Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Wanneer gaat een baby lachen? Het eerste lachje dat op jou is gericht

Ontwikkeling

Wanneer gaat een baby lachen? Het eerste lachje dat op jou is gericht

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Je buigt je over de commode, praat tegen je baby en kijkt of er iets terugkomt. Het blijft stil, en je vraagt je af of het er nu had kunnen zijn.

De meeste kinderen van ongeveer twee maanden lachen tegen hun ouders op het moment dat die tegen hen praten. Op de onderzoeksleeftijd van 7 tot 8 weken laat 988 van de 1000 kinderen dat zien, op 9 tot 10 weken 995 van de 1000.

Het verschil tussen kinderen zit hier in weken, niet in maanden. Hieronder staat wat je in de weken ervoor al kunt zien, hoe je een lachje uitnodigt, wat het consultatiebureau ermee doet, en wanneer je belt.

In het kort

  • Het lachje dat op jou gericht is, komt bij de meeste kinderen rond twee maanden.
  • Op de onderzoeksleeftijd van 7 tot 8 weken lacht 988 van de 1000 kinderen terug.
  • De lachjes daarvoor komen zonder aanleiding en zijn nog geen antwoord op jou.
  • Uitnodigen gaat zo: je gezicht in de kijkrichting van je baby, praten en lachen, niet aanraken.
  • Is er rond acht weken nog geen lachje dat op jou komt, bel dan het consultatiebureau.

Wat je merkt in de weken voor het lachje

Voordat er een lach is, is er al een reactie. Op het consultatiebureau heet die reageert op toespreken, en op het zuigelingenschema staat dat kenmerk bij de onderzoeksleeftijd van vier weken. Positief telt elke reactie waaruit blijkt dat de onderzoeker de aandacht van het kind te pakken heeft.

Dat kan zijn dat je baby ineens stiller wordt, dat hij juist meer gaat bewegen, of dat zijn gezicht verandert. Stil worden telt in dat onderzoek dus net zo goed als een antwoord, ook al ziet het er niet uit als een reactie.

De lachjes die je in die eerste weken ziet, zijn van een andere soort. Ze komen zonder aanleiding, ook in de slaap. Als antwoord telt alleen het lachje dat komt nadat iemand tegen je baby praat en lacht.

Wat gebruikelijk is, in cijfers

Het lachje staat niet op zichzelf: het is kenmerk 30 van het Van Wiechenonderzoek. Bij elk kenmerk hoort een referentiewaarde, het aandeel kinderen dat het op die leeftijd laat zien. De leeftijden hieronder zijn de onderzoeksleeftijden waar die waarden vandaan komen, en niet de momenten waarop het consultatiebureau langskomt. Dit verschilt per kind. De tabel geeft een richting, geen norm.

Wat er wordt nagekekenOnderzoeksleeftijdLaat het dan zien
Reageert op toespreken: stiller worden, meer bewegen of een ander gezicht3 weken991 van de 1000
Reageert op toespreken4 weken997 van de 1000
Reageert op toespreken5 tot 6 weken997 van de 1000
Lacht terug op praten en lachen7 tot 8 weken988 van de 1000
Lacht terug op praten en lachen9 tot 10 weken995 van de 1000
Maakt geluiden terug11 tot 12 weken997 van de 1000
Maakt geluiden terug13 tot 14 weken996 van de 1000

Lees de laatste kolom ook andersom. Op 7 tot 8 weken is het lachje bij ongeveer 12 van de 1000 kinderen nog niet gezien, en op 9 tot 10 weken bij ongeveer 5 van de 1000.

Bij die waarden hoort een kanttekening: ze komen uit een dwarsdoorsnedeonderzoek, met per leeftijdsgroep andere kinderen. Daardoor kan een waarde bij een hogere leeftijd soms iets lager uitvallen dan bij een lagere. Ze geven de orde van grootte aan.

Het consultatiebureau werkt met vaste momenten. Het zuigelingenschema kent er zes: 4, 8, 13, 26, 39 en 52 weken. Het lachje hoort bij het moment van acht weken.

Op het schema wordt bij dit kenmerk ook de leeftijd ingevuld waarop het lachje er voor het eerst was. Die datum ben je thuis zo kwijt; houd je een babydagboek online in een app bij, dan zet je hem er met een korte notitie in en heb je hem bij de hand als het bureau ernaar vraagt. In de peuterperiode gebeurt hetzelfde met het loslopen.

Van lachen naar geluidjes en het eerste woordje

Na het lachje gaat het geluid meedoen. Vanaf ongeveer zes weken tot een maand of zes probeert een baby allerlei mondstanden uit, met keel-, smak- en kirgeluiden als resultaat.

Vanaf een maand of drie krijgt het heen en weer tussen jullie de vorm van een gesprekje: jij zegt iets, je baby antwoordt, jij antwoordt terug. De meeste kinderen van 38 weken maken brabbelgeluiden als ba-ba-ba of ma-ma-ma, en daaruit groeit later het eerste woordje.

Wanneer een baby voor het eerst hardop lacht, is niet vastgelegd. Er is geen kenmerk voor, en dus ook geen referentiewaarde. Wat wel vastligt, is de volgorde hierboven: eerst reageren op toespreken, dan terug lachen, dan geluid terug maken.

Waarom het lachje via jou loopt

Op een dag kijkt je baby terug en lacht. Wat daaronder zit, is dat een baby vanaf de geboorte op mensen is ingesteld: van alle geluiden die hij opvangt, reageert hij het meest intens op de menselijke stem, en het eerste onderscheid dat hij maakt is de stem van zijn moeder tussen andere stemmen.

Rond een maand of twee komt daar het kijken bij. Het zicht is dan zo ver dat een kind oogcontact kan leggen met zijn moeder, en de vroege omgang tussen ouder en kind lijkt op een gesprek tussen twee mensen die er om de beurt aan deelnemen, waarbij de ouder zijn beurt afstemt op het tempo van het kind.

Die beurten komen in het begin van jouw kant. Maakt je baby een geluid, dan reageer jij daarop, en zo ontstaat het om en om. Daarom werkt gewoon teruglachen en terugpraten, en zit er niets bij dat je hoeft te oefenen.

Zo nodig je een lachje uit

Op het consultatiebureau is hier een vaste werkwijze voor, en die kun je thuis net zo doen. Bij kenmerk 30 beweegt de onderzoeker zijn gezicht in het gezichtsveld van het kind en praat tegen het kind, zonder het aan te raken. Lukt het zo niet, dan vraagt hij het aan de ouder: lacht je kind terug als je tegen hem praat en lacht?

  • Kom met je gezicht in de kijkrichting van je baby. Bij het verwante kenmerk reageert op toespreken houdt de onderzoeker daarvoor ongeveer dertig centimeter aan, en dat past bij wat een jonge baby scherp ziet.
  • Praat en lach, en raak je baby daarbij niet aan. Aanraken is een tweede prikkel, en het onderzoek laat die er juist buiten, zodat te zien is waar de reactie vandaan komt.
  • Praat langzaam, in korte zinnen en met variatie in toonhoogte. Veel ouders gaan vrijwel automatisch zo praten, en herhalen daarbij veel woorden die over het hier en nu gaan.
  • Herhaal veel en blijf bij wat er nu is: hetzelfde geluidje, hetzelfde gezicht, dezelfde woorden.
  • Kies een moment waarop je baby wakker en rustig is. Bij het onderzoek wordt de gedragstoestand apart genoteerd, van wakker en alert tot huilerig, omdat een vermoeid of huilerig kind minder laat zien.

Lukt het na twee of drie pogingen van hooguit een minuut niet, stop dan en pak het later op de dag weer op. Kijkt je baby midden in het spelen ineens weg, wacht dan af in plaats van harder te proberen. Bij te veel prikkels wendt een kind zich tijdelijk af, en daarna gaat het zelf weer aankijken; dat wegkijken is vaak het teken dat het even genoeg is.

Naarmate je baby ouder wordt gaan spelletjes meedoen. Wat op welke leeftijd aanslaat, staat in spelen met je baby per leeftijd.

Wat vaak niet helpt

Vier dingen die veel gebeuren en waar je weinig aan hebt:

  • Kietelen of aanraken om het lachje op gang te helpen. Je krijgt dan een reactie op de aanraking en niet op je gezicht en je stem, en juist daarom laat het onderzoek aanraken erbuiten.
  • Doorgaan terwijl je baby moe of huilerig is. Kijken en reageren kosten een jonge baby energie, en die is er op zo’n moment niet.
  • Je telefoon voor je gezicht houden. Je gezicht is de prikkel waar je baby naar kijkt, en dat is precies het deel dat je dan afdekt.
  • Vergelijken met een ander kind van dezelfde week. Het verschil tussen kinderen ligt hier in weken, en het consultatiebureau beoordeelt een negatief gescoord kenmerk bij het volgende onderzoeksmoment sowieso opnieuw.

Als het lachje uitblijft

Is er op acht weken nog geen lachje, dan hoef je niet tot het volgende onderzoeksmoment te wachten. Dat valt pas op dertien weken. Je kunt tussendoor bellen en het melden; een extra consult bestaat onder meer om de ontwikkeling een tijdje wat intensiever te volgen.

Wat jij thuis ziet, telt daarbij volledig mee. Ziet de professional geen lach, dan vraagt hij het aan jou, en jouw antwoord wordt als positief genoteerd, met de letter M van mededeling. Het kenmerk gaat pas op negatief wanneer de professional geen lach ziet én jij zegt dat je het thuis ook niet ziet.

Wordt het kenmerk negatief gescoord, dan wordt de uitslag met je besproken en bepaalt de arts van de jeugdgezondheidszorg wat er verder gebeurt, op grond van alle gegevens die er zijn. Het kenmerk wordt bij het volgende onderzoeksmoment hoe dan ook opnieuw beoordeeld, en er wordt dan ook gekeken naar de kenmerken van de leeftijden ervoor, tot er positieve scores zijn.

Het uitblijven van de eerste glimlach in combinatie met geen of onduidelijk oogcontact staat op de lijst met alarmsymptomen, en onvoldoende reactie op geluid- of lichtprikkels staat er ook op.

Is je baby te vroeg geboren, dan wordt het schema op de kalenderleeftijd ingevuld, en bevat het onderzoek de kenmerken van de gecorrigeerde leeftijd, doorlopend tot en met die van de ongecorrigeerde leeftijd. Uit het POPS-onderzoek blijkt dat prematuren juist op glimlachen en terugpraten vaak sneller inhalen dan op de grove motoriek. Draait je baby zijn hoofd weg als je hem aankijkt en tegen hem praat, dan zijn dat te veel prikkels tegelijk; wachten tot hij zelf weer aankijkt werkt beter dan hem tot aankijken proberen te bewegen.

Wanneer je contact opneemt

Noem het bij het eerstvolgende bezoek aan het consultatiebureau als je baby rond de tien weken nog niet teruglacht, of als je twijfelt of het een reactie op jou was. Wat je wilt vragen, kun je van tevoren opschrijven; hoe je dat aanpakt staat in het consultatiebureau voorbereiden.

Bel het consultatiebureau tussendoor als het lachen er was en duidelijk verdwijnt, als je baby nauwelijks oogcontact maakt, of als hij niet of nauwelijks reageert op geluid of op licht. Dat laatste hoort bij de alarmsymptomen, die ook blijven gelden wanneer je baby te vroeg geboren is.

Bel overdag de huisarts en buiten kantooruren de huisartsenspoedpost als je baby ziek lijkt: slecht drinken, duidelijk minder natte luiers of sufheid. Is je baby jonger dan drie maanden, dan geldt bij koorts de regel om altijd direct te bellen.

Hoe het met jou gaat

Wachten op een eerste lachje is iets anders dan wachten op omrollen of zitten, omdat er niets is dat je kunt oefenen. Veel ouders vragen zich in die weken af of ze iets verkeerd doen.

Ouders halen veel uit dat lachje, en zolang het uitblijft, krijgen ze dat antwoord van hun kind niet terug. Dat is opgeschreven over kinderen die blind of slechtziend zijn, maar het gaat ook over wat je nu voelt. Dat je het zwaar vindt, ligt niet aan te weinig geduld.

Houdt het je dagen achter elkaar bezig, bel dan het consultatiebureau en vraag om een gesprek tussendoor; daar zijn ze ook voor jou. Gaat het thuis niet meer, dan staan in als het huilen te veel wordt de nummers die dag en nacht bereikbaar zijn.

Het eerste lachje in het dagboek

Het lachje dat op jou gericht is, is een van de eerste dingen die je wilt onthouden. In BabyTracker zet je het in het dagboek, met de datum en een verhaaltje erbij: waar het was, wat je deed, hoe het gezichtje eruitzag. Juist die details wil je over een jaar teruglezen.

Bekijk mijlpalen en fotos

Het dagboek in BabyTracker met een mijlpaal en een verhaaltje
Het eerste lachje als mijlpaal, met het verhaal erbij.

Bronnen en verantwoording

  • NCJ, Van Wiechenonderzoek: kenmerk 29 reageert op toespreken, kenmerk 30 lacht terug en kenmerk 31 maakt geluiden terug, met de instructie, de scoringsregels en de referentiewaarden per onderzoeksleeftijd
  • NCJ, handboek Ontwikkelingsonderzoek in de jeugdgezondheidszorg, deel 1 (uitgave 2008, wordt niet meer geactualiseerd), hoofdstuk 3, 5, 7, 9 en 10 (geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer lacht een baby voor het eerst terug?

Bij de meeste kinderen rond twee maanden, op het moment dat jij tegen je baby praat en lacht. Op de onderzoeksleeftijd van 7 tot 8 weken laat 988 van de 1000 kinderen het zien, op 9 tot 10 weken 995 van de 1000. Dat zijn de landelijke referentiewaarden.

Mijn baby van negen weken lacht nog niet terug. Wat kan ik doen?

Bel het consultatiebureau en meld het. Het volgende vaste onderzoeksmoment valt pas op dertien weken, en een extra consult tussendoor kan. Kijk thuis ondertussen of je baby op andere manieren reageert: stiller worden, meer bewegen of een ander gezicht telt in het onderzoek ook als een antwoord.

Mijn baby lachte niet op het consultatiebureau. Telt dat mee?

Wat jij thuis ziet, telt volledig mee. Het kenmerk wordt pas als negatief genoteerd wanneer de professional geen lach ziet én jij zegt dat je het thuis ook niet ziet. Zeg het dus als je baby thuis wel teruglacht.

Waarom lacht mijn baby in zijn slaap?

Die vroege lachjes komen zonder aanleiding, ook in de slaap, en zijn nog geen antwoord op jou. Als antwoord telt alleen het lachje dat komt nadat iemand tegen je baby praat en lacht. Bij de meeste kinderen komt dat rond twee maanden.

Wanneer gaat een baby hardop lachen?

Voor hardop lachen bestaat geen kenmerk op het consultatiebureau, dus er is ook geen leeftijd en geen referentiewaarde voor. Wel is bekend dat een baby vanaf ongeveer zes weken tot een maand of zes keel-, smak- en kirgeluiden maakt, en dat het heen en weer tussen jullie vanaf een maand of drie de vorm van een gesprekje krijgt.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.