Home / Kennisbank / Ontwikkeling / Je baby van 4 maanden: de eerste oefenhapjes en onrustiger nachten
OntwikkelingJe baby van 4 maanden: de eerste oefenhapjes en onrustiger nachten
Je baby trekt aan het koordje van je trui, stopt het in zijn mond en kijkt je aan. Aan tafel volgt hij elke hap die jij neemt.
Daar mag je deze maand iets mee: je kunt starten met oefenhapjes als je baby tussen de vier en zes maanden is, met een of twee keer per dag drie tot vier kleine lepeltjes. Waar je in dat venster begint, kies je zelf, en de verschillen tussen baby’s van dezelfde maand zijn groot. Hieronder staat wat er in eten, slaap en veiligheid verandert, en welke getallen daaronder liggen.
In het kort
- Oefenhapjes mogen vanaf 4 maanden: 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes.
- Melk blijft de hoofdvoeding; pindakaas en ei komen voor 8 maanden aan bod.
- Bij 6 maanden gemiddeld 15 uur slaap per etmaal, spreiding 6 tot 21 uur.
- Gemiddeld ruim twee keer per nacht wakker, met een spreiding van 0 tot 15 keer.
- Bel direct de huisarts bij koorts met sufheid, slecht drinken of niet-wegdrukbare vlekjes.
Deze maand in het kort
Dit verschilt sterk per kind. De tabel geeft een richting, geen norm.
| Onderdeel | Wat er deze maand speelt |
|---|---|
| Eten | Oefenhapjes mogen: 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 kleine lepeltjes groente of fruit, naast de melk |
| Slapen | Gemiddeld 14,6 uur bij 3 maanden en 15 uur bij 6 maanden; spreiding 6 tot 22 uur |
| ’s Nachts | Tussen 3 en 6 maanden gemiddeld 2,2 tot 2,5 keer wakker; de spreiding loopt van 0 tot 15 keer |
| Bewegen | Hoog steunen op de buik, gerichter grijpen; de eerste rol kan onverwacht komen |
| Veiligheid | Alles gaat naar de mond; laat je baby niet meer alleen op een verhoging liggen |
| Prikken | Op 4 maanden staat geen prik in het schema; die vallen op 3 en 5 maanden. De RS-virusprik kan hier wel vallen |
Wat je deze maand vaak ziet
Het grijpen wordt raker. Wat binnen bereik hangt, wordt gepakt, vastgehouden en meteen geproefd; op deze leeftijd onderzoekt een baby veel met de mond. Kijk daarom met andere ogen naar de vloer en de bank: kleine voorwerpen, koordjes, batterijen en het speelgoed van een ouder kind gaan vanaf nu buiten bereik.
Op de buik duwt je baby zich hoger op, en soms kantelt hij daarbij op de zij. De eerste rol van buik naar rug komt bij de meeste kinderen tussen de drie en zes maanden, en die eerste keer komt vrijwel altijd onverwacht. Vanaf nu laat je je baby dus niet meer alleen op de commode, het bed of de bank liggen, ook niet voor tien seconden.
Er komt ook meer geluid bij: blazen, gillen van plezier, lange reeksen klinkers. Het hardop lachen begint bij veel baby’s rond deze maanden. Geef je iets terug, dan wacht je baby vaak even en gaat daarna verder. In maand vijf komen daar de eerste brabbelklanken bij.
Wat het consultatiebureau deze maand bekijkt
Rond vier maanden staat bij veel consultatiebureaus een contactmoment in de agenda, en daar hoort ook het Van Wiechenonderzoek bij. Per leeftijd komen daarbij vaste kenmerken langs. Bij vier maanden zijn dat spelen met de handen middenvoor, en in rugligging met de linker- en met de rechterhand een voorwerp binnen handbereik pakken. Wat er precies wordt aangeboden, verschilt per organisatie; de uitnodiging die je krijgt, is leidend.
Dat een kenmerk wordt bekeken, betekent niet dat het er al moet zijn. Bij elk kenmerk hoort een P90-waarde: de leeftijd waarop ongeveer negentig van de honderd gezonde kinderen het laten zien. Voor “pakt in rugligging voorwerp binnen bereik” is die waarde 26 weken, dus rond zes maanden, en voor omrollen van rug naar buik en terug 39 weken, dus rond negen maanden. Een baby van vier maanden die dat nog niet doet, zit daar ruim voor.
Neem die getallen niet te strikt. De betrouwbaarheid en de validiteit van het Van Wiechenonderzoek zijn onbekend, en er zijn kanttekeningen bij de P90-waarden zoals die nu gehanteerd worden. Kijk dus naar de richting over een paar weken en niet naar één datum. Wil je die richting volgen, dan kun je de ontwikkeling bijhouden in een app en bij het volgende bezoek terugzien wanneer iets je voor het eerst opviel.
Een prik staat er deze maand niet gepland. In het schema van het Rijksvaccinatieprogramma volgen de vaccinaties op drie en vijf maanden; daarvoor krijg je een uitnodiging, en die uitnodiging is leidend. Eén uitzondering: baby’s die tussen april en september geboren zijn, krijgen de prik tegen het RS-virus in september of oktober, en dat kan rond deze leeftijd uitkomen.
De eerste oefenhapjes
Het Voedingscentrum is duidelijk over de start: je begint met oefenhapjes als je baby tussen de vier en zes maanden is, niet eerder en niet later. Een goed uitgangspunt is een of twee keer per dag drie tot vier kleine lepeltjes fijngemaakte groente of fruit. Begin met een zachte smaak, want dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding kleiner.
Meer geven is niet de bedoeling, en daar is een reden voor: de oefenhapjes komen naast de melkvoeding, en te veel hapjes verminderen de trek in borst- of flesvoeding. Melk blijft dus de hoofdvoeding, met de richtgetallen uit het voedingsschema per leeftijd. Je baby leert in deze weken de lepel, de structuur en de smaak kennen.
Een vies gezicht bij de eerste hap zegt weinig over wat je baby later lust. Soms moet een kind een smaak wel tien keer proeven voordat het die leert waarderen, dus bied dezelfde groente rustig een paar keer aan voordat je iets nieuws probeert.
- Geef het hapje vlak na een borst- of flesvoeding, of tussen twee voedingen in. Beide momenten kunnen; tussendoor is je baby ontspannen en heeft hij geen enorme trek meer, en dat is een goed moment om iets nieuws te proeven.
- Zet je baby goed gesteund rechtop. Rechtop kunnen zitten en goed kunnen slikken zijn de voorwaarden om te kunnen starten.
- Geef eerst losse smaken en nog geen gemengde. Zo went je baby aan één smaak tegelijk; combineren kan later.
- Laat honing het hele eerste jaar staan, en voeg geen zout toe; die staan op de lijst van producten die voor een baby worden afgeraden.
- Stop zodra je baby het hoofd wegdraait of de mond dichthoudt. Dat is het einde van die oefening, niet van het oefenen.
Bij de oefenhapjes komt nog een advies dat veel ouders verrast: laat je baby voor acht maanden kennismaken met pindakaas en ei, en blijf die daarna wekelijks aanbieden. Vroeg kennismaken verkleint de kans op een voedselallergie. Heeft je baby ernstig eczeem of een vastgestelde voedselallergie, start dan voor de leeftijd van zes maanden en overleg eerst met de behandelend arts of diëtist over de aanpak.
Slapen: wat de cijfers laten zien
Veel baby’s die in maand drie regelmatiger gingen slapen, slapen deze maand weer onrustiger, en dan gaan ouders zoeken naar wat er misging. De cijfers uit de JGZ-richtlijn Slaap zijn hier geruststellender dan de meeste tabellen. Een baby van drie maanden slaapt gemiddeld 14,6 uur per etmaal, met een spreiding van 6 tot 22 uur. Bij zes maanden is het gemiddelde 15 uur, met een spreiding van 6 tot 21 uur.
Belangrijker is het tweede getal in diezelfde tabel: het aantal keren dat een baby ’s nachts wakker wordt. Bij drie maanden is dat gemiddeld 2,2 keer per nacht, bij zes maanden 2,5 keer, en de spreiding loopt bij beide leeftijden van 0 tot 15 keer. Tussen drie en zes maanden neemt het wakker worden dus gemiddeld niet af, maar iets toe.
Je baby sliep net wat langere blokken en roept nu weer vaker. In de maanden ervoor maakte je waarschijnlijk het rustigste stuk mee: rond drie maanden vallen baby’s door het ontstaan van een dag- en nachtpatroon en een betere zelfregulatie makkelijker in slaap en slapen ze langer door. In deze weken kun je dicht bij je baby blijven en op zijn signalen reageren; een baby van deze leeftijd kan zichzelf nog niet reguleren en heeft de nabijheid van een ouder nodig om te kalmeren.
Waarom het bij de een wel en bij de ander niet gebeurt, is niet met zekerheid vast te stellen. De term slaapregressie komt niet uit een Nederlandse richtlijn, en er is geen leeftijd bekend waarop de slaap omslaat. De getallen hierboven zijn er wel, en een nacht met drie of vier keer roepen past daarbinnen. Zie ook hoeveel slaapt een baby voor de gebruikelijke marges per leeftijd.
Wat je overdag kunt doen
Drie adviezen zijn concreet genoeg om vandaag te doen:
- Leg je baby elke dag meerdere keren op de buik, bij het verzorgen en bij het spelen, en altijd wakker en onder toezicht. In buikligging leert je baby de armen te gebruiken om zich van de onderlaag op te duwen; het toezicht is er omdat je baby op de buik niet in slaap mag vallen.
- Houd het zitten in een stoeltje kort. Een autostoeltje is minder geschikt om lang in te zitten en wordt het liefst alleen als vervoermiddel gebruikt, en een baby ligt hooguit een paar keer per dag kortdurend in een wipstoeltje, liefst niet langer dan een kwartier per keer. Zie ook lang zitten in de autostoel.
- Let op de vermoeidheidssignalen in plaats van op de klok. Er zijn geen onderbouwde gegevens bekend over wat gebruikelijke wakkertijden bij baby’s zijn, en dezelfde bedtijd pakt voor het ene kind te kort en voor het andere te lang uit. De vuistregel van anderhalf tot tweeënhalf uur die je overal tegenkomt, staat in wakkertijden; gebruik hem als startpunt en niet als maat.
De signalen waar je op let, zijn deze: een vermoeide baby kijkt steeds vaker weg van waar hij mee bezig is, zoekt om zich heen, begint te pruttelen, wrijft aan oren en ogen, gaapt of slaakt een diepe zucht. Sommige baby’s maken juist steeds meer geluid, raken opgewonden of krijgen rode wangen. Zie je dat, breng de prikkels dan omlaag en leg je baby neer voordat de vermoeidheid verder oploopt; bij een oververmoeide baby kan het inslapen daarna juist langer duren.
Wat vaak niet helpt
Een paar dingen die in onrustige weken veel worden geprobeerd, en waarom ze meestal weinig opleveren:
- Later naar bed brengen in de hoop op een langere nacht. Onderbouwde wakkertijden voor baby’s zijn er niet, en een baby die over zijn moment heen is, kan juist moeilijker inslapen.
- Extra of grotere hapjes geven voor een rustigere nacht. Oefenhapjes zijn er om te oefenen; het advies is juist om niet te veel te geven, omdat de trek in melk dan afneemt.
- Midden in een onrustige periode het bedje verplaatsen, de kamer wisselen of de nachtvoeding afbouwen. Er verandert dan te veel tegelijk om te zien wat werkt.
- Wiggen, kussens of dekbedden gebruiken om je baby op zijn plek te houden nu hij gaat draaien. Dat zijn geen veilige slaaphulpmiddelen; de regels in veilig slapen blijven gelden.
- Wachten met pindakaas en ei tot je baby ouder is. Dat is oud advies; kennismaking voor acht maanden is wat nu wordt geadviseerd.
Als het niet werkt
Een slaapje dat niet lukt, ziet er ’s middags om half drie ongeveer zo uit. Je hebt de gordijnen dicht gedaan, je baby ligt in bed en na tien minuten huilt hij nog steeds. Til hem dan op, maak het rustig in gedempt licht met weinig woorden, en probeer het na een minuut of tien opnieuw. Lukt het de tweede keer ook niet, laat dat slaapje dan gaan en breng de volgende bedtijd een half uur naar voren in plaats van het uit te zitten.
Word je ’s nachts drie of vier keer geroepen, dan is een verdeling praktischer dan volhouden. Zijn jullie met zijn tweeën, spreek dan af wie de eerste helft van de nacht doet en wie de tweede, zodat allebei een aaneengesloten stuk slaapt. Zo’n afspraak werkt beter als je hem overdag maakt en niet om drie uur ’s nachts.
En aan tafel: draait je baby het hoofd weg bij elke lepel, stop dan voor die dag. Probeer het over een paar dagen opnieuw, eventueel met een andere smaak of op een ander moment. Blijft het na twee weken elke keer misgaan, of lukt drinken ook minder goed, leg het dan voor op het consultatiebureau.
Wanneer neem je contact op?
Er zijn drie niveaus, en het scheelt om vooraf te weten welk niveau bij welke vraag past.
- Consultatiebureau, bij twijfel zonder haast: vragen over het ritme, over de hapjes, of over iets in de ontwikkeling dat je opvalt. Ook als het slaapgebrek jou als ouder te veel wordt; daar zijn ze ook voor.
- Huisarts, met een afspraak: je baby drinkt aanhoudend minder, groeit niet zoals verwacht, of krijgt huiduitslag, braken of benauwdheid na een nieuw product.
- Direct de huisarts, en buiten kantooruren de huisartsenspoedpost: bij koorts (38 graden of hoger) samen met minder of niet reageren, moeilijk wakker te krijgen zijn, kreunen, blijven huilen en niet te troosten zijn, moeilijk of sneller ademen, bleek of vlekkerig zien, blauwe of grijze lippen, rode of donkere vlekjes die niet lichter worden als je erop drukt, steeds overgeven, minder dan de helft drinken van wat je gewend bent, of langer dan 12 uur geen natte luier. Bel ook direct als je baby in korte tijd steeds zieker wordt, of als je je erge zorgen maakt. Zie ook koorts bij je baby. Bij een spoedeisende situatie bel je 112.
De regel dat je bij koorts altijd meteen belt, geldt voor baby’s jonger dan drie maanden. Je baby is daar nu voorbij, dus telt naast de thermometer vooral hoe hij zich gedraagt. Er zijn daarnaast situaties waarin je hoe dan ook direct belt: een ziekte van het hart of de longen, diabetes, of minder afweer. Was je kind te vroeg geboren of is er eerder een koortsstuip geweest, bespreek dan met je eigen huisarts wat voor jullie geldt. Bij te vroeg geboren baby’s kijk je bovendien naar de gecorrigeerde leeftijd als je de ontwikkeling vergelijkt.
Hoe het met jou gaat
Valt het einde van je verlof in deze maanden, dan komt dat samen met nachten die volgens de cijfers hierboven niet rustiger worden. Moe zijn, kort aangebonden zijn en het gevoel hebben dat je iets verkeerd doet, komen dan alle drie voor. Dat laatste gevoel komt vaak op, terwijl de cijfers hierboven laten zien dat vaker wakker worden in deze maanden gebruikelijk is.
Wordt het huilen je op een moment te veel, leg je baby dan op een veilige plek, in bed of in de box, en neem de tijd om bij te komen. Zoek daarnaast iemand die de zorg een paar uur kan overnemen, een familielid, een vriend of een buur. Daar is een reden voor: ongeveer de helft van de ouders voelt boosheid of frustratie bij een huilend kind, en in zo’n opwelling wordt een baby soms door elkaar geschud. Bespreek het op het consultatiebureau als het langer duurt dan een week of twee. Wat je verder kunt doen, staat in als het huilen te veel wordt.
De eerste hapjes bijhouden
Vanaf deze maand wordt de vraag “welke smaken hebben we al gehad?” actueel. In BabyTracker leg je een hapje vast als vaste voeding met een notitie, en zie je later precies terug wat er wanneer geprobeerd is. Handig voor jezelf, en voor het moment waarop pinda en ei aan de beurt komen.
Bronnen en verantwoording
- Voedingscentrum, De oefenhapjes (4 tot 6 maanden)
- NCJ, JGZ-richtlijn Slaap 2.3 Normaal slaapgedrag
- NCJ, JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (bijlage 7 en hoofdstuk 7.2)
- NCJ, JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming
- NCJ, JGZ-richtlijn Excessief huilen
- RIVM, Rijksvaccinatieprogramma vaccinatieschema
- Thuisarts.nl, Mijn kind heeft koorts (alle geraadpleegd augustus 2026)
De hoeveelheden en leeftijden bij de oefenhapjes komen van het Voedingscentrum, De oefenhapjes (4 tot 6 maanden). De slaapcijfers en de vermoeidheidssignalen komen uit de JGZ-richtlijn Slaap van het NCJ, hoofdstuk 2.3 Normaal slaapgedrag. De P90-waarden komen uit bijlage 7 van de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling, het voorbehoud daarbij uit hoofdstuk 7.2 Kennislacunes van diezelfde richtlijn. De Van Wiechen-kenmerken per leeftijd, de buikligging en het zitten in een stoeltje komen uit de JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming. Het advies bij aanhoudend huilen komt uit de JGZ-richtlijn Excessief huilen. Het vaccinatieschema komt van het Rijksvaccinatieprogramma, de belsignalen bij koorts van Thuisarts.nl. Alles is geraadpleegd in augustus 2026.
Gecontroleerd op 27 augustus 2026. De redactie van BabyTracker loopt elk artikel na bij de bronnen hierboven en past de tekst aan als een richtlijn verandert.
Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Het advies van je consultatiebureau, verloskundige of huisarts gaat altijd voor. Twijfel je over de gezondheid van je baby, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.
Veelgestelde vragen
Mag een baby van 4 maanden al hapjes?
Ja. Je kunt starten met oefenhapjes als je baby tussen de 4 en 6 maanden is, met 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 kleine lepeltjes fijngemaakte groente of fruit. Melk blijft de hoofdvoeding, want de oefenhapjes komen daarnaast en zijn niet bedoeld om te vullen.
Hoeveel slaapt een baby van 4 maanden?
Een baby van 3 maanden slaapt gemiddeld 14,6 uur per etmaal en een baby van 6 maanden 15 uur. De spreiding is groot: 6 tot 22 uur bij 3 maanden en 6 tot 21 uur bij 6 maanden. Jouw kind mag daar overal in zitten.
Waarom slaapt mijn baby van 4 maanden ineens slechter?
Waarom het bij de een wel en bij de ander niet gebeurt, is niet met zekerheid vast te stellen. Wat wel bekend is: tussen 3 en 6 maanden neemt het aantal keren wakker worden gemiddeld niet af, maar iets toe, van 2,2 naar 2,5 keer per nacht. Een baby van deze leeftijd kan zichzelf nog niet reguleren en heeft je nabijheid nodig om te kalmeren.
Krijgt een baby van 4 maanden een prik?
In het schema van het Rijksvaccinatieprogramma staat op 4 maanden geen prik: die vallen op 3 en 5 maanden en daarna op 12 en 14 maanden. Sommige baby's krijgen daarnaast een prik op 6 tot 9 weken. De prik tegen het RS-virus is de uitzondering: baby's die tussen april en september geboren zijn, krijgen die in september of oktober.
Wanneer geef ik pindakaas en ei?
Het advies is om je baby voor 8 maanden te laten kennismaken met pindakaas en ei, en die daarna wekelijks te blijven geven. Bij ernstig eczeem of een vastgestelde voedselallergie start je voor 6 maanden, in overleg met de behandelend arts of diëtist.
BabyTracker op je telefoon
€ 4,99je betaalt één keer, voor iedereen in je gezin
Je betaalt de app één keer af in de App Store of Google Play, en daarmee heb je alles: elke functie zit er meteen in, en updates die er later bij komen ook. Je partner en de rest van je gezin betalen niets.
Voor iPhone en Android, in de App Store en Google Play.