Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Je baby van 5 maanden: rollen, pakken en steeds meer mening
OntwikkelingJe baby van 5 maanden: rollen, pakken en steeds meer mening
Je verschoont je baby en houdt er voor het eerst een hand bij, want stil ligt hij niet meer. Rond deze leeftijd komt bij veel baby’s de rol: gemiddeld kunnen baby’s met ongeveer vijf maanden zelf van de rug naar de buik draaien en weer terug, maar sommige zijn daar pas met negen maanden aan toe. Allebei past binnen de gewone spreiding; in het ontwikkelingsonderzoek wordt het rollen pas rond negen maanden nagekeken.
Naast het bewegen groeit de eigen mening: stopt het liedje of verdwijnt het speeltje, dan hoor je dat meteen. Hieronder staat wat veel baby’s van vijf maanden laten zien, wat de rol betekent voor veilig slapen, hoe de oefenhapjes verdergaan, en wanneer je belt.
In het kort
- Gemiddeld rollen baby’s rond de vijf maanden beide kanten op; sommige pas met negen maanden.
- Rolt je baby of doet hij een eerste poging? Stop dan direct met inbakeren.
- Oefenhapjes: 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes, naast de melkvoeding.
- Slapen: rond het half jaar gemiddeld 15 uur per etmaal, spreiding 6 tot 21 uur.
- Voelt je baby slap aan of maakt hij weinig contact? Bespreek het op het consultatiebureau.
Deze maand in het kort
Dit verschilt per kind. De tabel geeft een richting, geen norm.
| Onderdeel | Wat je vaak ziet |
|---|---|
| Bewegen | Rollen lukt of wordt geoefend; hoog steunen op de armen in buikligging |
| Handjes | Gericht pakken, alles naar de mond, de eigen voeten vastpakken |
| Contact | Gieren, steeds meer verschillende geluiden, protest als iets stopt |
| Slapen | Rond het half jaar gemiddeld 15 uur per etmaal, spreiding 6 tot 21 uur |
| Eten | Oefenhapjes 1 of 2 keer per dag, 3 tot 4 lepeltjes; melk blijft de hoofdvoeding |
Wat veel baby’s deze maand laten zien
De eerste rol komt vaak onverwacht, en nogal eens op de commode. Verschonen gaat daarom vanaf nu met een hand erbij, en het aankleedkussen op hoogte is geen plek meer om even weg te lopen. Moet je toch iets pakken, leg je baby dan eerst terug in bed of in de box.
Het rollen zelf is oefenwerk. Het kan gerust een tot twee maanden duren voordat je baby het goed onder de knie heeft, en veel kinderen hebben een kant waar ze liever naartoe rollen. Een baby die op maandag drie keer rolt, kan er daarna dagen niets meer aan vinden; dat heen en weer past bij het leren van iets nieuws. Zulke kleine stappen ben je zo weer vergeten, dus je kunt ze kort noteren: de ontwikkeling bijhouden in een app laat je over een paar weken teruglezen wat er ondertussen is veranderd.
De handen doen intussen volop mee: gericht pakken, alles naar de mond brengen, de eigen voeten vastpakken en aan sokken trekken. Ook de geluiden worden gevarieerder, en het protest klinkt duidelijker wanneer iets leuks ophoudt.
Slapen: de rol verandert de nacht
Voor deze leeftijd geeft de JGZ-richtlijn Slaap het meetpunt zes maanden: gemiddeld 15 uur slaap per etmaal, met een spreiding van 6 tot 21 uur. Wakker worden komt daar gewoon bij: gemiddeld 2,5 keer per nacht, en de spreiding loopt van 0 tot 15 keer. Tussen drie en zes maanden neemt dat wakker worden gemiddeld niet af maar iets toe, van 2,2 naar 2,5 keer; een onrustige periode zoals rond de vier maanden is dus niet per se in een paar weken voorbij. Meer cijfers per leeftijd staan in hoeveel slaapt een baby.
De nieuwe kunst speelt ook ’s nachts mee. Wat je ziet: een baby die in bed naar de buik draait of oefenend wakker wordt. Wat daaronder zit: juist in de fase van de eerste rol is het risico op wiegendood verhoogd, omdat een baby die net naar de buik kan draaien nog niet vlot terug kan draaien en met het gezicht tegen het matras kan komen. Daarom werken de bekende regels precies hier: op de rug neerleggen, een leeg bed en een passende slaapzak houden het gezicht vrij, en buikligging overdag tijdens het spelen, terwijl je erbij blijft, oefent het terugdraaien.
Rolt je baby in zijn slaap naar de buik en beheerst hij het draaien nog niet naar twee kanten, draai hem dan terug op de rug. Rolt hij zelf vlot van rug naar buik en weer terug, dan is terugdraaien niet meer nodig; het advies blijft wel om hem altijd op de rug te slapen te leggen. Werd je baby nog ingebakerd, dan is dit het moment om te stoppen: VeiligheidNL adviseert het inbakeren vanaf vier maanden af te bouwen, direct te stoppen bij een eerste draaipoging, en een baby vanaf zes maanden nooit meer in te bakeren.
Schuiven de dutjes overdag elke dag, kijk dan eerst naar hoe lang je baby wakker is geweest en pas daarna naar de klok. Hoe dat werkt staat in wakkertijden per leeftijd.
Eten: van proeven naar wennen
De oefenhapjes zijn er om smaken te leren kennen en van een lepeltje te leren eten: 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 kleine lepeltjes fijngemaakte groente of fruit. Begin met één smaak tegelijk en geef dezelfde smaak vaker: een kind heeft soms wel 10 keer proeven nodig voordat het een smaak leert waarderen. Een vies gezicht bij de eerste lepel zegt dus weinig over volgende week.
Melk blijft de hoofdvoeding; de hapjes komen ernaast en zijn niet bedoeld om de trek in borst- of flesvoeding te verminderen. Voor flesvoeding blijft de vuistregel ongeveer 150 milliliter per kilo lichaamsgewicht per etmaal, en rond het half jaar drinken de meeste baby’s ongeveer zes keer per dag een fles. De richtgetallen per leeftijd staan in het voedingsschema.
Kijk deze maand ook vooruit naar pinda en ei: het advies is om je baby daar vóór de acht maanden mee te laten kennismaken. Dat kan nu al, met een halve theelepel 100 procent pindakaas zonder stukjes door de groente- of fruithap, de dagen erna iets meer, en daarna elke week opnieuw. Heeft je baby ernstig eczeem of een vastgestelde voedselallergie, dan is het advies om vóór de zes maanden te starten, in overleg met de behandelend arts of het consultatiebureau.
Wat vaak niet helpt
Wiggen, zijligkussentjes en stabilisatierolletjes om buikligging tegen te houden: die horen niet in het bedje, want kussenachtige materialen maken het bed juist onveiliger. Houd het bed leeg en leg je baby op de rug neer.
Een inbakerslaapzak als tussenoplossing: een baby die veel beweegt, heeft daarin soms net genoeg ruimte om naar de buik te draaien, maar kan de armen niet genoeg bewegen om zelf terug te draaien.
Een smaak schrappen na één keer weigeren: met soms 10 keer proeven voordat een smaak went, zegt één afwijzing nog weinig. Dezelfde groente een paar dagen later opnieuw geven werkt beter dan steeds iets nieuws zoeken.
Wat er praktisch verandert in huis
Je baby pakt vanaf nu alles wat binnen handbereik ligt, en wat in een hand past, gaat naar de mond; leg kleine voorwerpen dus buiten bereik. Dit is ook een goed moment om over de kinderstoel na te denken, zodat de hapjes straks rechtop en met steun gegeten worden.
Voor onderweg geldt een tussenfase: plat liggen begint te vervelen, maar rechtop zitten in de buggy komt pas wanneer je baby zelf stabiel zit. Een bijna-ligstand, de kap open of de draagzak overbrugt die weken. En wil je een keer naar het zwembad, lees dan eerst zwemmen met je baby.
Samen doen
Spelen wordt steeds meer een gesprek: kiekeboe, geluidjes over en weer, een speeltje net buiten bereik op de speelmat als uitnodiging om te draaien. Op de buik liggen terwijl jij erbij blijft, oefent de spieren in de nek, de schouders en de rug die je baby gebruikt om te rollen en terug te draaien. Wissel prikkels af met rust; een baby van vijf maanden raakt ook vol.
Meer ideeën per leeftijd staan in spelen met je baby. In maand zes wordt het aan tafel interessanter, want dan groeien de hapjes uit tot echte eetmomenten.
Als het nog niet lukt
Rolt je baby nog niet, dan zegt dat op deze leeftijd weinig: gemiddeld lukt het rond de vijf maanden, en op ongeveer negen maanden rolt 90 van de 100 kinderen beide kanten om. Afdwingen kan niet, uitlokken wel: leg je baby overdag een paar keer per dag even op de buik terwijl je erbij blijft, en leg iets aantrekkelijks net buiten bereik. Rolt je baby rond de negen maanden nog niet beide kanten om, bespreek het dan op het consultatiebureau.
Gaat er bij de hapjes meer naast dan erin, houd het dan klein: één rustig moment per dag, dezelfde smaak een paar dagen later opnieuw, en stoppen zodra je baby het hoofd wegdraait. Blijft elke lepel na een paar weken proberen een gevecht, of lijkt het slikken zelf moeizaam te gaan, leg het dan voor aan het consultatiebureau.
Wanneer neem je contact op?
Kijk eerst naar wat je nu ziet. Drinkt je baby duidelijk minder, heeft hij minder natte luiers, is hij suf, of heeft hij koorts en maakt hij een zieke indruk? Bel dan de huisarts, en buiten kantoortijden de huisartsenspoedpost.
Voor vragen over het tempo is het consultatiebureau de plek: bespreek het daar als je baby slap aanvoelt in nek of romp, één kant duidelijk minder gebruikt, niet naar dingen grijpt, of stil is en weinig contact maakt. Daar is geen verwijzing voor nodig, en je kunt er ook tussen de vaste afspraken door voor bellen.
Weeg ook mee wat al gold voordat je iets opviel. Is je baby te vroeg geboren, dan kijkt het consultatiebureau naar de leeftijd gerekend vanaf de uitgerekende datum; een baby van vijf maanden die zes weken te vroeg kwam, wordt dus vergeleken met een baby van drieënhalve maand.
Hoe het met jou gaat
Een baby die rolt, vraagt de hele dag een hand en een half oog, en dat maakt deze maand voller dan de vorige. Verdeel het verschonen, het voeden en de nachten waar dat kan, zodat niet alle alertheid bij één ouder ligt.
Blijft er ongerustheid hangen over het slapen of over het tempo van de ontwikkeling, wacht dan niet op het volgende consult maar bel het consultatiebureau tussendoor. Daar zijn ze ook voor vragen zonder ziek kind.
De rol als mijlpaal
De eerste rol, het overpakken, de eerste keer voetjes vast: het zijn kleine mijlpalen die je in BabyTracker met één tik vastlegt, met een filmpje in het dagboek erbij. Over een jaar is dit precies de maand die je wilt terugzien.
Bronnen en verantwoording
- NCJ, JGZ-richtlijn Slaap (2026), 2.3 Normaal slaapgedrag (geraadpleegd september 2026)
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (NCJ, 2019), P90-waarden Van Wiechenonderzoek
- NCJ, Van Wiechenkenmerk 60 ‘Rolt zich om van rug naar buik en omgekeerd’
- VeiligheidNL, Protocol Veilig Slapen in de Kinderopvang (september 2025, versie 1.0) en kinderveiligheid.nl
- Voedingscentrum, ‘De oefenhapjes (4 tot 6 maanden)’, ‘Hoeveel flesvoeding heeft mijn baby nodig?’ en ‘Wanneer geef ik mijn baby pinda en ei?’
- Thuisarts.nl (overige bronnen geraadpleegd augustus 2026)
De leeftijd waarop baby’s gemiddeld rollen, het terugdraaien in bed, het stoppen met inbakeren, de lege bedregel en de buikligging overdag komen van VeiligheidNL, uit het Protocol Veilig Slapen in de Kinderopvang (september 2025, versie 1.0) en van kinderveiligheid.nl. De slaapcijfers komen uit de JGZ-richtlijn Slaap van het NCJ, 2.3 Normaal slaapgedrag. De P90-waarde voor het omrollen komt uit bijlage 7 van de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling, en de uitleg over het oefenen van het NCJ, bij Van Wiechenkenmerk 60. De hoeveelheden bij de oefenhapjes, de vuistregel voor flesvoeding en het advies over pinda en ei komen van het Voedingscentrum. De belsignalen komen van Thuisarts.nl. De richtlijn Slaap is geraadpleegd in september 2026, de overige bronnen in augustus 2026.
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Wat kan een baby van 5 maanden?
Veel baby's van vijf maanden pakken gericht, brengen alles naar de mond, pakken hun voeten vast en maken steeds meer verschillende geluiden. Gemiddeld kunnen baby's rond deze leeftijd zelf van rug naar buik rollen en weer terug, maar sommige zijn daar pas met negen maanden aan toe.
Hoeveel slaapt een baby van 5 maanden?
Voor het dichtstbijzijnde meetpunt, zes maanden, geldt een gemiddelde van 15 uur per etmaal met een spreiding van 6 tot 21 uur. Wakker worden komt daar gewoon bij: gemiddeld 2,5 keer per nacht. Jouw kind mag daar overal in zitten.
Mag mijn baby van 5 maanden op de buik slapen?
Het advies blijft om je baby altijd op de rug te slapen te leggen. Draait hij in zijn slaap naar de buik en beheerst hij het rollen nog niet naar twee kanten, draai hem dan terug; rolt hij zelf vlot beide kanten op, dan is terugdraaien niet meer nodig. Wiggen of kussentjes om buikligging tegen te houden maken het bed juist onveiliger.
Hoeveel voeding heeft een baby van 5 maanden nodig?
Melk blijft de hoofdvoeding; de oefenhapjes van 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes komen daarnaast. Voor flesvoeding is de vuistregel ongeveer 150 milliliter per kilo lichaamsgewicht per etmaal. Het is een richtlijn, geen wet; het consultatiebureau kan meedenken over jouw kind.
Mijn baby van 5 maanden rolt nog niet. Is dat erg?
Meestal zegt dat weinig: de spreiding is groot, en op ongeveer negen maanden rolt 90 van de 100 kinderen beide kanten om. Voelt je baby slap aan of gebruikt hij één kant duidelijk minder, bespreek het dan op het consultatiebureau.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.