of juist extra veel slapen voor. De meeste bijwerkingen ontstaan binnen 48 uur na de vaccinatie, en koorts is meestal binnen 1 tot 2 dagen weer weg.

Twee dingen wijken van dat tijdpad af. Na de rotavirusdruppels kunnen klachten in de eerste twee weken opkomen, meestal binnen 8 dagen. Na de BMR-prik op 14 maanden beginnen ze juist later, tussen dag 5 en dag 12 en soms tot dag 21, en dan gaat het vaak om koorts met vlekjes.

Schrijf op wat je zag en op welke dag. Bij de volgende ronde kun je dat melden, en dan kan het worden meegewogen.

Wat vaak niet helpt

Vier dingen worden vaak gedaan, en dit is wat erover bekend is.

  • Alvast paracetamol geven om koorts voor te zijn. Koorts heeft een signaalfunctie die verloren gaat als je die onderdrukt; paracetamol is bedoeld voor pijn of heftig huilen, niet als vaste maatregel. Overleg over wat je geeft met het consultatiebureau of de huisarts.
  • De afspraak afzeggen bij een lichte verkoudheid. Is je kind een beetje verkouden, dan kan het de prikken en druppels meestal gewoon krijgen. Bij koorts van 38 graden of hoger bel je wel eerst; dat is een reden om de prik later te geven.
  • Je kind extra warm inpakken bij koorts. Dunne kleding en genoeg te drinken werken beter, omdat de warmte er dan uit kan.
  • Antwoorden zoeken op sociale media. Daar staat veel dat niet klopt en dat je niet kunt narekenen. Op Rijksvaccinatieprogramma.nl staat erbij waar de informatie vandaan komt en wanneer die is herzien.

Als een afspraak niet doorgaat

Een afspraak die niet doorgaat, is een gewone situatie op het consultatiebureau; ze zijn eraan gewend en helpen je met een nieuwe datum. Zo pak je het aan.

  1. Heeft je kind op de ochtend zelf koorts van 38 graden of hoger, bel dan het consultatiebureau en vraag of het doorgaat.
  2. Lukt het om een andere reden niet, bel dan zodra je dat weet, ook als het kort dag is.
  3. Vraag meteen om een nieuwe datum, in plaats van te wachten op een nieuwe oproep.
  4. Vraag er in één moeite door bij wat het uitstel betekent voor de volgende prikken, zodat je weet waar je aan toe bent.
  5. Ben je verhuisd of was je in het buitenland, geef dat door en vraag hoe je weer aansluit.
  6. Noteer de nieuwe afspraak meteen met tijd en locatie, op dezelfde plek als de rest van de gezinsagenda.

Bijhouden wat er gegeven is

Het vaccinatiebewijs uit de envelop is jouw eigen exemplaar; bij elke afspraak wordt erop bijgeschreven wat er is gegeven. Bewaar het bij de papieren die je snel kunt vinden en maak er een foto van. Gaf je toestemming voor registratie op naam, dan kun je het overzicht later ook met DigiD opvragen via MijnRIVM.

Zet er zelf de datum bij en twee regels over wat je in de dagen erna zag. Wil je die aantekeningen bij de rest van je registraties houden, dan kun je ze ook kwijt in een baby tracker app op je telefoon, zodat je ze bij de volgende afspraak zo terugvindt. Ga je naar het buitenland, vraag dan vooraf wat daar nodig is; dat verschilt per land en per verblijfsduur.

Wanneer neem je contact op?

Vertel bij elk telefoontje ook wat er al gold voordat dit begon: dat je kind te vroeg geboren is, dat er een aandoening bekend is, dat het eerder een koortsstuip had, of dat het na een vorige prik heftig reageerde. De huisarts of de verpleegkundige weegt dat mee in het advies dat je krijgt.

Hieronder staan de signalen waarbij je belt.

  • Is je baby jonger dan drie maanden en heeft hij 38 graden of hoger, bel dan altijd direct de huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost, ook net na een prik. Dat is dezelfde regel als bij koorts zonder prik.
  • Bel de huisarts bij koorts die langer dan drie dagen duurt, of die terugkomt na een paar koortsvrije dagen.
  • Bel de huisarts of de huisartsenpost bij een stuip, waarbij je kind verstijft of schokt met armen en benen. Reageert je kind niet, ziet het blauw of heeft het het benauwd, bel dan 112.
  • Bel direct 112 bij een heftige reactie die snel opkomt: benauwdheid, zwelling van gezicht, lippen of keel, of jeukende bulten over het hele lichaam.
  • Blijft je kind ontroostbaar huilen, ook na drie uur, of blijven de klachten heftig en onduidelijk, bel dan het consultatiebureau of de huisarts.

Twijfel en vragen

Vragen stellen hoort bij de afspraak, ook kritische vragen. De jeugdverpleegkundige en de jeugdarts zijn degenen die ze kunnen beantwoorden, en zij zien de dossiers en de landelijke informatie waar het antwoord in staat.

Je krijgt een duidelijker antwoord als je een concrete vraag stelt dan wanneer je een algemeen gevoel beschrijft. “Wat zit er in dit vaccin”, “wat gebeurt er als we later beginnen” en “wat betekent het voor de volgende prikken als we deze overslaan” zijn vragen waar ze een antwoord op hebben.

Wil je meer tijd dan de minuten voor de prik, vraag dan bij het consultatiebureau een apart gesprek aan. Kies je ervoor om van het programma af te wijken, bespreek dan meteen hoe je later alsnog kunt aansluiten; ook dat gesprek kan gewoon gevoerd worden.

Hoe het met jou gaat

Veel ouders vinden het zwaar om de prik te zien gebeuren, en soms blijft er daarna nog een naar gevoel hangen terwijl het kind allang weer verder is. Vraag of degene die meekomt je kind vasthoudt als jij dat liever niet doet; dat kun je ter plekke nog zeggen.

Merk je dat je erover blijft piekeren, of dat je de volgende afspraak voor je uit schuift, leg het dan voor bij het eerstvolgende bezoek aan het consultatiebureau. Duurt dat langer dan een paar weken, bel er dan zelf voor en vraag om een apart gesprek.

Afspraken en prikken bij elkaar in de app

In BabyTracker staan afspraken met het consultatiebureau, de huisarts of het ziekenhuis op datum bij elkaar, met een herinnering vooraf als je die wilt. Het landelijke schema staat erbij als algemene informatie; het komt uit de backend van de app en wordt centraal bijgewerkt wanneer het programma landelijk verandert, zodat je nooit naar een verouderde versie kijkt. En de app gaat er nooit van uit dat een prik gegeven is: dat vink je zelf af, want de uitnodiging en het advies van het consultatiebureau zijn leidend. Wat er gegeven is en wat je opviel, noteer je erbij.

Bekijk herinneringen

Het afsprakenscherm van BabyTracker met vaccinaties en afspraken op datum
Het landelijke schema staat erbij; jij vinkt af wat gegeven is.

Bronnen en verantwoording

  • RIVM en Rijksvaccinatieprogramma.nl: vaccinatieschema, wijzigingen vaccinatieschema sinds 2025, kinkhoestprik voor zwangeren, RVP-richtlijn Uitvoering hoofdstuk 11 en 12, RVP-richtlijn Informed consent-procedure, rapport Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland verslagjaar 2026 (2026-0001)
  • Thuisarts.nl (NHG): Mijn kind krijgt prikken of druppels tegen ziektes, Mijn kind heeft klachten na een prik tegen ziektes, Mijn baby kan een prik tegen het RS-virus krijgen
  • Bijwerkingencentrum Lareb (geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer krijgt mijn baby zijn eerste prikken?

De meeste kinderen krijgen hun eerste prikken rond drie maanden, en de eerste rotavirusdruppels al rond zes tot negen weken. De datum in je persoonlijke uitnodiging gaat voor; het actuele landelijke schema staat op Rijksvaccinatieprogramma.nl.

Waarom begint het ene kind op zes weken en het andere op drie maanden?

Dat hangt af van de kinkhoestprik vanaf week 22 van de zwangerschap. Kreeg je die, dan is je kind via de placenta de eerste drie maanden al goed beschermd tegen kinkhoest en begint de eigen serie een maand later. Kreeg je die niet, dan komt er een extra prik rond zes tot negen weken.

Mijn kind is verkouden op de dag van de afspraak. Gaat het door?

Bij een lichte verkoudheid kan je kind de prikken en druppels meestal gewoon krijgen. Heeft je kind koorts van 38 graden of hoger, bel dan het consultatiebureau; dat is een reden om de prik later te geven.

Kan mijn kind koorts krijgen na een prik?

Koorts in de eerste dagen na een prik komt voor en is meestal binnen 1 tot 2 dagen weer weg. Voor een baby jonger dan drie maanden geldt de gewone regel: bij 38 graden of hoger bel je altijd direct de huisarts of de huisartsenpost.

Waar staat geregistreerd welke prikken mijn kind heeft gehad?

Op het vaccinatiebewijs dat je zelf bewaart, en in de landelijke registratie als je toestemming hebt gegeven om de gegevens op naam door te geven. Met die toestemming kun je het overzicht later digitaal opvragen met DigiD. Geef je die toestemming niet, dan komen de gegevens zonder naam binnen en krijg je geen oproepen; het bijhouden ligt dan bij jou en de jeugdgezondheidszorg.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.