Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Slapen / Hoeveel slaapt een baby? De cijfers per leeftijd en wat de spreiding betekent

Slapen

Hoeveel slaapt een baby? De cijfers per leeftijd en wat de spreiding betekent

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Je legt je baby om acht uur ’s avonds neer en om kwart over negen is hij weer wakker. Ergens in je telefoon staat een tabel waarin baby’s van deze leeftijd veertien tot zeventien uur slapen, en jullie nacht lijkt daar niet op.

Hoeveel een baby slaapt, verschilt sterker dan die tabellen laten zien. In de JGZ-richtlijn Slaap slaapt een baby van ongeveer drie maanden gemiddeld 14,6 uur per etmaal, en de spreiding loopt daar van 6 tot 22 uur.

Die 14,6 uur is geen aanbeveling, maar een gemiddelde. Hieronder staan de cijfers per leeftijd, waarom de slaap in stukken uiteenvalt, wat je kunt proberen, en wanneer je het consultatiebureau of de huisarts belt.

In het kort

  • Rond drie maanden slaapt een baby gemiddeld 14,6 uur per etmaal.
  • De spreiding loopt daar van 6 tot 22 uur; het is een gemiddelde, geen norm.
  • Een slaapcyclus duurt ongeveer 45 minuten, dus kort wakker worden komt vaak voor.
  • Over gewone wakkertijden bij baby’s bestaan geen onderbouwde cijfers; let op de vermoeidheidssignalen.
  • Bespreek zorgen op het consultatiebureau; bel de huisarts direct bij sufheid of slecht drinken.

Wat je ziet als je baby slaapt

Een baby slaapt zichtbaar anders dan een volwassene. Een slaapcyclus begint bij hem met de actieve slaap: hij beweegt, maakt geluidjes, ademt snel en onregelmatig, en zijn ogen gaan soms half open.

Ongeveer halverwege de cyclus gaat dat over in de stille slaap. Dan beweegt hij nauwelijks, ademt hij rustig en regelmatig, en wordt hij minder snel wakker van geluid.

In de actieve slaap kan een baby bijna wakker lijken terwijl hij nog slaapt. Daardoor is het voor ouders lastig om te zien of hun baby al uitgeslapen is of nog verder gaat slapen. Kijk dus eerst of hij echt wakker is voordat je hem oppakt.

De cijfers per leeftijd

Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm. Deze slaapduur is geen aanbeveling, maar een gemiddelde, en de variatie is groot tussen kinderen en binnen hetzelfde kind.

LeeftijdSlaap per etmaal, gemiddeld (spreiding)Keer per nacht wakker, gemiddeld (spreiding)
Ongeveer 3 maanden14,6 uur (6 tot 22)2,2 keer (0 tot 15)
Ongeveer 6 maanden15 uur (6 tot 21)2,5 keer (0 tot 15)
Ongeveer 8 maanden13,3 uur (8 tot 21)2,4 keer (0 tot 21,5)
Ongeveer 12 maanden12,8 uur (6,5 tot 16)1,8 keer (0 tot 13,5)
Ongeveer 18 maanden12,3 uur (8 tot 16)1,1 keer (0 tot 11)
Ongeveer 2 jaar13,4 uur (6,4 tot 19)0,9 keer (0 tot 6)

Hoe je deze tabel leest

De getallen komen uit verschillende onderzoeken, en daarom loopt de lijn niet netjes af. Bij ongeveer twee jaar staat een hoger gemiddelde dan bij achttien maanden, omdat die twee cijfers uit twee studies komen. Voor acht, twaalf en achttien maanden, en voor alle cijfers over wakker worden, zijn geen Nederlandse gegevens beschikbaar; die komen uit internationale literatuur.

Voor een pasgeboren baby is het gemiddeld ongeveer 14 uur per etmaal, met een spreiding van 6 tot 20,5 uur. Een pasgeborene slaapt niet lang achter elkaar, omdat hij vaak voeding nodig heeft.

Lees de tweede en de derde kolom naast elkaar. Een baby van zes maanden slaapt gemiddeld 15 uur per etmaal en wordt gemiddeld 2,5 keer per nacht wakker. Wakker worden in de nacht is bij die leeftijd dus geen uitzondering, ook niet bij een kind dat het etmaalgemiddelde ruim haalt. Hoe die twee kolommen bij jouw kind uitpakken, zie je pas als je het een paar dagen noteert; met slaap bijhouden in een app hoef je de uren en de keren wakker niet uit je hoofd bij elkaar te tellen.

Waarom de slaap in stukken uiteenvalt

Je legt je baby in slaap en drie kwartier later is hij er weer. Daaronder zit de slaapcyclus. De slaapcyclus van een baby duurt ongeveer 45 minuten en wordt langer naarmate een kind ouder wordt; vanaf een jaar of vijf duurt hij ongeveer anderhalf uur, net als bij een volwassene.

Aan het eind van zo’n cyclus wordt een baby wakker, of de volgende cyclus begint. Ook volwassenen worden een paar keer per nacht kort wakker tussen twee cycli in, meestal zonder het te merken. Bij een baby duurt een cyclus korter, dus komt dat moment vaker langs.

Een geluidje aan het eind van een slaapje betekent daarom nog niet dat je baby wakker is. Kijk eerst even: dan weet je of het slaapje doorloopt of dat hij je nodig heeft. Over dat eerste kwartier na het neerleggen staat meer in je baby huilt zodra je hem neerlegt, en over de onrustige weken rond drie tot vier maanden in de slaapregressie.

Waarom de nacht pas langzaam langer wordt

De biologische klok van een pasgeborene is nog niet af. In de eerste weken is de slaap ongeveer gelijk verdeeld over de 24 uur. Pas na negen tot twaalf weken maken baby’s hun eigen ritmische melatonine aan, en rond zes maanden wordt dat een vast onderdeel van de slaap-waakcyclus.

Rond drie maanden ontstaat een dag-nachtpatroon en groeit de zelfregulatie, waardoor veel baby’s makkelijker inslapen en langer doorslapen, vooral ’s nachts. Dat gaat geleidelijk. Uit Fins onderzoek blijkt dat op de leeftijd van drie maanden de helft van de baby’s nog niet in slaap valt zonder dat een ouder erbij is, en dat de meeste baby’s dan nog niet aaneengesloten slapen tussen middernacht en zes uur.

Ook later blijft wakker worden veel voorkomen. Rond anderhalf jaar wordt ongeveer een op de drie kinderen ’s nachts wakker (36,1 procent), en heeft 22 van de 100 kinderen de aandacht van een ouder nodig om in slaap te vallen. Hoe die nacht verder groeit, lees je in wanneer slaapt een baby door en het dag-nachtritme.

Over wakkertijden bestaan geen onderbouwde cijfers

Je komt overal tabellen tegen met wakkertijden: hoe lang een baby wakker kan zijn tussen twee slaapjes. Daar valt weinig over te zeggen. Er zijn geen onderbouwde gegevens bekend over wat gewone wakkertijden bij baby’s zijn.

Zulke tijden staan ook in wakkertijden per leeftijd. Ze zijn niet onderbouwd, dus gebruik ze hooguit als ruwe indeling van de dag. Voor het moment zelf kijk je beter naar iets anders: de vermoeidheidssignalen van je eigen kind.

De vermoeidheidssignalen waar je op kunt letten

Dit zijn de tekens waar je op kunt letten. Ze zijn klein, en ze verschillen per kind:

  • Hij kijkt steeds vaker weg van waar hij mee bezig is.
  • Hij zoekt om zich heen.
  • Hij begint te pruttelen.
  • Hij wrijft aan zijn oren en ogen.
  • Hij gaapt of slaakt een diepe zucht.
  • Sommige baby’s maken juist steeds meer geluid, raken opgewonden en krijgen rode wangen.

Te weinig slaap ziet er niet altijd slaperig uit

Het laatste teken uit die lijst wijst niet naar slaap, maar naar drukte. Jongere kinderen die te weinig slapen zijn lang niet altijd slaperiger; soms zijn ze vooral drukker. Een kind dat om acht uur ’s avonds door de kamer stuitert, kan dus juist toe zijn aan slaap.

Ook overdag zie je niet altijd aan je kind of het toe is aan slaap. Wat je kunt doen als het al is opgelopen, staat in een oververmoeide baby.

Wat je kunt proberen in de eerste maanden

Een jonge baby kan zichzelf nog niet kalmeren en heeft daar de nabijheid van een ouder bij nodig. Reageren op huilen en op andere signalen verlaagt de spanning bij je baby en helpt hem prikkels te verwerken. Onder de zes maanden help je je baby dus vooral door erbij te blijven.

  • Sussen, wiegen of wiebelen, en laten zuigen of sabbelen. Zo leert je baby beetje bij beetje zichzelf te kalmeren.
  • Inbakeren kan rust geven. Vraag op het consultatiebureau hoe je dat veilig doet.
  • Je baby op je arm of schoot in zijligging houden kan helpen bij het tot rust komen. Dat doe je alleen zolang hij wakker is; slapen doet een baby altijd op de rug.
  • Maak het verschil tussen dag en nacht groot: overdag daglicht en de gewone geluiden van het huis, ’s avonds gedempt licht. Licht remt de aanmaak van melatonine, en melatonine is het hormoon dat het lichaam op de nacht voorbereidt.

Wat je kunt proberen vanaf een half jaar

Vanaf ongeveer zes maanden werkt een vaste avondroutine. Onderzoek laat zien dat een vaste, rustige routine rond bedtijd slaapproblemen bij baby’s en jonge kinderen vermindert en het gedrag rond bedtijd rustiger maakt. Het werkt doordat je kind de overgang naar slapen leert herkennen.

  • Kies rustige onderdelen die je kind prettig vindt: een voeding, in bad, een boekje, een liedje, knuffelen of een massage.
  • Houd dezelfde volgorde aan. Welk onderdeel precies helpt, is niet apart onderzocht; je kind herkent vooral de vaste volgorde.
  • Je kunt de hulp bij het inslapen geleidelijk afbouwen, in jouw tempo en dat van je kind. Dat is een aanpak vanaf ongeveer zes maanden, in overleg met de jeugdverpleegkundige.

Over dutjes overdag zijn er geen cijfers

Er zijn geen aantallen dutjes per leeftijd voor baby’s. Wel is bekend dat baby’s vanaf ongeveer zes maanden overdag regelmatiger gaan slapen, en dat kinderen rond negen maanden eenkennig worden, wat het naar bed gaan opnieuw kan veranderen.

Lukt het dutten overdag niet, kijk dan bij je baby slaapt overdag niet. Over het wegvallen van een dutje staat meer in de overgangen tussen dutjes.

Veilig slapen: dit ligt wel vast

Over hoe lang een baby slaapt lopen de cijfers ver uiteen. Over hoe een baby veilig slaapt zijn de Nederlandse adviezen eenduidig. VeiligheidNL vat ze samen in De 4 van Veilig Slapen. Als je je baby in bed legt, ligt hij:

  1. op de rug, bij elk slaapje, ook overdag;
  2. in een eigen bedje of wieg;
  3. in een slaapzak;
  4. in een leeg bedje, dus zonder kussen, dekbed, hoofdbeschermers of grote knuffels.

Waar dat bedje staat

Zet het bedje of de wieg de eerste zes maanden op de slaapkamer van de ouders, zo dicht mogelijk bij de moeder. Uit onderzoek blijkt dat die nabijheid beschermt tegen wiegendood: haar ademhaling maakt baby’s rustiger, en ze hoort het meteen als er iets is.

Volgens de Veilig Slapen monitor 2022/2023 slaapt ongeveer de helft van de baby’s tot zes maanden in Nederland in een eigen bedje op de slaapkamer van de ouders. Past een gewoon bedje daar niet naast, dan is een aanschuifbedje een oplossing.

De zijwand van zo’n aanschuifbedje laat je zakken om te voeden of te troosten, en je zet hem weer omhoog zodra jullie allebei gaan slapen. Daarvoor gelden twee eisen: het bedje zit vast aan het ouderbed zonder kier ertussen, en het matras ligt minstens 12 centimeter lager dan dat van de ouders.

Een slaapzak in de goede maat werkt prettiger dan losse dekens, omdat er niets over het gezicht kan schuiven; kies op lengte, niet op het leeftijdslabel. Alle regels met de uitleg erbij staan in veilig slapen: de vier basisregels. Twijfel je over een situatie, zoals samen slapen of slapen in de autostoel, bespreek dat dan op het consultatiebureau.

Wat vaak niet helpt

Een paar dingen die veel worden aangeraden of verkocht, met wat er nu over bekend is:

  • Witte ruis en ander doorlopend geluid, zoals een stofzuiger of een autoritje. Dit wordt afgeraden: overtuigend bewijs voor sneller inslapen of beter doorslapen ontbreekt, en een baby kan het geluid nodig krijgen om in slaap te vallen. Gebruik je het toch, dan is het advies het volume laag te houden en het apparaat minstens 30 centimeter van je baby te zetten, buiten het bedje.
  • Ademsensoren en alarmmatjes. Het is niet zinvol een gezonde baby aan zo’n monitor te koppelen, ook medische monitoren voorkomen wiegendood niet, en een vals alarm geeft vooral schrik. Een gewone babyfoon is voldoende om toezicht te houden.
  • Een dekbed in de eerste twee jaar. Het bestaat uit zoveel lagen dat het te warm wordt, en het is lastig in te stoppen, waardoor je baby er met het hoofd onder kan komen.
  • Zijslaapkussens, hoofdbeschermers, grote knuffels en een extra matras in een campingbedje. Je baby kan er met het gezicht tegenaan liggen, of tussen het matras en de zijwand komen.

Als het niet lukt

Lukt het inslapen niet, dan mag je je baby daarbij helpen. Wiegen, sussen en zachtjes tegen je baby praten kunnen daarbij helpen. Gaat het slapen daarna beter, dan kun je die hulp geleidelijk afbouwen, tot je hem slaperig maar nog wakker in bed legt.

Wordt het huilen jou te veel, leg je baby dan veilig op zijn rug in het lege bedje en ga even de kamer uit. Daar is hij veilig, ook als hij huilt. Wat je daarna doet, staat in als het huilen te veel wordt.

Houden de klachten lang aan, dan gebruiken zorgverleners een grens die over duur en frequentie gaat. Het gaat om minstens drie maanden, minstens drie nachten per week, waarbij het inslapen langer dan een halfuur duurt, je kind meer dan drie keer per nacht wakker wordt en niet zelf weer in slaap komt, of minstens een halfuur te vroeg wakker wordt. Daarbij zijn er gevolgen overdag, zoals vermoeidheid.

Of dat bij jouw kind speelt, beoordeelt de jeugdarts of de huisarts, en je hoeft die grens niet te halen om hulp te krijgen. Iedere ouder die zich zorgen maakt over het slapen, krijgt daar aandacht voor.

Wanneer je contact opneemt

De meeste slaapvragen zijn geen medische vragen. Dit zijn de stappen, elk met de instantie erbij:

  • Zorgen over het slapen, of uitputting bij jezelf: bespreek het met de jeugdverpleegkundige of de jeugdarts op het consultatiebureau. Daarvoor kun je ook tussen twee afspraken door bellen.
  • Een slaappatroon dat sterk verandert en dat je niet vertrouwt, of klachten die blijven aanhouden: maak een afspraak bij de huisarts.
  • Bel direct de huisarts, buiten kantooruren de huisartsenpost, bij deze signalen bij een ziek kind: je kind reageert minder of is moeilijk wakker te krijgen, ademt moeilijk of sneller dan normaal, drinkt veel minder dan normaal (minder dan de helft), heeft meer dan twaalf uur niet geplast of geen natte luier gehad, huilt anders dan je gewend bent of is niet te troosten, ziet bleek of vlekkerig, of heeft rode of donkere vlekjes die niet lichter worden als je erop drukt.
  • Koorts bij een baby jonger dan drie maanden: bel dan direct de huisarts of de huisartsenpost. Zie ook koorts bij een baby: wanneer bel je.
  • Bij een spoedeisende situatie bel je 112.

Wat al gold voordat dit begon

Heeft je kind koorts, dan zijn er een aantal situaties waarin je direct belt, ook als je kind verder niet heel ziek lijkt: het was al een paar dagen beter en heeft nu opnieuw koorts, het schokt ineens met armen en benen, het heeft een ziekte van het hart of de longen, diabetes, of minder afweer, bijvoorbeeld door medicijnen.

Is je baby te vroeg geboren, reken dan met de gecorrigeerde leeftijd wanneer je de cijfers uit de tabel naast je eigen kind legt. Een baby die zes weken te vroeg kwam, is bij zes maanden op de kalender ongeveer viereneenhalve maand oud; hij zit dan tussen de rij van drie en die van zes maanden in.

Hoe het met jou gaat

Een baby die vier keer per nacht wakker wordt, kan ruim binnen de spreiding uit de tabel vallen. Dat maakt jouw slaaptekort niet kleiner, en uitputting is op zichzelf genoeg reden om hulp te vragen.

Ouders kunnen ten einde raad zijn en door slaapgebrek zelf niet goed meer functioneren, en de jeugdgezondheidszorg neemt daar tijd voor in het gesprek. Vertel het aan je zorgverlener wanneer je je zelf niet goed voelt.

Bel deze week het consultatiebureau en zeg erbij dat het ook over jouw nachten gaat. Heb je een partner, zorg dan om de beurt een paar uur voor je baby, zodat ieder een stuk aaneengesloten slaapt. Wordt het huilen je te veel, lees dan als het huilen te veel wordt.

Je eigen weekbeeld in plaats van een tabel

Houd je de slaapjes een week of twee bij in BabyTracker, dan krijg je precies wat een tabel niet kan geven: het beeld van jouw kind. Een slaapje leg je vast met de timer of achteraf. In Inzicht zie je daarna je eigen week: de langste aaneengesloten slaap, hoeveel er overdag en ’s nachts is geslapen, en op welke tijden de slaapjes meestal vallen. Groeit de nacht langzaam, dan zie je dat in de grafiek eerder terug dan in je gevoel.

Bekijk baby slaap bijhouden

Het slaappatroon in BabyTracker met de slaapblokken van de afgelopen dagen onder elkaar
Per dag zie je waar de slaap viel, van middernacht tot middernacht.

Bronnen en verantwoording

  • NCJ, JGZ-richtlijn Slaap (2026), kennismodule en de modules preventie en signaleren en begeleiden
  • VeiligheidNL, De 4 van Veilig Slapen, Welk bedje is veilig voor baby’s en kinderen, en de veelgestelde vragen over veilig slapen
  • Thuisarts.nl, Mijn kind is ziek: waar moet ik op letten, en Mijn baby huilt: wat kan ik doen (geraadpleegd augustus 2026)

De cijfers, de slaapcyclus en de vermoeidheidssignalen komen uit de JGZ-richtlijn Slaap van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2026), uit de kennismodule en uit de modules over preventie en signaleren en over begeleiden. De adviezen over veilig slapen komen van VeiligheidNL: De 4 van Veilig Slapen, de pagina over welk bedje veilig is, en de veelgestelde vragen over veilig slapen. De signalen om te bellen komen van Thuisarts.nl. Alle pagina’s zijn geraadpleegd in augustus 2026.

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Hoeveel slaapt een baby van drie maanden?

Gemiddeld 14,6 uur per etmaal, met een spreiding van 6 tot 22 uur. Dit is geen aanbeveling, maar een gemiddelde, en de variatie is groot.

Hoe vaak wordt een baby 's nachts wakker?

Rond zes maanden gemiddeld 2,5 keer per nacht, met een spreiding van 0 tot 15 keer; rond een jaar gemiddeld 1,8 keer. Deze cijfers komen uit internationale literatuur, want Nederlandse gegevens hierover zijn er niet.

Hoe lang duurt een slaapcyclus bij een baby?

Ongeveer 45 minuten. Aan het eind van een cyclus wordt een baby wakker of begint de volgende. De cyclus wordt langer met de leeftijd; vanaf een jaar of vijf duurt hij ongeveer anderhalf uur, net als bij een volwassene.

Hoe lang kan een baby wakker zijn tussen twee slaapjes?

Daar zijn geen onderbouwde cijfers over. Let daarom op de signalen van je eigen kind: wegkijken, om zich heen zoeken, pruttelen, in oren en ogen wrijven, gapen of diep zuchten.

Mijn baby slaapt veel minder dan het gemiddelde. Wat nu?

De spreiding is breed: rond drie maanden loopt hij van 6 tot 22 uur per etmaal. Twijfel je toch, bel dan het consultatiebureau. Het is niet nodig een grens te trekken bij de ernst van een slaapprobleem om er hulp bij te krijgen.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.