Home / Kennisbank / Praktisch / Naar het consultatiebureau: wat ze vragen en wat je vooraf opschrijft
PraktischNaar het consultatiebureau: wat ze vragen en wat je vooraf opschrijft
Je zit met je jas nog aan in de spreekkamer en de eerste vraag komt al: hoe vaak drinkt je baby per etmaal? Thuis weet je dat, hier niet meer.
Elk bezoek komen dezelfde onderwerpen langs: drinken, natte luiers, ontlasting, slapen, huilen, vitamine D en wat je kind nieuw kan. Hoe vaak je komt en hoeveel tijd er per consult is, verschilt per gemeente en per organisatie.
Hieronder staat welke vragen komen, waarom ze elke keer terugkomen, wat je vooraf klaarzet, en waar je met acute klachten juist niet terecht kunt.
In het kort
- Elk bezoek komen dezelfde vragen: drinken, luiers, ontlasting, slapen, huilen, vitamine D, ontwikkeling.
- De eerste uitnodiging komt als je baby een maand is; de jeugdgezondheidszorg is gratis.
- Tussen zes weken en twaalf maanden wordt je kind minstens drie keer gewogen en gemeten.
- Bij de curve telt het verloop over meerdere metingen, niet het getal van vandaag.
- Voor acute klachten bel je de huisarts; onder de drie maanden bij 38 graden direct.
Wat er elk bezoek gebeurt, en waarom steeds dezelfde vragen
Een consult heeft meestal drie onderdelen: wegen en meten, kijken naar wat je kind al kan, en vragen hoe het thuis gaat. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige volgt de ontwikkeling van je kind, let op signalen en screent op vaste momenten; dat is het basispakket jeugdgezondheidszorg. De vragen komen elke keer terug omdat één antwoord weinig zegt; pas als je dezelfde vraag bij een paar bezoeken achter elkaar beantwoordt, is er een verloop te zien.
De vraag wat je kind nieuw kan, is geen overhoring. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige kijkt op elke leeftijd naar een paar vaste kenmerken uit het Van Wiechenonderzoek. Die kenmerken worden bekeken op een leeftijd waarop 81 tot bijna 100 procent van de kinderen ze laat zien; dat percentage heet de referentiewaarde.
Laat je kind een kenmerk in de spreekkamer niet zien, dan wordt dat als een min genoteerd. Zie je het thuis wel, zeg dat er dan bij, want dat kan er als opmerking bij worden gezet. De vaccinaties lopen langs dezelfde bezoeken, en prik en consult vallen vaak samen. In de eerste maanden rekent alles in weken, en weken naar maanden omrekenen gaat na een paar keer vanzelf.
De vragen die altijd langskomen
Neem deze lijst de dag ervoor even door, dan hoef je in de spreekkamer niet te rekenen. De aantallen hoeven niet op de milliliter te kloppen; weet je iets niet precies, zeg er dan bij dat het een schatting is. Noteer je de dagen ervoor al iets, bijvoorbeeld in een baby tracker app, dan lees je voeding, slaap en luiers per dag terug in plaats van ze uit je hoofd op te halen. Het tellen van natte luiers heeft een eigen artikel, want bij jonge baby’s komt die vraag vrijwel altijd langs.
- Hoe vaak drinkt je kind per etmaal, en hoe lang of hoeveel per keer?
- Hoeveel natte luiers zijn er per dag?
- Hoe ziet de ontlasting eruit en hoe vaak is die er?
- Hoe gaat het slapen, overdag en ’s nachts?
- Huilt hij veel, en op welke momenten van de dag?
- Krijgt hij vitamine D? Het advies is 10 microgram per dag, tot je kind vier jaar is.
- Krijgt hij vitamine K? Bij borstvoeding is dat 150 microgram per dag, vanaf één week oud en gedurende de eerste twaalf weken. Bij flesvoeding is het alleen nodig bij minder dan 500 milliliter per dag of bij hypoallergene voeding.
- Wat kan hij sinds de vorige keer wat hij daarvoor nog niet deed?
Hoe vaak je komt en wat er gemeten wordt
De getallen hieronder komen uit de landelijke richtlijn en geven een ondergrens, geen norm. De uitnodiging die je krijgt, is leidend.
- Het consultatiebureau nodigt je uit als je baby een maand oud is. Wat er daarvóór gebeurt, staat in de uitnodiging.
- Tussen zes weken en twaalf maanden wordt je kind minstens drie keer gewogen en gemeten, waarvan minstens één lengtemeting in het tweede halfjaar.
- De hoofdomtrek wordt tot ongeveer de leeftijd van één jaar gemeten. Daarna gebeurt dat alleen als er een aanleiding voor is.
- Is je kind te vroeg geboren, dan wordt tot vijftien maanden het groeidiagram gebruikt dat bij de zwangerschapsduur past. Zie ook gecorrigeerde leeftijd.
- De jeugdgezondheidszorg voor kinderen van nul tot vier jaar is gratis.
Waarom de lijn meer zegt dan het getal van vandaag
Bij het wegen kijkt de jeugdarts niet naar het getal op zich, maar naar de lijn die je kind volgt. Bij elke curve gelden twee vragen: ligt het meest recente punt in het verlengde van de eerdere metingen, en buigt de groei af, omhoog of omlaag. Een kind dat zijn eigen lijn volgt groeit goed, en die lijn hoeft niet in het midden van het diagram te liggen.
Buigt de curve af, dan is dat een reden om er de volgende keer opnieuw naar te kijken. Enige afbuiging naar de eigen groeilijn vóór het derde levensjaar kan optreden zonder dat het op ziekte wijst, en baby’s die vooral moedermelk krijgen laten rond de leeftijd van vier maanden vaak een dip in de curve zien. Wat een afbuiging bij jouw kind betekent, weegt de jeugdarts samen met de voorgeschiedenis en het lichamelijk onderzoek.
Wil je de curve begrijpen, vraag er dan in de spreekkamer naar, en vraag om een uitdraai of maak een foto zodat je het thuis rustig kunt teruglezen.
Wat je vooraf klaarzet
Je eigen vragen opschrijven is hiervan het belangrijkste. In de spreekkamer ben je zo een vraag kwijt, en op de fiets naar huis komt hij weer boven.
- Kijk de dag ervoor terug hoe de afgelopen week ongeveer liep, zodat je aantallen kunt noemen in plaats van een indruk.
- Zet je eigen vragen op je telefoon, van belangrijk naar minder belangrijk; papier raakt zoek in de luiertas.
- Neem het groeiboekje of je eigen overzicht mee, zodat de eerdere metingen en afspraken erbij liggen.
- Maak vooraf een foto van iets wat je wilt laten zien, zoals een plek op de huid of een kleur in de luier; op het moment zelf is het vaak net weg.
- Trek je kind kleding aan die snel uit kan, want voor het wegen gaat de kleding uit.
- Spreek af wie welke vraag stelt als jullie samen gaan, zodat je elkaar niet halverwege overneemt.
Zorgen dat jouw vragen aan bod komen
Een consult duurt niet lang en de vaste onderdelen vullen een groot deel ervan. Begin daarom meteen met wat je wilt bespreken, ook als het een moeilijk onderwerp is. Een zin als “ik heb twee vragen, over het huilen in de avond en over de vitamines” maakt in één keer duidelijk waar je het over wilt hebben.
Dat je uitgeput bent, dat het thuis schuurt of dat je je somber voelt, mag hier ook op tafel. Krijg je een antwoord dat je niet begrijpt, vraag dan door; “wat betekent dat concreet voor deze week” is een goede vraag.
Past een advies niet bij jullie situatie, zeg dat dan, want dan kan het worden aangepast in plaats van thuis stil te blijven liggen. Merk je halverwege dat de tijd op raakt, vraag dan ter plekke om een vervolgafspraak.
Na afloop
Schrijf op wat er is afgesproken voordat je op de fiets stapt. Twee zinnen zijn genoeg; anders weet je later alleen nog dat het goed ging. Noteer ook wanneer je terugkomt en waar je in de tussentijd op let, en zet de volgende afspraak meteen in de agenda.
Vertel wat er is besproken aan degene die er niet bij was, dan hoeven jullie geen avond na te praten over wat er precies is gezegd. Pakt een advies thuis anders uit dan verwacht, bel dan; je hoeft daar niet mee te wachten tot het volgende bezoek.
Wat vaak niet helpt
Een paar dingen kosten vooral energie zonder dat het gesprek er beter van wordt.
- Thuis elke dag wegen. Het verschil van dag tot dag komt vooral door voeding en luier en zegt weinig over het verloop.
- Alles bijhouden omdat je denkt dat het moet. Er wordt gekeken naar het verloop over meerdere bezoeken, en niet naar de volledigheid van je lijst.
- Een moeilijk onderwerp bewaren tot het eind van het consult, want dan is de tijd meestal op.
- Aantallen preciezer voorstellen dan ze zijn. Zeg liever dat het een schatting is.
- Vergelijken in de wachtkamer. Het gewicht van een ander kind zegt niets over de lijn van dat van jou.
- Een advies dat thuis niet past stilzwijgend laten liggen. Het volgende bezoek bouwt dan voort op iets wat niet is gebeurd.
Als het gesprek niet brengt wat je zocht
Het komt voor dat je buiten staat en je belangrijkste vraag nog in je zak zit. Bel dan dezelfde week het consultatiebureau terug in plaats van te wachten tot het volgende bezoek, dat weken later kan zijn. Zeg erbij hoeveel tijd je denkt nodig te hebben, dan kan er een langer gesprek worden ingepland.
Begrijp je een uitleg niet, vraag dan of hij in gewone woorden herhaald kan worden, en vraag wat het concreet betekent voor de komende week. Blijf je twijfelen aan het antwoord, dan kun je vragen om een gesprek met een andere jeugdarts of jeugdverpleegkundige, of om een verwijzing. Blijft dezelfde vraag open en gaat het om een klacht bij je kind, leg hem dan voor aan de huisarts.
Waar het consultatiebureau niet voor is, en wie je dan belt
Het consultatiebureau is er voor het volgen, het adviseren en de vragen die kunnen wachten. Voor iets wat nu speelt, bel je een ander nummer.
- Kan het wachten, zoals vragen over voeding, slapen, huilen of de verdeling thuis? Bespreek het met het consultatiebureau, tussendoor of bij het volgende bezoek.
- Gaat het om een klacht bij je kind die niet overgaat, of om medicijnen en een dosering? Maak een afspraak bij de huisarts, of vraag het bij medicijnen aan de apotheek.
- Is je baby jonger dan drie maanden en heeft hij koorts, dat wil zeggen 38 graden of hoger? Bel dan direct de huisarts of de huisartsenspoedpost. Zie ook koorts: wanneer bel je.
- Ziet je kind er ziek uit, of maak je je zorgen over hoe het ademt, drinkt of reageert? Bel dan direct de huisarts of de huisartsenspoedpost. De signalen waar je op let, staan bij “Mijn kind is ziek, waar moet ik op letten” op Thuisarts.nl.
- Had je kind al een aandoening van hart of longen, minder afweer, of kreeg het eerder een koortsstuip? Dan bel je bij koorts direct, ook boven de drie maanden.
- Is je kind te vroeg geboren, of speelde er al iets anders? Vraag bij het consultatiebureau of de huisarts na wanneer jullie eerder bellen dan hierboven staat.
- Bij een levensbedreigende situatie bel je 112.
En hoe gaat het met jou?
Die vraag komt ook, en het is een echte vraag en geen beleefdheid. Antwoord zo gewoon mogelijk, ook als het antwoord is dat het zwaar is. Slecht slapen, er veel alleen voor staan, somberheid die niet wegtrekt, boosheid die je van jezelf niet kent: je kunt het daar bespreken, en er kan met je worden meegedacht.
Houdt het sombere gevoel aan, of heb je nergens meer zin in, wacht dan niet op het volgende bezoek en bel deze week het consultatiebureau of de huisarts. Wordt het huilen van je baby jou te veel, leg je baby dan veilig in bed, ga even de kamer uit, en bel iemand: je partner, iemand die je vertrouwt, of de huisarts.
Een pdf met de week erin
De vaste vragen gaan bijna allemaal over aantallen. In BabyTracker maak je van een periode die je zelf kiest een pdf met de voedingen, de slaap, de luiers en de metingen, precies waar in de spreekkamer naar wordt gevraagd. Je laat hem zien op je telefoon of mailt hem vooraf, en je zet je eigen vragen alvast bij de afspraak. Zo begint het gesprek met feiten en houd je tijd over voor wat jij wilt bespreken.
Bronnen en verantwoording
- Rijksoverheid, bij wie kan ik terecht met vragen over de gezondheid en opvoeding van mijn kind van 0 tot 4 jaar
- NCJ, Basispakket JGZ en Van Wiechenkenmerken
- JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen
- Voedingscentrum, vitamine K en vitamine D
- Thuisarts.nl, mijn kind heeft koorts en mijn kind is ziek (alle geraadpleegd augustus 2026)
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Wat vraagt het consultatiebureau altijd?
Hoe vaak je kind drinkt en hoeveel, hoeveel natte luiers er per dag zijn, hoe de ontlasting eruitziet, hoe het slapen gaat, of hij veel huilt, of hij vitamine D krijgt, en wat hij nieuw kan sinds de vorige keer. Bij die laatste vraag wordt per leeftijd naar een paar vaste kenmerken gekeken.
Moet ik alles bijhouden voor het consultatiebureau?
Dat hoeft niet. Handig is het wel in de periodes waarin er vragen spelen, want dan kun je aantallen noemen in plaats van een indruk.
Wat kost een bezoek aan het consultatiebureau?
Niets. De jeugdgezondheidszorg voor kinderen van nul tot vier jaar is gratis. Je krijgt vanzelf een uitnodiging; de eerste komt als je baby een maand oud is.
Mijn kind buigt af op de groeicurve, wat betekent dat?
Een afbuiging is een reden om er opnieuw naar te kijken. Enige afbuiging naar de eigen groeilijn vóór het derde levensjaar kan optreden zonder dat het op ziekte wijst, en baby's die vooral moedermelk krijgen laten rond vier maanden vaak een dip zien. Vraag in de spreekkamer wat er bij jouw kind te zien is.
Kan ik het consultatiebureau ook tussendoor bellen?
Ja, voor vragen die niet kunnen wachten tot het volgende bezoek. Voor acute klachten bel je de huisarts, en bij een baby jonger dan drie maanden met 38 graden of hoger direct de huisarts of de huisartsenspoedpost.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.