Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Slapen / Slaapregressie bij je baby: waarom het gebeurt en wat je kunt doen

Slapen

Slaapregressie bij je baby: waarom het gebeurt en wat je kunt doen

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 27 augustus 2026

Het is drie uur ’s nachts en je baby is alweer wakker, voor de derde keer vannacht. Twee weken geleden sliep hij nog rustig, en je snapt niet wat er ineens anders is.

Zo’n periode wordt vaak een slaapregressie genoemd: een baby die al aardig sliep, wordt ineens weer vaker wakker, valt moeilijker in slaap of dut korter. Er gaat meestal niets mis. Zulke periodes vallen vaak samen met stappen in de ontwikkeling, en ze gaan meestal vanzelf weer over.

Hoe vaak een baby ’s nachts wakker wordt, verschilt sowieso sterk per kind en per week: van nooit tot vijftien keer per nacht komt allemaal voor.

Hieronder staat waarom dit gebeurt, rond welke leeftijden veel ouders het merken, wat je kunt doen en wanneer je belt.

In het kort

  • Een slaapregressie: een baby die al goed sliep, wordt ineens weer vaker wakker.
  • Zulke periodes vallen vaak samen met ontwikkelingsstappen en gaan meestal vanzelf weer over.
  • Vaker wakker worden rond 6 maanden is gewoon: gemiddeld 2,5 keer per nacht.
  • Houd het ritme en het slaapritueel gelijk en wacht met grote veranderingen.
  • Niet beter na een paar weken, of ziek? Bel het consultatiebureau of de huisarts.

Is een slaapregressie iets officieels?

Nee. De term komt niet uit een Nederlandse richtlijn; het is een woord van ouders en slaapcoaches voor iets dat vrijwel elk gezin herkent: het slapen ging net lekker, en ineens niet meer.

Dat betekent ook dat er geen officiële definitie bestaat van wanneer zo’n periode begint of hoe lang hij duurt. Het patroon erachter is wel goed te verklaren met wat er in het eerste jaar met de slaap en de ontwikkeling gebeurt. Daarover hieronder meer.

Wat merk je?

Je baby wordt ’s nachts vaker wakker en slaapt niet meer vanzelf verder, terwijl dat eerst wel lukte. Troosten duurt langer, dutjes worden korter, of het neerleggen wordt ineens een gevecht.

Vaak zie je in dezelfde weken iets nieuws. De eerste keer omrollen, optrekken tot staan, of een baby die ineens duidelijk verschil maakt tussen bekende en vreemde gezichten en huilt zodra je de kamer uit gaat.

Sommige baby’s oefenen hun nieuwe beweging ook in bed. Een baby die net kan staan, staat om twee uur ’s nachts rechtop in het bedje en weet nog niet hoe hij terug moet.

Hoe vaak is ’s nachts wakker worden gewoon?

Vaker dan je misschien denkt. Dit verschilt sterk per kind; de tabel geeft een richting, geen norm. De gemiddelden komen uit de JGZ-richtlijn Slaap:

LeeftijdGemiddeld aantal keer ’s nachts wakkerSpreiding
3 maanden2,2 keer0 tot 15 keer
6 maanden2,5 keer0 tot 15 keer
12 maanden1,8 keer0 tot 13,5 keer

Kijk vooral naar het gemiddelde bij 6 maanden: dat ligt iets hoger dan bij 3 maanden. Een baby die na een rustige periode weer vaker wakker wordt, is dus geen uitzondering; het is terug te zien in de gemiddelden.

Ook goed om te weten: op 3 maanden valt ongeveer de helft van de baby’s nog niet in slaap zonder ouder erbij, en de meeste baby’s slapen dan nog niet door. Een baby die jou ’s nachts nodig heeft, doet niets geks.

Waarom wordt een baby die goed sliep ineens weer wakker?

Het wakker worden zelf is niet het probleem. Babyslaap verloopt in cycli van ongeveer drie kwartier, en tussen die cycli wordt een baby een paar keer per nacht heel kort wakker of bijna wakker. Dat doen volwassenen en oudere kinderen ook; de meesten merken het niet eens.

Wat in een onrustige periode verandert, is niet dat wakkere moment, maar wat er daarna gebeurt: het zelf weer in slaap vallen lukt even niet meer.

Daar zijn gewone verklaringen voor. Een brein dat een nieuwe vaardigheid aan het leren is, is ook ’s nachts drukker bezig. Een baby die eenkennig wordt, vindt alleen zijn weer spannend. En de slaap zelf is volop in verbouwing: rond 3 maanden ontstaat het dag-nachtritme, en vanaf ongeveer 6 maanden begint de opbouw van de slaap zelf te veranderen, stap voor stap, tot die rond een jaar of vijf op die van een volwassene lijkt. De bekende onrustige periode rond 4 maanden valt midden in die verbouwing.

Dit verklaart ook waarom het advies hieronder zo saai klinkt. In weken waarin voor je baby veel nieuw is, helpt juist wat herkenbaar is: hetzelfde ritueel, dezelfde plek, dezelfde kleine troost.

Rond welke leeftijden merken ouders het vaak?

Elke baby is anders, en niet elk kind heeft op elk van deze momenten een onrustige periode. Dit zijn de leeftijden waarop veel ouders het merken, met wat er dan vaak speelt:

LeeftijdWat er vaak speelt
Rond 3 tot 4 maandenDe slaap is volop in verbouwing: rond deze leeftijd ontstaat het dag-nachtritme
Rond 6 maandenOefenen met zitten en rollen, de eerste hapjes, soms doorkomende tandjes
Rond 8 tot 10 maandenKruipen, optrekken tot staan en eenkennigheid: alleen gelaten worden is even spannend
Rond 12 maandenLeren lopen en de overgang in het aantal dutjes
Rond 13 tot 15 maandenVan twee dutjes naar één; het middagritme moet zich opnieuw zetten
Rond 18 tot 24 maandenEen eigen wil, soms een nare droom of angst voor het donker; de peuter test ook het bedritueel

De leeftijden zijn herkenningspunten, geen agenda. Een onrustige periode die weken eerder of later valt, of helemaal overslaat, is net zo gewoon.

Hoe lang gaat dit duren?

Daar is geen vast getal voor, omdat de term nergens officieel is vastgelegd. Wat wel bekend is: veel slaapproblemen bij jonge kinderen zijn tijdelijk en gaan vanzelf weer over. Vaak zie je halverwege al waarvoor het was: de eerste keer omrollen, los staan, een woordje.

En je bent niet de enige. Ouders van ongeveer een kwart van de baby’s tot 6 maanden ervaren het slapen in die periode als een probleem, en tussen 12 en 24 maanden is dat aandeel vergelijkbaar.

Blijft het slechte slapen week na week hetzelfde, zonder betere nachten ertussendoor? Dan zit het vaak ergens anders in dan in een ontwikkelingsstap. Denk aan een gewoonte die is ingesleten (in slaap vallen kan alleen nog op de arm), aan wakkertijden die niet meer passen bij de leeftijd, of aan iets lichamelijks. Dan is het geen kwestie van uitzitten, maar van kijken wat er speelt, eventueel samen met het consultatiebureau.

Wat kun je doen?

Veel doen hoeft niet; het gaat vooral om vasthouden wat werkt:

  • Houd het slaapritueel precies gelijk. Van een vast, rustig ritueel voor het slapengaan is bekend dat het slaapproblemen bij baby’s vermindert: als elke stap voorspelbaar is, herkent je baby wat er komt, juist in een week waarin veel nieuw is.
  • Geef overdag ruim baan aan het oefenen. Een baby die overdag naar hartenlust heeft gerold of gestaan, hoeft dat ’s nachts minder nodig te doen.
  • Kijk kritisch naar de wakkertijden. In deze periodes verschuift de slaapbehoefte, en een kwartier eerder of later naar bed maakt soms het verschil tussen vlot inslapen en een gevecht.
  • Troost gerust, en houd het klein: een hand op de borst en een zachte stem doen vaak genoeg. Zeker een baby onder de 6 maanden kan zichzelf nog niet goed kalmeren en heeft jou daar echt bij nodig.
  • Wacht met grote veranderingen. Dit is geen week voor de overstap naar de eigen kamer, het afscheid van de speen of het afbouwen van de nachtvoeding.

Leer ik mijn baby nu verkeerde gewoontes aan?

In een zware week doe je wat werkt, en dat is verstandig. Let alleen op het verschil tussen eenmalig en elke nacht.

Een baby die twee weken lang elke nacht in de ouderarm in slaap valt, verwacht dat in week drie ook. Dan is de onrustige periode voorbij, maar de gewoonte niet.

Een praktische middenweg: troost ruimhartig, maar op de plek waar je baby slaapt, zodat het bed de plek blijft waar het inslapen gebeurt.

En als het na een paar weken nog niet beter is?

Midden in een zware periode lijken alle nachten op elkaar, en dan is lastig te zien waar het hapert. Noteer daarom een paar dagen hoe laat je baby sliep en hoe lang hij daarvoor wakker was. Op papier werkt dat prima, en met slaap bijhouden in een app hoef je de tijden van vannacht niet tot de ochtend te onthouden.

Vaak zie je dan een klein ding dat is gaan schuiven: een dutje dat te lang doorloopt, een wakkertijd die niet meer past, een middagslaapje dat er eigenlijk al uit kon.

Pas daarna één ding tegelijk aan en geef het een paar dagen, want een baby heeft even nodig om aan een nieuw ritme te wennen. Verandert er na een week of twee nog steeds niets, leg het dan voor aan het consultatiebureau. Die kijken met je mee naar het ritme en naar mogelijke lichamelijke oorzaken.

Wanneer neem je contact op?

Met vragen over slapen kun je altijd bij het consultatiebureau terecht, ook tussen de afspraken door.

Bel het consultatiebureau of de huisarts als het slechte slapen samengaat met koorts, oorpijn na een verkoudheid, slecht drinken of slecht groeien, als je baby ook overdag ontroostbaar is, of als het week na week aanhoudt zonder dat het beter wordt.

Is je baby te vroeg geboren of is er een aandoening bekend? Dan kunnen er over slapen andere afspraken gelden; volg dan het advies dat jullie van het consultatiebureau of de kinderarts hebben gekregen.

En hoe houd jij dit vol?

Weken van gebroken nachten tellen op, en dan wordt elke nacht zwaarder dan de vorige.

Verdeel de nacht waar dat kan in blokken, zodat ieder van jullie een aaneengesloten stuk slaapt. Ook als je borstvoeding geeft, kan de ander troosten, verschonen en terugleggen.

Wordt het je midden in de nacht te veel, leg je baby dan veilig in bed, ga de kamer uit en kom na een paar minuten terug. Dat voelt misschien als falen, maar het is juist de veilige keuze.

En merk je dat het slaapgebrek je over een grens duwt, zeg dat dan hardop tegen het consultatiebureau. Ook daarvoor zijn ze er.

Zien dat het weer beter wordt

Midden in een onrustige periode voelt elke nacht hetzelfde slecht. In het slaappatroon van de BabyTracker-app zie je het echte verloop: wanneer de onrust begon, of hij samenviel met een nieuwe stap, en dat de nachten alweer rustiger worden dan vorige week.

Bekijk baby slaap bijhouden

Het slaappatroon in BabyTracker over meerdere weken
In de grafiek zie je wanneer de onrustige nachten begonnen en wanneer je baby weer rustiger ging slapen.

Bronnen en verantwoording

  • NCJ, JGZ-richtlijn Slaap (2026), kennismodule 2.2 Begrippen, 2.3 Normaal slaapgedrag en 2.4 Epidemiologie slaapproblemen, en de modules 5.5 Interventies bij slaapproblemen bij baby’s onder de 6 maanden en 5.6.2 Bedtijdroutines, via jgzrichtlijnen.nl (geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een slaapregressie?

Daar is geen vast getal voor, omdat de term nergens officieel is vastgelegd. Meestal is zo'n periode tijdelijk en zie je halverwege al waarvoor het was, zoals de eerste keer omrollen. Blijft het week na week hetzelfde zonder verbetering, leg het dan voor aan het consultatiebureau.

Wat is de slaapregressie van 4 maanden?

In de eerste maanden verandert de slaap zelf: rond 3 maanden ontstaat het dag-nachtritme, en in het halfjaar daarna begint ook de opbouw van de slaap te veranderen. De bekende onrustige periode rond 4 maanden valt midden in die verbouwing; veel baby's slapen dan tijdelijk onrustiger.

Bestaat een slaapregressie bij 13 of 22 maanden ook?

Rond 13 maanden speelt vaak de overgang naar één dutje, rond 22 maanden de eigen wil en soms angst voor het donker. Ook die periodes gaan meestal vanzelf voorbij; houd het ritueel gelijk.

Moet ik mijn baby laten huilen tijdens een slaapregressie?

Nee, troosten mag altijd. Zeker een baby onder de 6 maanden kan zichzelf nog niet goed kalmeren en heeft jou daarbij nodig. Houd het troosten klein en doe het op de slaapplek zelf, zodat het bed de plek blijft waar het inslapen gebeurt.

Wanneer bel ik het consultatiebureau over slecht slapen?

Als het slechte slapen samengaat met ziekte, slecht drinken of slecht groeien, als het week na week aanhoudt zonder dat het beter wordt, of als het slaapgebrek jou als ouder te veel wordt.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.