Home / Kennisbank / Huilen en krampjes / Krampjes en spugen: wat je kunt doen en wanneer je belt
Huilen en krampjesKrampjes en spugen: wat je kunt doen en wanneer je belt
Je hebt net gevoed en je baby ligt tegen je aan. Hij trekt zijn beentjes op, wordt rood en kreunt, en op je schouder loopt de melk van die voeding alweer terug.
Bij een baby die goed groeit en geen koorts heeft, gaan die twee dingen bijna altijd vanzelf over. Rond acht weken is er een duidelijke afname van het huilen te zien, en spugen stopt bijna altijd voordat je kind een jaar is. Hoeveel en hoe lang het duurt, verschilt sterk per baby; de cijfers met hun spreiding staan hieronder.
Dit artikel wijst geen oorzaak aan bij jouw kind. Wel staat er wat je ziet, wat je kunt proberen, wat niet helpt, en bij welke signalen je het consultatiebureau of de huisarts belt.
In het kort
- Onrustige huilperiodes nemen rond acht weken af en zijn rond vier maanden meestal over.
- Spugen komt veel voor en stopt bijna altijd voordat je kind een jaar is.
- Wat helpt: rechtop voeden, laten boeren, het eerste half uur rechtop houden.
- Van venkel, suikerwater en chiropractie is geen effect gevonden.
- Bel direct bij koorts onder drie maanden, bloed bij overgeven of een suffe baby.
Wat je ziet
Bij de avondonrust trekken veel baby’s hun beentjes op, worden rood, kreunen en spannen hun buik aan. Vaak rond hetzelfde uur van de dag, en vaak zonder dat troosten meteen helpt. In de volksmond heet dat krampjes of darmkrampjes. In de JGZ-richtlijn wordt de voorkeur gegeven aan excessief of overmatig huilen, omdat het om tijdelijk gedrag gaat en de naam krampjes een oorzaak suggereert die niet is vastgesteld.
Bij spugen komt de melk uit de maag terug omhoog en geeft je baby het uit zijn mond weer af. Gaat het om een beetje, dan heet dat een mondje teruggeven; is het meer, dan noemen we het spugen. Wat eruit komt lijkt bovendien altijd meer dan het is: een eetlepel melk op een spuugdoek oogt als een halve voeding.
Een baby die spuugt kan er ook onrustig bij zijn, veel huilen of een gespannen lijfje hebben. Baby’s die borstvoeding krijgen spugen even vaak als baby’s die flesvoeding krijgen.
Wat gebruikelijk is, in cijfers
Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm. Het gaat om huilen over een heel etmaal, dus dag en nacht bij elkaar.
| Leeftijd | Gemiddelde huilduur per etmaal |
|---|---|
| Eerste 6 weken | Ongeveer 2 uur |
| Piek tussen 3 en 6 weken, meestal rond 4 weken | Ongeveer 100 minuten |
| Rond 8 weken | Duidelijke afname |
| Rond 11 weken | Ongeveer 70 minuten, daarna minder |
| 12 weken tot 1 jaar | Een half uur tot een uur |
Het onderzoek achter die cijfers bracht gegevens uit 57 studies in 17 landen samen, en kwam uit op twee patronen die even goed bij de gegevens pasten. In het ene lag er een piek rond vier weken, met een spreiding van drie tot zes weken, op ongeveer 100 minuten per etmaal. In het andere huilden baby’s vanaf de kraamweek tot acht weken doorlopend veel, gemiddeld 86 minuten per etmaal, waarna het zakte naar 46 minuten. Welk van de twee het echte patroon is, is niet uitgemaakt. Wat ze allebei laten zien, is de afname rond acht weken.
Waar de piek precies valt, verschilt dus per onderzoek: de ene bron houdt het op drie tot zes weken, de andere noemt de eerste zes weken als de periode met het meeste huilen. Meer over dat verloop staat in huilen: wat gewoon is.
Ongeveer 1 op de 10 baby’s huilt meer dan dit. Van excessief huilen wordt gesproken bij meer dan drie uur per dag, drie dagen of meer per week, drie weken lang. Wereldwijd komt dat bij 4 tot 20 van de 100 baby’s voor; die marge is zo breed omdat onderzoeken verschillende definities gebruiken.
Voor darmkrampjes geldt dezelfde drempel van drie uur per dag. Daarbij hoort dat de klachten gemiddeld rond zes weken op hun hoogst zijn, rond twaalf weken minder worden, en bij het merendeel van de baby’s rond drie tot vier maanden vanzelf verdwijnen.
Over spugen bestaan geen vergelijkbare cijfers per leeftijd. Wat er wel staat: gezonde baby’s spugen soms een paar keer per dag, ze hebben er meestal geen of weinig last van, en het stopt bijna altijd voordat je baby een jaar is.
Waarom dit gebeurt
Bij spugen is het mechanisme bekend. Je ziet melk terugkomen, meestal kort na een voeding. Daaronder zitten drie eenvoudige dingen: melk stroomt makkelijker terug omhoog dan eten, een baby ligt veel op zijn rug, en de druk in zijn buik is hoger dan de druk in zijn borst, waardoor melk makkelijker uit de maag omhoog wordt geduwd. Precies daarom werken de adviezen die met de zwaartekracht meewerken: rechtop voeden, goed laten boeren, en het eerste half uur na de voeding rechtop houden.
Het gaat vaker mis als er in één keer veel melk binnenkomt, als je baby veel lucht meedrinkt of gulzig drinkt, en als er vlak na de voeding druk met hem gedaan wordt. Dat zijn ook de vier dingen waar je iets aan kunt veranderen.
Bij de avondonrust ligt het anders: wat er precies gebeurt, is niet vastgesteld. De naam krampjes wijst naar de darmen, maar dat verband is nooit aangetoond. Het ligt zelfs omgekeerd: bij darmkrampjes geldt per definitie dat er geen lichamelijke oorzaak onder ligt, en bij minder dan 10 van de 100 baby’s met deze klachten wordt er alsnog een gevonden. Daarnaast is bij 5 van de 100 baby’s die veel huilen een lichamelijke oorzaak te vinden, bijvoorbeeld een allergie voor koemelk of moeilijk kunnen poepen.
Dat het gedrag op buikpijn lijkt, betekent dus niet dat het buikpijn is. Dat is ook de reden om terughoudend te zijn met middelen tegen buikkrampjes.
Huilen is de eerste vorm van communicatie tussen een baby en zijn verzorger, en in de eerste maanden helpt de verzorger de toestand van de baby te stabiliseren met nabijheid, aanraking en stem; dat heet co-regulatie. Daarom doen dragen, sussen en voorspelbaarheid in deze maanden het meeste. Je neemt dan over wat je baby zelf nog niet kan.
Bij en na de voeding
Deze punten richten zich op het spugen en op de lucht die meekomt. Geef een aanpassing een paar dagen voordat je iets anders probeert, anders weet je niet wat wat deed. Zet die dagen kort per voeding neer wat je deed en wat je zag, bijvoorbeeld door voeding bijhouden in de app, dan hoef je het achteraf niet uit je hoofd te reconstrueren.
Drinkt je baby gulzig en verslikt hij zich vaak, dan kan een sterke toeschietreflex meespelen; daarover gaat overproductie van melk.
- Houd je baby tijdens het voeden rechtop in plaats van plat; melk stroomt dan minder makkelijk terug.
- Het eerste half uur na de voeding rechtop houden werkt om dezelfde reden. Daarna is het handig om het nog even rustig te doen: niet te veel optillen, bewegen of spelen.
- Boeren laat de lucht eruit die je baby heeft meegedronken. Dat gaat het makkelijkst met het hoofdje, de armen en het bovenlijf over je schouder, terwijl je op de rug klopt. Het lukt niet bij elke baby; zie als boeren niet lukt.
- Houd de fles bijna horizontaal, en wel zo dat er altijd melk boven het gaatje van de speen staat. Dan drinkt je baby minder lucht mee.
- Een voeding duurt ongeveer twintig tot dertig minuten. Drinkt je baby veel sneller, kijk dan naar de houding, kies een speen met een kleiner gaatje, of las pauzes in. Meer staat in de fles geven.
- Merk je dat je baby een pauze nodig heeft, bijvoorbeeld doordat hij de speen wegduwt of laat glijden? Kantel de fles dan omlaag, zodat de melk niet meer stroomt terwijl de speen in zijn mond blijft.
- Kleinere voedingen, wat vaker per dag, kunnen het spugen verminderen. Dat is geen stap om zelf te zetten: bespreek het eerst met het consultatiebureau of een lactatiekundige.
Op de onrustige avond
Er is geen middel waarvan is aangetoond dat het de avondonrust oplost. Wat je wel kunt doen, is vasthouden aan regelmaat en voorspelbaarheid, de prikkels omlaag brengen en je baby troosten. Wat de ene avond werkt kan de volgende avond niets doen; dat zegt niets over hoe je het doet.
Geef je borstvoeding, dan komt soms de vraag op of cafeïne een rol speelt; wat daarover bekend is, staat in hoeveel koffie er per dag kan.
- Voorspelbaarheid helpt bij de overgang van wakker zijn naar slapen. Reageren op de eerste tekenen van vermoeidheid werkt beter dan wachten tot het huilen begint.
- Prikkels omlaag zodra het onrustig wordt: licht dimmen, geluid uit, minder mensen om je baby heen. Zie een overprikkelde baby.
- Dragen, tegen je aan houden, praten of zingen zijn de bekende troostvormen. Om te slapen en te knuffelen ligt je baby op zijn rug.
- Stevig instoppen kan een baby verder kalmeren.
- Sussen met een shh-geluid, zacht wiegen en laten zuigen op een fopspeen horen bij de methode Troosten en Slapen. Een baby kalmeert daar van zichzelf al van.
- Inbakeren kan een baby verder helpen kalmeren, en er zijn aanwijzingen dat dat vooral geldt tot ongeveer zeven weken. Begin er niet aan zonder overleg: er gelden contra-indicaties en er zijn regels voor het afbouwen. Hoe dat zit, staat hieronder bij als het niet werkt.
Omdat de onrust vaak rond hetzelfde uur terugkomt, kun je de avond samen verdelen: de een eet, de ander draagt, en halverwege wisselen jullie. Draag je veel en valt je baby daarbij op schoot in slaap, houd dan de regels voor veilig slapen aan; juist bij een baby die veel huilt is daar extra aandacht voor nodig.
Wat vaak niet helpt
Bij elk punt staat wat erover bekend is en waar dat staat. Dat iets niet werkt, betekent niet dat je iets verkeerd deed door het te proberen.
Ook een streng dieet voor de voedende ouder wordt niet aangeraden; wat je wel en niet hoeft te laten staan, lees je in wat je beter niet eet bij borstvoeding.
- Venkel, pepermunt en suikerwater: er is onvoldoende bewijs dat het het huilen vermindert.
- Acupunctuur, chiropractie, osteopathie en manuele therapie: de werkzaamheid is niet bewezen, en er zijn bijwerkingen gemeld.
- Overstappen op hypoallergene, koemelkvrije of laaglactoseflesvoeding zonder dat een arts een allergie heeft vastgesteld: het is onzeker of dat helpt.
- Als moeder koemelk of soja laten staan: dat helpt niet aantoonbaar tegen het huilen. Een vermoeden van een allergie is ook geen reden om met borstvoeding te stoppen.
- Medicijnen tegen spugen: bij baby’s jonger dan een jaar maken ze het spugen niet minder, en artsen schrijven ze bij een gezonde baby dan ook niet voor.
- Het matras schuin zetten of een kussentje onder het hoofd: het matras ligt juist het best vlak. Het is zelfs de moeite waard om te controleren of het hoofdeind niet per ongeluk lager ligt dan het voeteneind.
Wat wel uitmaakt: houd je baby uit de tabaksrook. Er is een verband gevonden tussen blootstelling aan tabaksrook en excessief huilen, en dat is een van de redenen waarom hier nadrukkelijk op wordt gewezen.
Spugen of overgeven
Het verschil zit in hoe het eruit komt, wanneer het gebeurt, en hoe je baby zich daarna voelt.
| Spugen | Overgeven | |
|---|---|---|
| Hoe het gaat | Melk komt terug in de mond en je baby geeft het af | Wat in de maag zit komt er ineens uit, vaak met misselijkheid ervoor |
| Wanneer | Meestal kort na een voeding | Op elk moment, ook los van voedingen |
| Je baby daarna | Meestal geen of weinig last, en groeit gewoon door | Vaak ziek, soms met buikpijn of diarree erbij |
| Wat je doet | Doek klaarleggen en de houdingsadviezen aanhouden | Zorgen dat je baby genoeg drinkt, en de belregels hieronder nalopen |
Twijfel je, beschrijf dan wat je zag in plaats van er een woord aan te geven: hoeveel, op welk moment, hoe het eruit kwam en hoe je baby er daarna aan toe was. Dat is voor een arts bruikbaarder dan het onderscheid zelf maken.
Als het niet werkt
Zijn de houdingsadviezen na een week nog niet genoeg, dan is er een volgende stap. Bel dan het consultatiebureau voordat je iets koopt.
- Bel het consultatiebureau en vraag naar het verdikken van de melk. Verdikte melk komt minder makkelijk omhoog. Het kan met johannesbroodpitmeel of rijstamylopectine, te koop bij de drogist; maizena wordt afgeraden omdat er meer koolhydraten in zitten.
- Geef verdikte melk twee weken de tijd en kijk of de klachten minder worden.
- Begin er niet aan als je baby niet wil drinken, niet goed groeit of minder gaat wegen. Maak dan eerst een afspraak met de huisarts.
- Krijgt je baby juist meer klachten van verdikte melk, bijvoorbeeld moeilijk kunnen poepen of krampjes, stop er dan mee.
- Helpen regelmaat, voorspelbaarheid en minder prikkels na vijf tot zeven dagen niet genoeg, dan kan inbakeren daaraan worden toegevoegd bij een baby van één tot zeven weken. Tussen acht en dertien weken doen regelmaat en prikkelreductie het meeste, en is terughoudendheid met inbakeren op zijn plaats.
- Vraag het inbakeren eerst na op het consultatiebureau. Het mag niet bij koorts, in de eerste 24 uur na een vaccinatie, bij een ernstige luchtweginfectie of bij een vermoeden van heupdysplasie, bijvoorbeeld als je baby een spreidbroekje draagt. Er is bovendien begeleiding nodig door iemand die er scholing in heeft gehad.
- Baker je in, doe dat dan bij alle slaapmomenten en houd het even vol; te snel stoppen heeft het tegenovergestelde effect. Is er na drie dagen geen afname van het huilen, of huilt je baby juist meer en slaapt hij minder, stop dan met inbakeren en maak een afspraak op het consultatiebureau.
- Begin ongeveer zeven tot acht weken na de start met afbouwen, en in elk geval vanaf vier maanden, zodat het inbakeren vóór zes maanden helemaal is gestopt. Dat is nodig omdat een ingebakerde baby die zich naar de buik draait meer risico loopt.
- Houd een paar dagen bij hoe de dag loopt: wanneer je baby huilde, sliep en dronk. De JGZ heeft daar een dagboek voor over 24 uur. Zie ook een dagboek bijhouden en het bezoek voorbereiden.
Blijft het huilen daarna doorgaan, dan is dat geen bewijs dat je iets over het hoofd ziet. Leg je baby op zo’n moment veilig op zijn rug in bed, ga de kamer uit, en kom na een paar minuten terug.
Wanneer je belt, en wie
Deze regels lopen op van overleggen naar direct bellen.
- Praat erover met het consultatiebureau als je vragen hebt over de voedingen, als je de melk wilt verdikken, als je baby slecht slaapt of erg onrustig is, of als hij meer dan drie uur per dag huilt terwijl troosten niet helpt. Je kunt ook vragen om je baby vaker te laten wegen.
- Maak een afspraak met de huisarts als de adviezen over voeden en houding niet genoeg helpen, als je baby niet wil drinken, niet goed groeit of minder gaat wegen.
- Bel dezelfde dag de huisarts of de huisartsenspoedpost als je baby blijft overgeven zonder dat het minder wordt, meer dan twaalf uur geen natte luier heeft gehad, minder dan de helft drinkt van wat hij anders drinkt, erge buikpijn houdt of steeds blijft huilen. Zie ook natte luiers als signaal.
- Bel direct de huisarts of de huisartsenspoedpost als je baby jonger is dan drie maanden en koorts heeft, dus 38 graden of hoger; als er bloed bij het overgeven zit; als je baby suf is of niet makkelijk wakker te krijgen; als hij anders reageert dan je van hem gewend bent; of als hij kort daarvoor hard op zijn hoofd is gevallen. Meer over koorts staat in koorts: wanneer bel je.
- Laat het ook dezelfde dag beoordelen bij groen of gallig braaksel, bij braken met kracht in een straal, of bij bloed bij de ontlasting. Dat zijn signalen waar een professional op let.
Bel dezelfde dag als je baby een hartziekte of een nierziekte heeft, of medicijnen gebruikt voor iets anders. Is je baby te vroeg geboren, noem dat dan op het consultatiebureau: voor het verloop van het huilen geldt de uitgerekende datum en niet de geboortedatum. Zie de gecorrigeerde leeftijd.
Zeg bij het bellen sinds wanneer het speelt, hoe vaak per dag, wat je al hebt geprobeerd en wat dat deed. Dat scheelt een ronde adviezen die je al kent. Bij een levensbedreigende situatie bel je 112.
Hoe het met jou gaat
Een baby die avond na avond ontroostbaar is, put uit. Veel ouders komen op een punt dat het niet meer gaat: moe, machteloos, soms boos, en daarna schuldig over die boosheid. Dat komt in deze periode veel voor en zegt niets over hoe goed je voor je kind zorgt.
Wat je op zo’n moment doet, gaat in drie stappen. Leg je kind op een veilige plek, in bed of in de box. Zoek iemand die de zorg tijdelijk overneemt, een familielid, een vriend of een buur. En neem tijd voor jezelf om bij te komen. Schud een baby nooit, ook niet zachtjes en ook niet één keer; meer daarover staat in als het huilen te veel wordt.
Wil je er ’s nachts met iemand over praten, dan is de Luisterlijn dag en nacht bereikbaar op 088 0767 000, anoniem. Overdag kun je het consultatiebureau bellen. Aanhoudend huilen is daar een bekend onderwerp en er bestaat begeleiding voor.
Geef je borstvoeding, dan kan veel huilen een reden zijn om er eerder mee te stoppen dan je van plan was. Wil je doorgaan, vraag dan om steun op het consultatiebureau of bij een lactatiekundige voordat je op bent.
Wat je zag, zonder er een oorzaak bij te verzinnen
Onrust, spugen en huilen leg je in BabyTracker vast als moment, met een korte notitie als je die wilt. Bij een gesprek met de huisarts heb je dan concrete tijden in plaats van een indruk, en in het weekbeeld zie je hoe het over de dag verdeeld lag. De app trekt daar geen conclusies uit; dat blijft aan de arts.
Bronnen en verantwoording
- Thuisarts.nl (NHG): Mijn baby spuugt veel, Mijn baby huilt. Wat kan ik doen?, Mijn kind geeft over, Mijn kind heeft koorts
- JGZ-richtlijn Excessief huilen (2025)
- NVK-richtlijn Somatische oorzaken afwijkend voedingsgedrag, darmkrampen als symptoom
- Voedingscentrum, Hoe geef ik de fles? (geraadpleegd augustus 2026)
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Wat helpt tegen krampjes?
Er is geen middel waarvan is aangetoond dat het werkt. Wat wel wordt aangeraden, is regelmaat, voorspelbaarheid en minder prikkels, aangevuld met dragen, stevig instoppen, sussen en zacht wiegen. Van venkel, pepermunt en suikerwater is er onvoldoende bewijs dat het het huilen vermindert.
Hoe lang duren krampjes?
De klachten zijn gemiddeld rond zes weken op hun hoogst, worden rond twaalf weken minder en verdwijnen bij het merendeel van de baby's rond drie tot vier maanden. Van excessief huilen wordt gesproken bij meer dan drie uur per dag, drie dagen of meer per week, drie weken lang.
Hoeveel spugen komt veel voor?
Gezonde baby's spugen soms een paar keer per dag en hebben er meestal geen of weinig last van. Baby's met borstvoeding spugen even vaak als baby's met flesvoeding. Het stopt bijna altijd voordat je kind een jaar is.
Mag ik de melk zelf verdikken?
Bespreek het eerst met het consultatiebureau. Verdikken kan met johannesbroodpitmeel of rijstamylopectine; maizena wordt afgeraden. Begin er niet aan als je baby niet wil drinken, niet goed groeit of minder gaat wegen; maak dan een afspraak met de huisarts.
Wanneer is spugen een reden om te bellen?
Bel dezelfde dag de huisarts of de huisartsenspoedpost als je baby blijft overgeven zonder dat het minder wordt, meer dan twaalf uur geen natte luier had, of minder dan de helft drinkt van wat hij anders drinkt. Bel direct bij bloed bij het overgeven, bij een suffe baby, of bij koorts onder de drie maanden.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.