Wat de app kan
Menu
Je betaalt één keer € 4,99 76 functies in de app Jullie gegevens blijven veilig Zes mensen in één account, met rechten per persoon Hulp per mail, vaak binnen een dag

Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Je baby van 0 tot 3 maanden: wat er verandert en waar het bureau naar kijkt

Praktische info en wat BabyTracker in deze maanden voor je doet

Je baby van 0 tot 3 maanden: wat er verandert en waar het bureau naar kijkt

Door de redactie van BabyTracker · Bijgewerkt op 30 augustus 2026

Je zit met je baby van zeven weken op schoot en hij kijkt langs je heen, naar het raam. Je vraagt je af of hij jou al ziet, en of er iets is wat hij nu al zou laten zien.

In deze maanden verandert vooral het contact, dus kijken, luisteren en teruglachen, en de kracht in de nek. Rond zeven tot tien weken lacht bijna elk kind terug. Het hoofd optillen op de buik lukt rond veertien weken bij ongeveer 90 van de 100 kinderen, en daar is de spreiding dus groter. Hieronder staat wat je kunt doen en wanneer je belt; per losse maand staat het op de maandpagina’s.

In het kort

  • In deze maanden verandert vooral het contact, en de kracht in de nek.
  • Rond zeven tot tien weken lacht bijna elk kind terug als je tegen hem praat.
  • Het hoofd optillen op de buik lukt rond veertien weken bij 90 van de 100.
  • Buikligging vanaf de geboorte, met jou erbij; slapen gebeurt altijd op de rug.
  • Koorts onder de drie maanden: bel direct de huisarts of de huisartsenpost.

Wat je in deze maanden kunt zien

Een pasgeboren baby reageert nog met zijn hele lijf. Een deur die dichtvalt geeft een schrikbeweging waarbij de armen opengaan, en de blik glijdt over je gezicht heen zonder ergens te blijven hangen. In de weken daarna wordt dat kijken rustiger: je baby blijft even op je gezicht rusten, en op een gegeven moment draaien de ogen en het hoofd mee als jij langzaam opzij beweegt.

Daarna komt het antwoorden. Eerst met het gezicht, in de vorm van een lach die duidelijk op jou gericht is, en later ook met geluid: jij zegt iets, je baby maakt een keeltje open, jij reageert. Dat heen en weer is wat het consultatiebureau bedoelt met “maakt geluiden terug”. Meer over het eerste lachje staat in wanneer gaat een baby lachen.

Lichamelijk gaat het vooral om het hoofd. Op de buik komt het gezicht los van de ondergrond, eerst een seconde, later langer en hoger. De handjes gaan uit de vuist en verdwijnen in de mond. In de eerste weken ziet je baby het scherpst op twintig tot dertig centimeter, ongeveer de afstand tot jouw gezicht tijdens het voeden.

Wat gebruikelijk is, in cijfers

Dit verschilt per kind. De tabel geeft een richting, geen norm. De leeftijden hieronder zijn de leeftijden waarop het consultatiebureau naar zo’n kenmerk kijkt in het Van Wiechenonderzoek, met daarachter het deel van de onderzochte kinderen dat het kenmerk op dat moment liet zien.

Wat je kunt zienOnderzocht rondDeel van de onderzochte kinderen dat het toen liet zien
Lacht terug als je tegen hem praat (kenmerk 30)7 tot 8 weken98,8 procent
Lacht terug als je tegen hem praat (kenmerk 30)9 tot 10 weken99,5 procent
Maakt geluiden terug als je tegen hem praat (kenmerk 31)11 tot 12 weken99,7 procent
Maakt geluiden terug als je tegen hem praat (kenmerk 31)13 tot 14 weken99,6 procent
Heft in buikligging het hoofd tot 45 graden (kenmerk 57)11 tot 12 weken88,1 procent
Heft in buikligging het hoofd tot 45 graden (kenmerk 57)13 tot 14 weken90,5 procent

Let vooral op het verschil tussen de regels. Teruglachen en geluid teruggeven deden op die leeftijd bijna alle onderzochte kinderen, dus als dat uitblijft is het de moeite waard om het te noemen. Het hoofd optillen loopt veel verder uiteen: rond dertien tot veertien weken liet ongeveer één op de tien onderzochte kinderen dat nog niet zien. Het consultatiebureau kijkt daarom naar meer kenmerken tegelijk en over meer bezoeken, en niet naar één kenmerk op één dag.

Twee andere getallen horen bij deze periode. Baby’s huilen in de eerste zes weken gemiddeld ongeveer twee uur per dag, en rond elf weken zit het gemiddelde op ongeveer zeventig minuten; het meeste huilen valt bij veel baby’s rond zes tot acht weken. Rond drie maanden slaapt een baby gemiddeld 14,6 uur per etmaal, met een spreiding van 6 tot 22 uur, en wordt hij ’s nachts gemiddeld 2,2 keer wakker, met een spreiding van 0 tot 15 keer. Meer daarover staat in huilen: wat is gewoon en hoeveel slaapt een baby.

Waarom het hoofd optillen op de buik moeilijk is

Wat je ziet: je legt je baby op zijn buik en het hoofd blijft plat liggen, gedraaid naar één kant, en binnen een halve minuut begint het protesteren.

Wat daaronder zit: op de rug slapen is de veilige houding, en het is ook de houding waarin de nek weinig te doen heeft. Op de buik tilt je baby zijn hoofd tegen de zwaartekracht in op, en dat is de houding waarin die spieren en de sturing daarvan aan bod komen. Dat is zwaar werk, en protesteren komt daarbij veel voor.

Waarom het advies daarom werkt: leg je baby al vroeg, meerdere keren per dag, op de buik bij het verzorgen en bij het spelen, en alleen terwijl je erbij bent. Er wordt geen aantal minuten voor buikligging genoemd.

Er is nog een reden voor die buikligging. Een jonge baby ligt veel, kan zijn hoofd nog niet goed zelf draaien, en de schedel is nog zacht. In een Nederlands cohortonderzoek had rond zeven weken bijna 18 van de 100 baby’s een voorkeurshouding, dus een hoofd dat vrijwel altijd naar dezelfde kant valt. Een afgeplat achterhoofd komt in dezelfde periode het meest voor: bij 16 tot 20 van de 100 kinderen rond zeven weken, en bij 14 tot 17 van de 100 rond zes maanden.

Wat je kunt doen

Voor het contact helpt vooral dichtbij komen en wachten. Breng je gezicht op zo’n twintig tot dertig centimeter en praat rustig, want dat is de afstand waarop je baby in deze weken scherp ziet. Laat na elk zinnetje een stilte vallen: het kenmerk waar het bureau rond drie maanden naar kijkt, heet “maakt geluiden terug”, en dat antwoord heeft een paar seconden nodig.

Voor de nek en het hoofd gaat het om herhaling. Leg je baby een paar keer per dag even op zijn buik, bijvoorbeeld na elke verschoning, en ga zelf op ooghoogte liggen zodat er iets te kijken valt. Lukt dat op een mat niet, dan kun je hem op je eigen borst leggen terwijl je half achterover zit, zolang je zelf wakker blijft; ook dan geldt dat slapen op de rug gebeurt.

Voor het hoofd zelf helpt afwisselen. Draai het hoofd per slaap afwisselend naar links en naar rechts, zodat de druk niet steeds op dezelfde plek komt. Een autostoeltje is minder geschikt om je baby lang in te laten zitten en wordt liefst alleen als vervoermiddel gebruikt, en een wipstoeltje blijft bij een paar korte keren per dag, liefst niet langer dan een kwartier per keer; zie hoe lang mag een baby in het autostoeltje.

Voor de zwaarste weken helpt het om te weten hoe het verloopt. Het huilen loopt op tot rond zes tot acht weken en zakt daarna; wat er dan werkt staat in huilen: wat is gewoon. Het verschil tussen dag en nacht groot maken, met daglicht en geluid overdag en gedempt licht ’s nachts, werkt nog niet meteen: het dag-nachtritme komt bij de meeste baby’s pas in de maanden erna op gang; zie het dag-nachtritme van een baby.

Wat vaak niet helpt

Een paar dingen die logisch lijken, doen het niet, of maken het onveiliger:

  • Je baby op de buik laten slapen om de nek te oefenen. Op de buik slapen maakt de kans op wiegendood minstens drie keer zo groot. Buikligging is er voor wakkere momenten; zie de basisregels voor veilig slapen.
  • Één keer een uitzondering maken, bijvoorbeeld bij de oppas of op vakantie. Bij kinderen die anders op de rug slapen en die voor het eerst op de buik lagen, was het risico 4,3 keer zo groot als bij kinderen die op de rug lagen; zet het daarom in de overdracht aan de oppas.
  • Een manueel therapeut, osteopaat, chiropractor of craniosacraal therapeut inschakelen voor een voorkeurshouding of een plat hoofd. Dat wordt afgeraden: bewijs voor die behandelingen ontbreekt, en bij manipulatie van de wervelkolom zijn ernstige complicaties beschreven.
  • Vergelijken met een neefje of met een kind uit dezelfde zwemles. Zelfs bij een kenmerk dat rond veertien weken bij 90 van de 100 onderzochte kinderen lukte, valt één op de tien er nog buiten, en dat zie je aan één kind naast het jouwe niet.

Als het niet werkt

Begint je baby elke keer binnen tien seconden te huilen op zijn buik, houd het dan kort en doe het vaker. Een halve minuut per keer, een paar keer per dag, telt op. Kies een moment waarop hij net gedronken heeft maar niet vol zit, en stop voordat het echte huilen begint, zodat de volgende keer geen strijd wordt. Lukt het na twee weken nog steeds niet om het hoofd even los te krijgen, leg het dan voor op het consultatiebureau.

Blijft het hoofd na twee weken afwisselend neerleggen toch steeds naar dezelfde kant vallen, of zie je het achterhoofd aan één kant afvlakken, wacht dan niet tot het volgende geplande bezoek maar bel het consultatiebureau. Bij goed opgevolgde adviezen kan binnen twee weken al verbetering zichtbaar zijn, en die adviezen richten zich op de periode tot ongeveer een half jaar.

Lacht je baby rond tien weken nog niet terug, of maakt hij weinig oogcontact, noem het dan bij het bureau. Ze kijken er bij het volgende bezoek gericht naar, en kunnen tussendoor meekijken als je niet wilt wachten.

Wat er in deze maanden gepland staat

In de eerste week krijgt je baby de hielprik en de gehoortest, meestal thuis en meestal tegelijk, tussen de vierde en de zevende dag na de geboorte. Vanaf ongeveer tien dagen kun je met vragen over je baby terecht bij het consultatiebureau, en het eerste bezoek daar is meestal rond vier weken. Daarna volgen de bezoeken elkaar in deze maanden snel op, en komen ook de eerste vaccinaties in beeld.

Voor de vaccinaties is de uitnodiging die je krijgt leidend, en niet een schema in een app of op een site. Wat er in het Rijksvaccinatieprogramma zit en hoe zo’n afspraak verloopt, staat in het artikel over het Rijksvaccinatieprogramma. Wil je een bezoek voorbereiden, dan helpt het consultatiebureau voorbereiden.

Wanneer je contact opneemt

Bespreek het met het consultatiebureau als je baby rond tien weken nog niet teruglacht of weinig oogcontact maakt, als het hoofd na twee weken afwisselend neerleggen steeds naar dezelfde kant blijft vallen of het achterhoofd afvlakt, als hij rond veertien weken op de buik het hoofd nog niet optilt, of als iets wat er al was duidelijk verdwijnt. Twijfel je of je baby je hoort, noem dat dan ook.

Maak een afspraak bij de huisarts als je baby na vijf weken zijn blik niet op een gezicht of voorwerp laat rusten, of als hij na vier tot zes weken een bewegend gezicht niet met de ogen en het hoofd volgt. Beide gelden als alarmsymptoom, dus als reden om verder te kijken.

Bel direct de huisarts, of buiten kantooruren de huisartsenpost, als je baby jonger is dan drie maanden en 38,0 graden of hoger heeft, gemeten in de billetjes. Die regel kent geen uitzonderingen. Bel ook direct bij de alarmsignalen bij een ziek kind, zoals suf zijn of niet goed wakker te krijgen, moeizaam of snel ademen, veel minder drinken, of vlekjes die niet wegdrukken als je erop drukt. Reageert je baby niet, ziet hij blauw of krijgt hij geen adem, bel dan 112. De hele lijst met belregels staat in koorts bij een baby: wanneer bellen.

Kijk daarnaast naar wat er al over je baby bekend was. Is je baby te vroeg geboren, reken dan met de gecorrigeerde leeftijd, want de leeftijden hierboven gaan uit van de uitgerekende datum. Is er een bekende aandoening, of kwam er iets uit de hielprik of de gehoortest, dan gaat het advies van de arts die dat volgt voor op alles hierboven.

De informatie in dit artikel is algemeen. Het advies van je consultatiebureau, je verloskundige of je huisarts gaat altijd voor.

Hoe het met jou gaat

Deze maanden zijn voor veel ouders zwaar, en dat is aan de nachten te zien. Rond drie maanden wordt een baby ’s nachts gemiddeld 2,2 keer wakker, en de spreiding in het onderzoek loopt van 0 tot 15 keer. Een kind dat er veel vaker uit gaat dan het gemiddelde, valt daarmee nog binnen wat gemeten is.

Vermoeidheid, ongerustheid, schuldgevoel en boosheid komen in deze periode veel voor. Verdeel de nacht in plaats van hem samen half wakker door te komen: spreek af wie de eerste helft doet en wie de tweede, zodat er per persoon één blok van vier uur aaneengesloten slaap overblijft.

Word je tijdens het huilen boos of wanhopig, leg je baby dan veilig op zijn rug in bed, ga de kamer uit en kom na een paar minuten terug. Schudden mag nooit. Wat je verder kunt doen, en bij wie je terechtkunt, staat in als het huilen je te veel wordt.

Voel je je langer dan twee weken somber, angstig of leeg, bel dan de huisarts of het consultatiebureau. Het hoeft niet eerst erger te worden voordat je belt.

Wat BabyTracker in deze maanden voor je doet

De eerste maanden bestaan uit dezelfde vragen, elke dag opnieuw, en meestal op het moment dat je het minst helder bent. Wanneer was de laatste voeding? Welke kant was aan de beurt? Heeft ze vandaag genoeg natte luiers gehad? Hoe laat viel hij vanmiddag in slaap? Je kunt dat in je hoofd proberen bij te houden, maar na drie gebroken nachten lukt dat niemand meer.

Hieronder staat per onderdeel wat je ermee doet en wat je eraan hebt, met het scherm erbij zoals je het op je telefoon ziet.

De voedingen: borst, fles, afgekolfde melk of hapjes

Hoe je ook voedt, het gaat in de app op dezelfde plek: je tikt op de groene plusknop en kiest Voeding. Daarna kies je wat je geeft, en dat is meteen het verschil met veel andere apps: borstvoeding, een fles, afgekolfde melk en vaste voeding staan er alle vier in, en je kunt ze door elkaar gebruiken zonder iets om te zetten.

Geef je borstvoeding, dan start je de timer aan de kant waar je begint. Wissel je halverwege, dan tik je op wisselen en telt de app verder aan de andere kant. Als je klaar bent staat er in het dagoverzicht bijvoorbeeld dat de voeding van 03:10 links twaalf minuten duurde en rechts negen, en daarmee weet je de volgende keer welke kant aan de beurt is. De timer loopt door als je je telefoon op slot doet, en bovenin elk scherm blijft een balk staan die laat zien dat er een voeding bezig is.

Geef je een fles, dan vul je het aantal milliliters in. Dat mag ook leeg blijven; dan bewaart de app alleen het tijdstip. Bij Inzicht zie je later het gemiddelde per dag en per fles, wat handig is als het consultatiebureau ernaar vraagt. Afgekolfde melk kun je apart kiezen, zodat je verschil ziet tussen wat er uit de borst en wat er uit de fles kwam. En zodra de eerste hapjes beginnen, leg je die als vaste voeding vast op dezelfde manier.

Bij elke voeding kun je een notitie typen, bijvoorbeeld dat ze erna spuugde of dat je een nieuw flesje probeerde. Ben je vergeten iets vast te leggen, dan voeg je het achteraf toe en zet je het op het juiste tijdstip; alles is later nog aan te passen of te verwijderen.

  1. Tik op de groene plusknop onderin en kies Voeding.
  2. Kies wat je geeft: borstvoeding, fles, afgekolfde melk of vaste voeding.
  3. Bij borstvoeding: start links of rechts en wissel tussendoor met de knop in de balk bovenin.
  4. Bij een fles: vul het aantal milliliters in, of laat het leeg als je alleen het tijdstip wilt.
  5. Typ er een notitie bij als er iets te melden is, en sla op. De voeding staat meteen in het dagoverzicht en op de telefoon van je partner.
  • Op het Vandaag-scherm staat hoeveel voedingen er vandaag waren en hoe lang de laatste geleden is.
  • Bij Inzicht staat een strookje per dag met een streepje voor elke voeding, zodat je het ritme over de week ziet.
  • Zijn er genoeg voedingen bijgehouden, dan kan de app aangeven wanneer de volgende waarschijnlijk komt, met erbij op hoeveel eerdere voedingen dat is gebaseerd.

Terwijl de voeding loopt

Zodra je de timer hebt gestart, staat er bovenin elk scherm dat er een voeding bezig is. Je kunt dus tussendoor gewoon iets opzoeken in de kennisbank of naar het dagoverzicht zonder de tijd kwijt te raken. Wisselen van kant en stoppen doe je vanuit diezelfde balk.

De luiers: het antwoord op de vraag of ze genoeg drinkt

Natte luiers zijn in de eerste weken een van de weinige dingen die je thuis echt kunt zien. Het Voedingscentrum noemt ongeveer zes natte luiers per etmaal een teken dat je baby voldoende binnenkrijgt. Precies dat aantal is de vraag die op het consultatiebureau langskomt, en precies dat aantal weet je aan het eind van de dag niet meer uit je hoofd.

Bij een poepluier vraagt de app of je er een kleur bij wilt zetten van de officiële Ontlasting Kleurenkaart, die je van de kraamzorg of het consultatiebureau krijgt. Dat mag je overslaan; de luier is dan gewoon opgeslagen. Leg je de kleur wel vast, dan krijgt de stip in het patroon later die kleur, zodat je in één oogopslag ziet hoe het over de dagen liep.

  1. Tik op de plusknop en kies Luier.
  2. Kies nat, ontlasting of allebei.
  3. Bij ontlasting: kies de kleur die erop lijkt, of sla de vraag over.

De slaap: ook als je de timer vergeet

Valt je baby in slaap, dan start je de timer. Wordt hij wakker, dan tik je op stoppen. Vergeet je de timer, wat vaak gebeurt als je zelf ook indut, dan vul je het slaapje achteraf in met een begintijd en een eindtijd. Liep de nacht over middernacht heen, dan verdeelt de app hem zelf over de twee dagen, dus je hoeft niets uit te rekenen.

Na een week of twee zie je bij Inzicht het slaappatroon: per dag een balk van middernacht tot middernacht met een blokje voor elk slaapmoment. Daaraan zie je of de nacht versnipperd was of aaneengesloten, en of er langzaam een ritme in komt. Het gaat daarbij over jullie kind, en niet over een tabel op internet.

Het huilen: zien dat er een patroon in zit

Rond zes tot acht weken huilen veel baby’s het meest, en vaak aan het eind van de dag. Als je middenin die weken zit, voelt het eindeloos. Leg je elk huilmoment met een tik vast, dan zie je bij Inzicht een eigen patroon: per dag een balk met een streepje bij elk moment.

In dat beeld staat het verschil tussen een dag die aanvoelt als één lang huilen en de uren waarin het werkelijk viel. Het maakt het huilen niet minder zwaar, en het wijst geen oorzaak aan, maar het geeft je iets concreets om op het consultatiebureau te laten zien.

De vitamines: het advies loopt jaren door

Vitamine K bij borstvoeding tot 13 weken, en vitamine D voor elk kind tot 4 jaar. Het advies is eenvoudig; eraan denken op een ochtend waarin alles tegelijk gebeurt is het lastige deel. In de app vink je met één tik af dat je ze hebt gegeven, en je partner ziet dat ook, zodat niemand dubbel geeft.

Wil je een geheugensteuntje, dan zet je onder Herinneringen een seintje op een vast tijdstip, bijvoorbeeld bij de eerste voeding van de dag. Er komt niets binnen tijdens de stille uren die je zelf instelt.

Samen: je partner hoeft niets te vragen

Alles wat een van jullie invoert, staat vrijwel meteen op de telefoon van de ander. Geen appjes meer over of de fles al gegeven is, en bij de wissel midden in de nacht hoef je elkaar niet wakker te maken voor een vraag. Ook een opa of oma die veel zorgt kun je toevoegen; in totaal kunnen er zes mensen in een gezin.

Per persoon bepaal je wat diegene ziet en mag vastleggen. Komt er een oppas, dan kies je het pakket Oppas: wel het dagoverzicht en zelf registreren, niet jullie foto’s, verhaaltjes en mijlpalen. Wil je dat opa en oma het dagboek wel lezen maar er niets in zetten, dan zet je bekijken aan en toevoegen uit.

En op het consultatiebureau

Bij de eerste bezoeken komen steeds dezelfde vragen langs: hoe vaak drinkt ze, hoeveel natte luiers, hoe slaapt hij, huilt hij veel. Met een paar weken bijhouden heb je daar cijfers bij in plaats van een indruk. Naast die aantallen kun je ook de ontwikkeling bijhouden in de app, zodat de dag waarop je baby voor het eerst teruglachte of zijn hoofd optilde met datum vastligt en je dat op de afspraak kunt noemen. Van een periode maakt de app een nette pdf met de aantallen en gemiddelden, die je op de afspraak laat zien of van tevoren doorstuurt.

Zo hoef je niets uit je hoofd te vertellen en vergeet je minder snel iets.

  • Alles wat je invoert kun je achteraf aanpassen of verwijderen; een foutje om vier uur ’s nachts is nooit erg.
  • De app werkt zonder internet, dus in het ziekenhuis of onderweg raak je niets kwijt.
  • Er komt nooit een melding dat je iets moet bijhouden, en een dag zonder registraties levert geen opmerking op.

Bekijk mijlpalen en fotos

De vitaminekaart in BabyTracker met knoppen om vitamine D en K af te vinken
Afvinken zodra je ze hebt gegeven; je partner ziet het meteen.

Bronnen en verantwoording

  • NCJ, Van Wiechenonderzoek, kenmerken 1, 2, 30, 31 en 57 (referentiewaarden)
  • NCJ, JGZ-richtlijn Slaap (2026), 2.3 Normaal slaapgedrag (geraadpleegd september 2026)
  • JGZ-richtlijn Preventie wiegendood
  • JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming
  • NCJ, richtlijn excessief huilen
  • Thuisarts.nl, Baby’s en huilen, Kind met koorts en Mijn baby is net geboren
  • RIVM, hielprik en gehoortest (overige bronnen geraadpleegd augustus 2026)

Gecontroleerd op 30 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.

Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.

Veelgestelde vragen

Wanneer lacht een baby voor het eerst terug?

Bij 7 tot 8 weken lachte 98,8 procent van de onderzochte kinderen terug en bij 9 tot 10 weken 99,5 procent; dat zijn ook de leeftijden waarop het consultatiebureau ernaar kijkt. Lacht je baby rond tien weken nog niet terug, noem het dan bij het bureau.

Mijn baby van drie maanden tilt op de buik zijn hoofd nog niet op. Wat nu?

Rond dertien tot veertien weken liet 90,5 procent van de onderzochte kinderen dit zien, dus ongeveer één op de tien nog niet. Bouw de buikligging rustig op met korte keren, meerdere keren per dag, en leg het voor bij het eerstvolgende bezoek aan het consultatiebureau.

Hoeveel buikligging heeft een baby nodig?

Een aantal minuten wordt niet genoemd, wel meerdere keren per dag vanaf de geboorte, bij het verzorgen en bij het spelen, en altijd terwijl je erbij bent. Begin met wat lukt en bouw het uit; hoe lang een baby het volhoudt verschilt per kind.

Mijn baby draait zijn hoofd altijd naar dezelfde kant. Is dat erg?

Dat komt veel voor: rond zeven weken had in een Nederlands cohortonderzoek bijna 18 van de 100 baby's zo'n voorkeurshouding. Draai het hoofd per slaap afwisselend naar links en naar rechts, en bel het consultatiebureau als het na twee weken niet verandert.

Is buikligging veilig?

Wakker en terwijl jij erbij bent: ja, en het advies is om het al vroeg en meerdere keren per dag te doen. Slapen gebeurt altijd op de rug: op de buik slapen maakt de kans op wiegendood minstens drie keer zo groot.

BabyTracker op je telefoon

€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin

Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.

Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.